Naar homepage
Politiek

De Overdracht deel 1: 'Belangrijke lobbyisten hebben prinsen- en prinsessengedrag'

foto: Pixabayfoto: Pixabay
  1. Nieuwschevron right
  2. De Overdracht deel 1: 'Belangrijke lobbyisten hebben prinsen- en prinsessengedrag'

De Tweede Kamer telt maar liefst 69 nieuwe leden. Aan de ene kant mooi: een nieuwe groep met een frisse blik. Aan de andere kant betekent dat ook dat er 69 Kamerleden verdwijnen, en daarmee jaren aan opgebouwde (dossier)kennis. Zonde! Daarom begint De Nieuws BV met een serie, De Overdracht, waarin nieuwe Kamerleden praten met Kamerleden die oude rotten in het politieke vak zijn. Wat kunnen ze van elkaar leren? Vandaag deel één over de Haagse Lobby met kakelvers Kamerlid Don Ceder (CU) en Ronald van Raak (SP), die vijftien jaar in de Tweede Kamer zat.

“Ik was verbaasd over dat je een soort cowboy bent als Kamerlid”, herinnert Ronald van Raak zich over zijn eerste weken als Kamerlid. Hij zat voor de SP drie jaar in de Eerste Kamer en vijftien jaar in de Tweede Kamer. “Je komt overal binnen. Ik werd binnen de SP-fractie woordvoerder op het onderwerp politie, dus ik stapte een politiebureau binnen en vroeg of ik mee op nooddienst mocht. Wat mij verbijsterde is dat ze 'ja' zeiden. Het is heel bijzonder dat je dat ambt mag vervullen. Je mag dingen die andere mensen niet kunnen of mogen. De mogelijkheden die je als individueel Kamerlid hebt zijn ongekend.”

Honderden mails per dag

Maar die eerste weken zijn ook erg overweldigend. “Je krijgt honderden mails per dag. De druk wordt snel hoog”, zegt Don Ceder. Twee maanden geleden begon hij als Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Hij merkte dat hij in de eerste weken bedolven werd onder mails, brieven en telefoontjes. Waar begin je? Met wie praat je wel en niet? “Langzaam maar zeker merk je dat je meer grip krijgt”, zegt Ceder.

Het is ook nogal wat, want hoe krijg je dit werk in de vingers? Er is tenslotte geen opleiding tot Kamerlid. Ceder: “Ik heb veel steun van beleidsmedewerkers. Die zie je niet op de voorgrond, maar die lopen op de achtergrond al jaren mee. Ook heb ik contact met oud-Kamerleden van mijn partij.” Er is wel een vangnet, “maar je moet je eigen draai vinden”, zegt Ceder. “Welk Kamerlid wil ik zijn?”

Sowieso kopje onder

“De hoeveelheid informatie is meer geworden”, erkent Van Raak. “Je gaat als nieuw Kamerlid kopje onder. Dat gaat sowieso gebeuren. Je ziet het niet meer, je weet het niet meer, en denkt: waar ben ik mee bezig? Maar het gaat erom hoe je boven komt”, aldus Van Raak. “Je moet je bewust zijn van wat voor Kamerlid je wil worden, want op een gegeven moment heb je een bepaald imago en daar kom je dan niet meer zo makkelijk vanaf.”

Ceder heeft daar zeker over nagedacht: “Ik zou het fijn vinden als ik bekend sta als een kamerlid dat bepaalde thema's of onderwerpen, zoals de IND of jeugdzorg, goed kent en daarin zaken boven water heeft weten te halen.” Maar hoe haal je zaken naar boven? Heb je daar lobbyisten voor nodig?

'Lobbyisten zijn heel lief'

"Het lastige van lobbyisten is dat ze allemaal heel lief zijn", zegt Ceder. "Maar je moet scherp zijn. Je kan dingen ter kennis aannemen, maar elke lobbyist heeft een belang. En soms komt dat belang overeen met wat je zelf belangrijk vindt, maar vaak ook niet." Daar moet je dus scherp op zijn als Kamerlid. Maar toch houdt Ceder niet alle lobbyisten buiten de deur: "Neem bijvoorbeeld de lobby voor gemeentes, de VNG. Ik kom zelf uit de gemeenteraad, dus weet uit eigen ervaring dat dingen wel anders of beter kunnen. Dan kan ik wel met een VNG gaan praten, vind ik."

Het kan ook handig zijn in je werk, merkt Ceder: "Soms is het handig om cijfers of feiten paraat te hebben. Het kan een aanvulling zijn, soms staat het haaks op wat je denkt te weten, en soms kan je er helemaal niets mee."

