Naar homepage
Binnenland

Arend Jan Boekestijn: De prijs van een democratisch geweten

foto: ANPfoto: ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. Arend Jan Boekestijn: De prijs van een democratisch geweten

[EO] Hmm. De prijs van principes. Principes zijn toch goed? Die moet je toch nooit verkwanselen? Men kan toch niet de moraal overboord gooien? Dat doen toch alleen slechte mensen?

In Nederland proeven wij altijd eerst elkaars nieren. Je hoort mensen vaak zeggen ‘hij heeft het hart op de goede plaats’. In onze cultuur worden immers goede intenties vaak belangrijker gevonden dan de eventuele slechte gevolgen die uit die goede intenties kunnen voortvloeien. Dat is vreemd want net zoals het slechte soms het goede kan baren geldt dat ook vice versa. Moraal is ambigu.

Een voorbeeld. Ontwikkelingshulp heeft als doel om de allerarmsten van schrijnende armoede te verlossen. Dat is een prachtig doel, maar als de hulp in de handen komt van corrupte regeringen blijven mensen arm. Sterker nog, de reden dat arme mensen arm zijn ligt vaak aan corrupte regeringen die weinig tot niets ondernemen om hun volk in de vaart der volkeren omhoog stuwen. Ontwikkelingshulp kan dus averechts werken. Goede intenties kunnen immers tegengestelde gevolgen sorteren.

Dit fenomeen dat intenties belangrijker worden gevonden dan gevolgen, kan men overal waarnemen. Zo ook tijdens de debatten over de Westerse politiek t.a.v. de burgeroorlog in Syrië. In de eindeloze discussies over hoe het Westen hier zou moeten opereren, tekenden zich vanaf het begin twee denkscholen af.

De aanhangers van de eerste denkschool betoogden vanaf het begin dat er met president Assad geen zaken konden worden gedaan. Met een dictator die wreed optreedt tegen demonstranten die democratie opeisen kunnen immers geen zaken worden gedaan. Het gevolg was dat het Westen ervoor koos om sancties in te stellen tegen Assad en elke vorm van onderhandeling met hem afwees. Het gevolg was dat de burgeroorlog zich maar voortsleepte, mede omdat het Westen niet bereid was militair te interveniëren terwijl Iran en Rusland dat wel deden. Onnoemelijk menselijk leed bleef zich maar opstapelen.

De aanhangers van de andere denkschool wezen op het feit dat Syrië bijzonder weinig ervaring had met democratie en daarmee de kans niet al te groot moest worden geacht dat een dictatuur plaats zou maken voor een democratie. Zij wezen er ook op dat in vergelijking met IS Assad toch echt het minste kwaad was omdat de minderheden in Syrië enigszins beschermd werden door de regerende Alawitische minderheid terwijl IS korte metten met hen zou maken. Onderhandelingen met Assad werd door hen onvermijdelijk geacht.

Het interessante is nu dat onze minister van Buitenlandse Zaken achter elkaar twee buitengewoon gezanten voor Syrië heeft aangesteld die niet dezelfde denkschool aanhingen. In 2014-2015 trad Marcel Kurpershoek aan, die niets wilde weten van onderhandelingen met Assad. Kurpershoek is een erudiet arabist die prachtige boeken geschreven heeft over het Midden-Oosten die ik met grote belangstelling heb gelezen.

Eind 2015 werd echter na Kurpershoek Nicolaos van Dam buitengewoon gezant. Van Dam is minstens zo erudiet als Kurpershoek. Zijn proefschrift over Syrië is nog steeds een standaardwerk. Van Dam heeft al vanaf 2012 betoogd dat het onverstandig is van het Westen om niet met Assad aan tafel te gaan zitten.

Hij betreurt met name de Westerse eis dat Assad moest vertrekken voordat er gesprekken zouden kunnen plaatsvinden. Assad is immers onderdeel van de Alawitische bestuurlijke elite die er geen enkel belang bij heeft om de macht op te geven aangezien de soennitische meerderheid die in het verleden de Alawieten discrimineerden dat weer zullen gaan doen als zij de macht verwerven. De eis dat Assad moest aftreden gaf de Alawieten dus geen andere keus om door te vechten tot het bittere einde.

Van Dam besteedt ook veel aandacht aan de geopolitieke dimensie. Aangezien het Westen militair zijn vingers niet wil branden, kregen Rusland en Iran de kans om het machtsvacuüm te vullen. Assad heeft met de steun van Moskou en Teheran zijn militaire positie dramatisch kunnen verbeteren met dank aan Obama die rode lijnen immers uitsluitend een verbale invulling geeft.

Achteraf kan men vaststellen dat Van Dam gelijk heeft gekregen. Kurpershoek had weliswaar een punt dat onderhandelen met Assad de soenitische ontevredenheid nog meer zou aanwakkeren en ontvankelijker zou maken voor radicale groeperingen zoals IS en andere. Van Dam wijst echter op het feit dat de weigering van het Westen om met Assad te praten en hem een plaats onder de zon te gunnen de burgeroorlog onnodig heeft verlengd waardoor het aantal slachtoffers dramatisch is opgelopen.

Van Dam concludeert dat de Westerse ethiek die onderhandelingen met een dictator uitsloot vredesonderhandelingen hebben ondermijnd. Het goede baarde dus inderdaad het slechte. Juist door de Westerse moraal volgens welke dictators duivels zijn waar men geen zaken meedoet zijn er zoveel slachtoffers te betreuren.

God en de duivel zijn op elkaar aangewezen, schreef Goethe al maar het Westen hoopte dat Assad wel zelf zou opstappen als wij hem maar zouden negeren. Assad had echter alle reden om door te vechten omdat de kans dat een nieuw regime de rechten van de Alawieten zou beschermen niet al te hoog aangeslagen kon worden.

Het hebben van goede intenties is dus onvoldoende. Het gaat met name ook om de nefaste gevolgen die de toepassing van de moraal kunnen hebben. In Syrië pakte onze moraal heel erg bloedig uit. De humanitaire prijs van ons democratisch geweten was hoog. Absurd hoog.

Overleg met Assad in een vroeg stadium had veel ellende kunnen voorkomen. Niemand op het ministerie of in de politiek luisterde echter naar Van Dam in 2012. Vier jaar later is het niet veel beter. Het gevolg is dat in Aleppo nu een ongekende humanitaire crisis woedt die aan de onderhandelingstafel had kunnen voorkomen.

Arend Jan Boekestijn is columnist en Lecturer International Relations Utrecht University

Ster advertentie
Ster advertentie