Achtergrond

Dit zijn de vier grootste veranderingen in 35 jaar gynaecologie

KRO-NCRV
foto: ANPfoto: ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. Dit zijn de vier grootste veranderingen in 35 jaar gynaecologie

"Het is zo’n ontzettend leuk vak. Het is levenslang leuk", zegt gepensioneerd gynaecoloog Herman Oosterbaan, die sinds de jaren tachtig werkzaam was. Hij was te gast in Spraakmakers om, met collega gynaecoloog Bertho Nieboer, te praten over de ontwikkelingen die de verloskunde sinds de jaren tachtig heeft meegemaakt.

Oosterbaan: "Ik denk dat ieder geneeskundig vak en specialisme een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt in de afgelopen 35 jaar. Maar als we het hebben over verloskunde in het algemeen: De mechanica van de bevalling is nooit veranderd: een kind komt eruit zoals hij eruit komt. Dat was 35 jaar geleden niet anders. Maar de wijze waarop we dat benaderen en de mensen begeleiden is intensief anders geworden."

We hebben vier grote veranderingen op een rij gezet.

Meer vrouwen

"Dat is één van de meest in het oog springende veranderingen in de gezondheidszorg, en in ons vak in het bijzonder, dat er, toen ik begon, alleen mannen waren", zegt Oosterbaan. "En nu zijn het eigenlijk alleen maar vrouwen die opgeleid worden tot gynaecoloog. 85% van geneeskunde studenten is vrouw. Dus ieder specialisme zal uiteindelijk feminiseren. Bij ons was dat door het type vak het eerste verschil dat zichtbaar was."

Minder thuisbevallingen

In 1981 beviel 35% van patiënten thuis. Nu is dat 12%. Oosterbaan: "Een hoogleraar in Maastricht zei bij een oratie: thuisbevalling zal uiteindelijk eindig zijn. En als je naar de percentages kijkt over de generaties zie je dat dat waarschijnlijk het geval zal zijn als je een lijnt doortrekt. Maar Nederland is een traditioneel denkend land, thuis bevallen is een soort heilige koe in Nederland. De verloskundigen doen er zelf hard aan mee, want ongeveer 30% van de verloskunde wordt gedaan door de eerstelijns verloskundige. Waarvan dus nog maar 12% thuis. De rest hebben ze zelf voor een deel op wens van de patiënt, naar het ziekenhuis verplaatst. Een verplaatste thuisbevalling."

Hij vervolgt: "Voor een deel is dat een verandering in de samenleving, het denken over gezondheid. Je hebt een grote traditioneel denkende groep Nederlandsers, die zeggen: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, thuis is prima. En er zijn ook mensen die voor een, voor hun gevoel, veiligere omgeving kiezen: in een ziekenhuis onder leiding van een verloskundige."

Minder pijn

Tegenwoordig kiezen meer dan 40% van de vrouwen voor een ruggenprik. Terwijl, zegt Nieboer: "Vroeger stond het bijna in de krant als iemand een ruggenprik kreeg tijdens de bevalling". Presentator van Spraakmakers Carl-Johan de Zwart poneert een mogelijke verklaring voor de forse toename: komt het door de ontkerkelijking in Nederland? Het idee dat pijn bij een bevalling hoort is misschien een calvinistische denkwijze die is afgenomen.

Nieboer: "Vanuit mijn opvoeding ken ik de Bijbel heel goed. Na de zondeval wordt er tegen Eva gezegd: in smart zult gij kinderen baren. En tegen Adam: met zweet op het voorhoofd zul je het land bewerken. In bepaalde regio’s in Nederland zijn dat nog steeds wel de teksten. Er wordt misschien wel gedacht: een ruggenprik gaat tegen de Bijbelse cultuur in. Maar er is een Christelijke verlichting overheen gekomen, ik denk dat je je tegenwoordig als gelovige niet hoeft te schamen als je een ruggenprik vraagt."

Oosterbaan: "Toen ik in 1981 in Den Bosch begon, hadden wij vier epiduralen in een heel jaar. En één bij een keizersnee, vijf in totaal dus. Het heeft enige moeite gekost. Natuurlijk moet je daar anesthesisten voor hebben die dat dag en nacht voor je willen doen. Maar inmiddels is het in de meeste ziekenhuizen goed geregeld, 24/7 een epiduraal beschikbaar."

Meer teamwork

Er is nu voor moeders een gigantische hoeveelheid informatie beschikbaar die er in de jaren tachtig niet was. Dat heeft geleid tot beter geïnformeerde patiënten en ook meer vrouwen die met de dokter mee kunnen denken. Dat heeft voor de twee gynaecologen zowel goede als slechte kanten.

"Gelukkig zijn er ook nog wel steeds mensen die zeggen: u bent de deskundige dus zegt u het maar", zegt Oosterbaan. "Maar in principe is het wel zo dat de patiënt steeds mondiger is geworden, zich informeert en laat informeren. Wat nu een trend is, maar ook in de toekomst, is shared decision-making. Gezamenlijk stippen wij het plan uit, wat gaan we doen en hoe gaan we het doen? Bij iedere handeling wordt geïnformeerd waarom we het doen, wat de voor- en nadelen zijn. Het vak is daardoor veel tijdconsumerender geworden. Vroeger deed je dingen en legde je het misschien na afloop uit. Nu moet je dingen uitleggen en nabespreken."

Oosterbaan: "Vroeger zei je als dokter: het is geen broodjeszaak, je kunt niet bestellen wat je wilt. In principe is het zo langzamerhand een broodjeszaak geworden. Dat botst voor een deel soms met je gevoel, dat je dingen wil doen waarvan jij denkt dat het voor moeder en kind het meest verstandige is, maar dat je soms in dialogen komt waarbij je denkt: hoe krijg ik het nog uitgelegd?"

Maar Oosterbaan ziet ook een voordeel: "Het maakt het vak interessanter want er is meer dialoog." Daar is Nieboer het mee eens. "Wij hebben natuurlijk generaties lang voor de patiënt gedacht", zegt hij. "En toen zijn we meer gaan luisteren: wat houdt die vrouw en dat paar bezig? En daar zijn toch wel verrassende dingen uit gekomen. Dingen die wij belangrijk vonden waren in hun ogen wat minder. Dat proces van die gedeelde besluitvorming is wel een goeie ontwikkeling."

Ster advertentie
Ster advertentie