Lobbyvrije zone

Ronald van Raak staat hier totaal anders in: "Ik heb er meteen aan het begin rigoureus een einde aan gemaakt. Ik dacht, ik kan mijn keuken wel weg doen omdat ik elke avond met een lobbyist uit eten kan." Van Raak ging daar zo ver in, dat hij zelfs een lobbyvrije zone had ingesteld. "Dat heeft een reden. We zijn allemaal verschillende mensen van verschillende partijen. Maar toch is er in Den Haag een common sense: van journalisten, Kamerleden, lobbyisten, bewindspersonen. Die denken op een bepaalde manier en dat wordt zeker door de lobby gevoed", aldus Van Raak.

Wil dat zeggen dat je nooit met iemand mag praten? "Nee". zegt Van Raak, "maar je moet echt heel erg oppassen. Dat is precies waardoor de kloof ontstaat tussen Den Haag en de rest van het land."Van Raak heeft er daarom voor gekozen meer te investeren in andere mensen: klokkenluiders of mensen op de werkvloer.

Dat de lobbyisten bij hem niet binnenkwamen, vonden ze niet leuk, vertelt het voormalig SP-Kamerlid: "VNG, VNO-NCW, FNV, ze waren echt wel pissed dat ik ze niet wilde ontvangen. Belangrijke lobbyisten hebben ook wel een beetje een prinsen- en prinsessengedrag. Maar ik dacht, bekijk het maar, ga maar lekker op het dak zitten. Ik ben hier niet voor jullie."

'Ik wist soms meer dan de minister'

Het kan zelfs enorme voordelen hebben om niet alleen met ‘de top’ te praten maar juist met de mensen die lager in een organisatie zitten. Van Raak: “Ik wist in een debat soms meer dan een minister”. Het duurt nu eenmaal lang voordat informatie uit het werkveld bij de top beland en daarna pas komt het pas bij de minister. “Een gevaar is dat Kamerleden geen volksvertegenwoordiger worden, maar volksambtenaar”, gaat Van Raak verder. 'Dat je nog een keer al die stukken van ministeries gaat doorploegen', legt hij uit. 'Dan ga je je bezighouden met de problemen van de minister, de informatie van de minister, de oplossingen van de minister.'

Daarom wil hij ook waarschuwen voor het aannemen van nog meer medewerkers voor Kamerleden. "Het klinkt als een logisch idee met al die burn-outs, maar als je nog meer medewerkers krijgt, wordt het misschien nog erger omdat je als Kamerlid ook nog al die medewerkers moet aansturen. Dan ga je nog meer die ambtenarij in."

Hoe moet het dan? Minder bezig zijn met alles brieven en rapportjes van de ministeries, vindt Van Raak, want dat is waar die enorme werkdruk vandaan komt. "Overlegje hier, overlegje daar over briefje hier en een rapportje daar. Het is moeilijk om daarmee te kappen". zegt Van Raak. Maar het is volgens hem wel de enige oplossing: "Ruimte creëren in je agenda en daarmee ruimte in je hoofd voor zaken die echt belangrijk zijn. Ambtenaren vinden het fantastisch dat de Kamer discussieert over hun brieven, maar daar vind je niks verrassends".

Van media-darling naar onderzoeker

Maar verandering is lastig, al helemaal als het gaat om cultuur. Toch is er een roep tot een nieuwe bestuurscultuur in Den Haag. "Cultuur is iets hardnekkigs", erkent Ceder. Toch denkt hij dat het anders kan: "Je moet met elkaar besluiten dat je het anders wil, niet alleen of met een kleine groep. Dan val je terug naar de status quo." Ceder probeert dat te doen door naast zelf na te denken over zijn rol, ook te overleggen met de fractie en andere Kamerleden over hoe het anders kan. De vernieuwing van de Kamer met 69 nieuwe Leden kan daar een rol in spelen, denkt Ceder: "Veel nieuwe Kamerleden kennen de oude bestuurscultuur niet. Dus de switch maken naar iets nieuws is minder lastig."

Van Raak ziet ook nadelen van al die nieuwe Kamerleden: "Het vak leren kost acht jaar. Het collectief geheugen en kennis is kracht van de kamer, deze enorme vernieuwing van 69 leden maakt de kamer zwakker." Maar Van Raak is ook hoopvol: "Ik denk dat de cultuurverandering al plaatsvindt", zegt hij. "In mijn tijd was het heel belangrijk dat je een media-darling was, dus zoveel mogelijk in de media kwam. Nu zien we met de populariteit van Pieter Omtizgt (CDA) en Renske Leijten (SP) dat de stoere Kamerleden de mensen zijn die zich ergens in vastbijten en onderzoek doen. En dat is ook een cultuurverandering."

Meer van De Nieuws BV?

Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter.

Ster advertentie
Ster advertentie