Naar homepage
Sport

De Kopgroep: Wat Mart Smeets zou zeggen als hij Lance Armstrong weer tegenkwam...

foto: AVROTROSfoto: De Kopgroep
  1. Nieuwschevron right
  2. De Kopgroep: Wat Mart Smeets zou zeggen als hij Lance Armstrong weer tegenkwam...

Deze Vuelta doet Mart terugdenken aan de Vuelta van 1998, waar ene Lance Armstrong aan de start verscheen, nadat hij kanker had gehad. En die Armstrong, daar wil Mart nog wel wat over kwijt…

Voor diegenen die (nog altijd) denken dat de Amerikaan en ik ‘vrienden’ waren of dat nog zijn… Dat was en is niet zo. Ik benaderde hem in alle openheid in 1993 als eerste Europese journalist voor een interview in Austin, Texas en kwam hem daarna nog een paar maal, gedurende langere interviews, tegen. In de USA, in Frankrijk, Zwitserland, België, Spanje, Italië en Nederland. Hij sprak me soms aan in het Nederlands. Met “Godverdomme klootzak…” Hij leerde dat van Nederlandse en Vlaamse renners. Ik vond hem een interessante pummel, een echte Texaan, en ja, er waren momenten dat ik onder de indruk van zijn manier van koersen was en dat ook liet merken.

Dubbele bodem

Ik heb tweemaal met hem ‘gestapt’. Eén keer in Austin met bier en enorm grappige verhalen en één keer in Frankrijk, zomaar op een zaterdagavond, met wat wijn en nog steeds geestige vertellingen. Ik begreep zijn Amerikaans en hij verstond mijn vragen; dat in feite was de band (en zeker ook mijn interesse in muziek uit zijn woonplaats Austin en de wereldberoemde muziekzaak Waterloo), waarbij ik wel aanteken dat ik zijn strijd tegen kanker altijd gesteund heb en in die dagen nog niet precies de dubbele bodem van dat alles inzag.

Of ik in mijn meningen over zijn rijden en zijn duistere vorm van prepareren ‘te naïef’ ben geweest?

Ja.

Ja, zoals iedereen. Hij loog met overtuiging, in al zijn interviews en ik kon dat liegen niet tackelen. Na lang nadenken ben ik tot de conclusie gekomen dat de vele aanvallen op mij persoonlijk (alsof ik de naalden in zijn billen duwde) voortkwamen uit zielige jaloezie en dat gold ook voor de soms blinde verbale agressie, die me bereikte en bij tijden heel ver ging.

Journalistiek bewijs

Noem me één televisiejournalist uit Europa, de USA of Canada die wél kon bewijzen wat er gebeurd was. Noem alle grote namen van alle beroemde collega’s in Europa, alle gewaardeerde wielermensen van radio en televisie, alle scribenten, analisten, mooi-schrijvers en verdachtmakers uit België, Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje, Zwitserland, Duitsland en Denemarken…niemand. Op enig moment waren collega’s uit Australië dicht bij de waarheid en schroefden zij een fraai document in elkaar waar alleen de laatste genadesteek niet gegeven kon worden. Het bleef bij heftige beschuldigingen zonder aantoonbaar bewijs. De Britse collega’s waren soms zelfs in dienst bij de Armstrong-ploeg als pr-mensen.

Noem mij één journalist die hem werkelijk met bewijs wist aan te klagen bij een rechter. U zult die mens niet vinden in de wereld van de journalistiek. Helaas. Die zijn er niet en dat zeg ik niet om mezelf vrij te pleiten. Niet alleen ik, maar alle collega’s uit de jaren negentig en nul, wisten enigszins van de doping hoed en rand, maar niemand, ook de zichzelf als God gedragende David Walsh niet, kon hardmaken wat de spijkerhard optredende vertegenwoordigers van de FBI in de USA wél konden.

Rugbyjournalistiek

Met hun steenharde druk en bijna afpersing van tien renners rond Armstrong lukte het ten slotte de gewiekste en al in het wereldje van doping-inspecteurs bekend staande Jeff Novitzky (die terecht wereldberoemd is geworden in dat wereldje vanwege zijn ‘cases’ rond Marion Jones, de Olympische atlete en de honkballers Barry Bonds en Roger Clemens) om Armstrong te vangen, zoals hij ook die andere sporters zelfs letterlijk in het gevang kreeg.

De bekende Franse journalist Pierre Ballester (hij werkte uit London en Parijs, soms in samenwerking met David Walsh), die de waarheid achter de dopingpraktijken van de Armstrong-clan heel dicht genaderd was, maar die geen volle bewijzen kon leveren, wendde zich op enig moment van het wielrennen af en koos rugby en rugbyjournalistiek als zijn eerste sport en passie. Hij was het gelieg en gekonkel uit het wielerpeloton zat, na twee overtuigend goede boeken geschreven te hebben in de Franse taal.

