Opinie & Commentaar

Waarom komen de jongeren niet in opstand?
EO

foto: Robin van Lonkhuijsen, ANPfoto: Robin van Lonkhuijsen, ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. Waarom komen de jongeren niet in opstand?

Jongeren hebben gemakkelijkere tijden gekend. Studeren is veel duurder geworden, huren en huizenprijzen zijn torenhoog en vaste aanstellingen schaars. Tot overmaat van ramp staan ook nog hun pensioenen onder druk.

Veel jongeren denken niet na over hun pensioen. Elke dag heeft al genoeg aan zijn eigen kwaad en het pensioen is nog ver weg. Welke jongere begint er nu op een feestje te praten over zijn pensioen?

Een goed en eerlijk pensioenstelsel vereist een eerlijke verdeling van de lasten en de lusten over de generaties. Het kan niet zo zijn dat ouderen geïndexeerde pensioenen krijgen ten koste van de toekomstige pensioenen voor jongeren.

Stiekem herverdelen

In een eerlijk stelsel zouden mensen zelf moeten kunnen beslissen bij welk pensioenfonds zij zich zouden willen aansluiten, net zoals nu met een zorgverzekering het geval is. Men zou dan kunnen kiezen voor een fonds waar het volstrekt helder is wat er met je inleg gebeurt en hoeveel pensioen je daarvoor ongeveer voor zult krijgen.

Als je eigen individuele pensioenpotje immers duidelijk is gemarkeerd, wordt het lastiger herverdelen tussen jong en oud plaats waar je helemaal geen toestemming voor hebt gegeven. Zo ontdekte ik laatst dat ik gecompenseerd wordt voor de afschaffing van een VUT regeling terwijl een dertig jaar jongere collega daarvoor elke maand moet bloeden. Dat soort zaken kunnen gebeuren als er een grote collectieve pensioenpot is waar stiekem kan worden herverdeeld.

Helaas is in de nieuwe regeling de beslissing om individuele pensioenpotten in te stellen voorbehouden aan de pensioenfondsen zelf, lees werkgevers en werknemers. Er gaat dus vermoedelijk weinig veranderen. En dat is dus niet gunstig voor jongeren.

Meer ongemak

Er is nog meer ongemak voor jongeren. Steeds minder mensen zijn lid van een vakbond en dat geldt helemaal voor jongeren. Toch zijn vakbonden zwaar oververtegenwoordigd in de wereld van de pensioenfondsen.

De huidige situatie is dat de pensioenregeling door de vakbonden – samen met werkgevers – wordt bedacht in de Pensioenkamer. Jouw pensioengeld wordt vervolgens verplicht in een collectieve pot beheerd bij je eigen pensioenfonds, dat bestuurd wordt door dezelfde vakbonden en werkgevers.

En dan moet dat bestuur weer verantwoording afleggen aan diezelfde vakbonden en werkgevers. Wie kan er dan nog echt onafhankelijk en kritisch zijn op het bestuur van het pensioenfonds? Er zijn inmiddels wel onafhankelijke fracties in de verantwoordingsorganen, ik ben zelf lid van de LvOP bij het ABP, maar die hebben een minderheidspositie.

Geen wonder dat het negen jaar heeft geduurd voordat er een pensioenhervorming mogelijk was. De vakbonden kwamen vooral op voor hun eigen leden en die zijn voor het overgrote deel flink op leeftijd. Het gevolg was dat zij zich met hand en tand hebben verzet tegen een verhoging van de leeftijd waarop men recht heeft op een pensioen.

De AOW-leeftijd blijft in de nieuwe regeling in 2020 en 2021 66 jaar en vier maanden en stijgt dan naar 67 jaar in 2024. Daarna gaat de AOW-leeftijd acht maanden omhoog als de levensverwachting van ouderen een jaar stijgt.

Dit is een maatregel die gunstig is voor ouderen die snakken naar hun pensioen maar natuurlijk niet gunstig voor jongeren die nog maar moeten afwachten of er straks nog wat over is als zij de pensioengerechtigde leeftijd halen.

Zwaartepunt

Wel gunstig voor de mensen onder 40 jaar is dat zij voortaan een opbouw krijgen die past bij de ingelegde premie. Doordat de premie van een jongere deelnemer langer rendeert, levert de premie die aan het begin van de loopbaan is ingelegd naar verwachting meer pensioenopbouw op dan de premie die aan het einde van de loopbaan is ingelegd.

In plaats van een gelijkmatige pensioenopbouw over de gehele loopbaan verschuift het zwaartepunt van de opbouw dus meer naar de eerste helft van de loopbaan. Op jonge leeftijd nemen hun pensioenaanspraken sneller toe. Hun pensioen, vaak bij elkaar gespaard in opeenvolgende banen, wordt daardoor op de lange termijn zekerder.

Minder mooi is dat jongeren extra premie gaan betalen om de 40-plussers schadeloos te stellen voor het wegvallen van de oude indirecte subsidiëring van jong naar oud. En de arme jongeren moeten ook nog eens extra betalen om de indexatie van de ouderen te financieren. Eigenlijk zouden de uitkeringen moeten worden verlaagd maar nu het tegenovergestelde gaat gebeuren zal het pensioenvermogen slinken en dat is niet goed voor jongeren.

Welbeschouwd is het een wonder dat jongeren niet in opstand komen.

Arend Jan Boekestijn is historicus en oud-VVD-Kamerlid

Ster advertentie
Ster advertentie