Naar homepage
Opinie & Commentaar

Het gelijk van een tennisspeelster

foto: EPA
  1. Nieuwschevron right
  2. Het gelijk van een tennisspeelster

Het heeft even geduurd, maar de kentering kwam toch: na eerst vol ongeloof over de daad van de Japanse tennisspeelster Naomi Osaka te hebben gebruld/gesproken/getwitterd of wat nog meer, hebben dan nu toch velen even hun keuteltje ingetrokken en na goed nadenken hun (al dan niet behoorlijke) koersverandering duidelijk gemaakt.

De Serviër Novak Djokovic ging geheel overstag, excuseerde zich voor zijn eerste opmerkingen en wijzigde zijn toon. De Spanjool Rafa Nadal zweeg verder. Zijn eerder ingenomen standpunt: Osaka moet haar mond houden en op persconferenties verschijnen, staat nog steeds.

Waarom de twee toptennissers überhaupt reageerden is me overigens een raadsel. Zat Osaka te wachten op de menig van Nadal? Van Djokovic en van al die scheldende mensen die haar ineens even stevig vanaf de flank verbaal aanvielen?

Vraagt ieder probleemgebied in onze samenleving om een willekeurige reactie van 'iemand uit het vak' van 'een beroemdheid' van een 'gewiekste twitteraar'?

Ongestoord zijn mening geven

In de Amerikaanse sportsamenleving krijgt iedereen die iets doet dat opvalt, een mening van profbasketballer LeBron James over zich heen; iedere dag weer.

Hij heeft, bij zelfbenoeming, besloten op iedere daad van iedere andere min of meer bekende sporter in de wereld, te reageren. Dat raakt het soms onuitstaanbare, maar dat deert hem niet; volgens hem telt vooral zijn mening en gaat hij er rustig en vaak ongestoord mee door.

Ik heb zitten nadenken over de storm van eerst kritiek die de Japanse kreeg en later de ineens andere kant van de medaille die de twitteraars en vuilspuiters op haar afvuurden.

Begrijp me goed: ieder mens is vrij opmerkingen te maken over uitspraken van een ander, als zulks maar in betamelijke taal gebeurt en als er maar niet gescholden en/of beledigd wordt.

Trouw columnist Ephimenco schreef een boeiend betoog over de Japanse en haalde daarin woorden aan van de Nederlandse ex-tennisser John van Lottum die stelde: "Osaka is van God los" en "Ze heeft diva-gedrag van de grootste soort."

Ook hier: hij, Van Lottum mag zoiets zeggen, het is waarschijnlijk zijn waarheid, maar is het ook de werkelijkheid en de echte waarheid, of is het een interpretatie van zaken die hij, Van Lottum, hoorde of vanop afstand medegedeeld kreeg? Of verkeert hij vaak in haar nabijheid?

Bent u geen sekssymbool?

Ik refereer graag aan twee opmerkingen die ooit in de perszaal van Wimbledon op twee vrouwentoppers-in-spe werden losgelaten door de aanwezige hh. journalisten. Ja, dat staat er, hh., er waren in die dagen weinig vrouwen in de perskamer aanwezig, als ze al op het terrein aanwezig waren.

De toen zeer jonge Canadese speelster Eugenie Bouchard kreeg de vraag voorgelegd: "Denkt u niet dat u op de lange termijn meer gezien zal worden als een sekssymbool, dan als tennisspeelster?" Brouchard keek verbaasd de (mannelijke) vragensteller aan; wat moest ze hier in vredesnaam op antwoorden. Die scene vond plaats in 2013.

In 2004 kreeg Maria Sharapova, ook in Wimbledon, de vraag voorgelegd: "U bent nu een pin-up girl. Vindt u dat prettig, krijgt u daar een kick van?"

Ook hier, een man die dit durfde te vragen. Ook hier bleef de tennisspeelster stil en keek de man aan: vond de vragensteller zichzelf nu stoer?

Onzekerheid

Wat Osaka heeft aangekaart is dat ze, om privéredenen, liever confrontaties met groepen journalisten mijdt omdat juist die confrontaties haar onzeker maken en ze dat onzekere aspect thans niet nodig heeft in haar leven. Na lang nadenken vind ik dat ze dat recht heeft en blijft behouden. Om nog even terug te komen op dat artikel van Ephimenco in Trouw: het feit dat ze heel veel geld binnenharkt met extra-sportieve handelingen houdt niet in dat ze maar in zo’n zaaltje moet gaan zitten om die soms merkwaardige vragen (die haar blijkbaar onzeker maken) aan te horen.