Geheimhoudingsplicht

De ex-teamgenoten van Armstrong, ook diens grootste vrienden en helpers, gingen door de knieën bij de ondervragingen van de FBI. De renners werd gevraagd een keuze te maken: of hun waarheid geheel te vertellen over wat er in de achterliggende jaren was gebeurd binnen de resp. ploegen van Armstrong, of een zeldzaam hoge boete te betalen omdat de FBI over keiharde bewijzen tegen de mannen beschikte.

De meeste renners kozen heel snel voor dat eerste aanbod en kregen een korte schorsing voorgelegd, maar mochten hun verdiende centen behouden, hetgeen voor sommigen ettelijke miljoenen betekenden, de basis waarop ze verder moesten gaan leven na hun wielerloopbaan-in-zonde. Volgens fluisteringen zit er ook nog een geheimhoudingsplicht aan die contracten tussen de renners en de FBI vast; iets waar, tot nu toe, allen zich aan hebben gehouden, waarschijnlijk ook op basis van heel hoge boetes.

'Sorry'

Of ik nog contact met hem heb gehad na de Oprah-uitzendingen en later de rechtelijke uitspraken en vonnissen? Neen, niet persoonlijk, wel tweemaal per telefoon (nummer werkt al lange tijd niet meer). Of ik, na al die toestanden, nog eens een interview mocht komen maken waarin hij dingen kon uitleggen. En misschien tegen me kon zeggen 'Sorry voor al het liegen!'? Zijn eerste antwoorden toen waren negatief. Nog geen behoefte aan… Hij wilde eerst een richting voor zijn eigen leven zoeken alvorens zich weer te gaan laten ondervragen door wijsneuzen van elders. Dat kon ik begrijpen.

Overigens had ik best graag een sorry van hem willen aanhoren. Sorry voor al het voorliegen en blijven liegen. En blijven ontkennen. Lachend, als het moest. Die laatste zin zou ik trouwens graag ook van heel veel andere wielrenners met wie ik samengewerkt heb, willen horen. Een klein en select groepje heeft dat de afgelopen jaren gedaan. Neen, namen noem ik niet, maar ik koester hen tenminste als eerlijk na al die jaren. Er zijn er echter ook die nog steeds hun kaken stijf op elkaar houden of zeer ostentatief de andere kant blijven uitkijken of nu weer mooi weer spelen binnen de sport die zij toch echt zelf van binnenuit wilden vergiftigen.

Doorgestreepte namen

Wat dat betreft moet ik eigenlijk triest lachen als ik ranglijsten van grote wielerwedstrijden afgedrukt zie staan met daarin strepen door sommige namen van boosdoeners. Dat is ook werkelijk vergif om het zo te doen en het gebeurt nog steeds. De Tour, de UCI, iedere koers. Hoeveel vuilgemaakte namen helaas nog geen streepje hebben gekregen, het is me een raadsel hoe dat kan.

Of je streept alle namen uit die heftige jaren door en geeft daar een verklaring bij af, maar deze halfslachtige en huichelachtige wijze van ontkennen is zo fout en zo kenmerkend voor de nog altijd aanwezige zesdubbele moraal binnen de wielersport. Er lopen nog heel wat kleine en grote leugenaars rond; als ploegleider, als analist, als werknemer van een sponsor, als weet ik wat.

Neen, zij hebben geen streepje door hun naam gekregen, maar dat hoorde natuurlijk wel zo te zijn. Niet enkelingen, waarover ik het heb, maar wel ettelijke ex-renners, hele pelotons vol zwijgers deden Armstrong na en waren slaafse volgers. Armstrong was uiteraard het mede-brein en capo di capi. De anderen waren slechts kleine, onbetekenende naarlingen, zielige leugenaars, mooi-weerspelers. En hoe ik ze nu zie? Grote zakken zijn het. En ja, zo ’soms kom ik zo’n zak weleens tegen. Hun zwijgen klinkt als de vals gezongen smartlap: ‘Ontkennen van het ontkennen, je staat voor lul maar het gaat wel wennen’.

Blues

Wat ik Armstrong zou toevoegen als ik hem nu tegen zou komen? Ik denk iets van: ‘Hi, how are you doing lately?’ En ik zou proberen een gewoon gesprek te beginnen. En ik zou hem zeker ook vragen welke bands op het ogenblik zijn interesse hebben. De basis voor alles in het leven is en blijft immers de blues. Neen, echt haatdragend kan ik niet tegen al die mensen zijn. Daar zijn ze me te onbelangrijk voor, als het erop aankomt.

#4 - Vuelta: Wachten tot de baas iets zegt (S08)

Dit artikel is geschreven door Mart Smeets voor podcast De Kopgroep. Beluister de nieuwe aflevering op de website van NPO Radio 1 of via je favoriete podcast-app en volg De Kopgroep op Instagram.

Ster advertentie
Ster advertentie