Die plichtpleging is haar opgelegd door tennisbazen en sponsoren en anders niet. Individuele sporters kunnen wat dat betreft niets tegen deze regelgeving inbrengen, terwijl de sporters daar best recht ophebben als ze dat kunnen staven, zoals Osaka dat deed. Ja, pas in tweede instantie. Dat is ook waar.

Idiote vraag

Het probleem, zo las ik ergens in de Britse sportpers, was dat de aanwezige journalisten nu zelf een verhaal moesten gaan bedenken, in plaats van het en groupe overnemen van de woorden die de speelster de zaal in slingert nadat iemand van het aanwezige journalistieke corps iets gevraagd heeft als een voorzet tot samenspraak na de wedstrijd.

Er zijn talloze sportmensen, wereldtoppers, veteranen, jonge sterren en puissant rijke sportlieden geweest die hun mond hebben gehouden tijdens persconferenties. Ik herinner me nog een Willem van Hanegem-antwoord dat luidde: "Op zo’n idiote vraag antwoord ik niet."

En Bernard Hinault kreeg ooit in Nantes de vraag voorgelegd of hij de gereden etappe dopingvrij had gereden. Hij wachtte even, lachte schamper en draaide zich om.

Wat had hij moeten of kunnen zeggen?

"Mais naturellement!" of "ç’a je ne sais pas." ("Maar welzeker" en "Dat weet ik echt niet")

Of wellicht: "Non, pas du tout!" ("Neen, helemaal niets")

Woordengevecht

Heel weinig sportende mensen konden met onzinvragen omgaan: de Deen Bjarne Riis was er goed in en ging vaak een woordengevecht aan, de Spanjaard Miguel Indurain hield zijn kaken dan stijf op elkaar en keek de vragensteller alleen maar zwijgend aan. Johan Cruijff zei eens tegen een man die hem vroeg of hij niet liever vier dan twee doelpunten had willen maken: "Nou, wat dacht je?" en Sven Kramer haalde ooit uit op de vraag of hij, na een matig gereden tien kilometer "teleurgesteld was"…"Neen, helemaal niet, ik zit hier als een totaal blije sportman", waarna hij zich ostentatief wegdraaide.

Osaka en die verplichting voor de sportende mens maar altijd aan te moeten sluiten in de perskamer, daar valt nog wel iets over te zeggen. Misschien dat deze actie van de Japanse wel een zekere vorm van kentering of lichte verandering in gaat zetten.

Ik hoop dat ze goed opknapt en dat ze geen schade overhoudt aan haar stellingname. Wat Nadal ook roept, zij heeft het recht voor zichzelf op te komen, ondanks het feit dat de tenniswereld het verplicht stelt voor haar sporters op persbijeenkomsten te verschijnen. De straf, zo hebben we gezien, is een hoog geldbedrag aan boete.

Wat wel bij mij blijft hangen is de wel erg makkelijke manier waarop de begeleiding (manager) van haar met deze materie is omgesprongen. Een wat meer doordachte en meer professionele begeleiding en afhandeling was hier toch wel op zijn plaats geweest. Wat dat betreft was de reactie van Serena Williams op Osaka’s acties wel kenmerkend. Williams zei: "Ik zou haar zo graag een arm om de schouders leggen en haar een dikke knuffel ter ondersteuning geven.” Ja, een inderdaad andere tekst dan Rafa Nadal losliet.

Tot slot een grappige, maar terechte mening van de Britse journalist Jonathan Liew in The Guardian: (vertaald)…Kijk de perskamer rond, wij, de schrijvers, zijn bepaald niet de 'good guys' hierbinnen…Wij maken na het gebeurde (rond Osaka) niet uit wat hier gebeurt…Een van de beste vrouwelijke topsporters van de wereld verkiest het om zich terug te trekken van een Grand Slam toernooi anders dan door te spelen en tegenover de verzamelde pers hier verklaringen te moeten gaan afleggen. In plaats van nu met zijn allen uit te gaan zoeken waarom zij dat doet en zegt, is het wellicht waardevol ons, de andere bewoners van deze perszaal, af te vragen wat het over ons en ons vak zegt.

Om af te sluiten met Hein Vergeer, in 1985 en ’86 twee jaar achtereen wereldkampioen allround schaatsen. In Inzell, na een fel bevochten titelstrijd, stond hij op zondagmiddag eerste en was kampioen. Een aardige collega van me vroeg hem, zonder blikken of blozen eigenlijk: "En Hein…Blij?"

Vergeer keek de man even strak aan, trok een snoetje en antwoordde koeltjes: "Nou nee, valt reuze mee, hoor."

Ster advertentie
Ster advertentie