Binnenland
BNNVARA

Het allemansrecht van de Noorse natuur

foto: Vroege Vogels
  1. Nieuwschevron right
  2. Het allemansrecht van de Noorse natuur

"Tijdens een van de wandelingen vroeg ik Mieke aan wie dit land eigenlijk toebehoorde, waar haar tuin stopte, waar de bordjes en hekken waren. Ze vertelde me toen over allemansretten, het allemansrecht dat in Noorwegen geldt", zegt Bibi Dumon Tak in haar column voor Vroege Vogels. "Zolang je geen schade toebrengt aan de natuur mag je overal lopen, overal je tent opslaan en niet-beschermde bessen en paddenstoelen plukken zoveel je wilt. Hekken waren niet nodig. Het Noorse land was van iedereen."

Toen de nieuwe bibliotheek van Rotterdam werd geopend nam ik er direct mijn intrek. Ik kwam er bijna iedere dag. Ik leerde er voor mijn eindexamen, ik leende er boeken en ik keek uit over de stad. Eindeloos keek ik uit over de stad, mijn stad, die ik zeker te weten nooit zou verlaten, maar als ik die stad verliet zou Narvik mijn bestemming zijn. Op een van de ramen op de zesde verdieping stond namelijk de skyline van Rotterdam afgebeeld, met daaronder de tekst: Als dit Narvik was, zou ik beter kijken. Een zin gebaseerd op het gedicht ‘Bij Loosdrecht’ van K. Schippers. Dat luidde:

Als dit Ierland was, 
zou ik beter kijken.

Narvik heeft sindsdien mijn geografisch brein niet meer verlaten. Voor mij gold dan ook: eerst Narvik zien, dan sterven. Deze maand was het zo ver. Niet het sterven, maar wel Narvik zien. 

De reis begon in de bus die ons naar het station in Amsterdam bracht. Vandaar ging het noordwaarts naar Hamburg, Kopenhagen, overstappen in Stockholm en Boden, voorts via Kiruna naar Narvik, het noordelijkste treinstation van Europa. 

Ik was bij aankomst opgewonden en uitgelaten. De sneeuw viel in dikke vlokken neer. En toch leek de lucht er helder en scheen de wassende maan op de daken van de stad. Ik weet het, dat kan niet. Maar toch was het zo. Dit was Narvik, en ik zou niet beter kijken, ik zou op m’n best kijken. Die avond ging ik al op pad. Het donker gaf licht. Geen Noorderlicht, maar beloftelicht.

Het werd, hoe zal ik het zeggen, een deceptie. Narvik bleek het lelijke kleine broertje van Rotterdam. Niets te beleven, om snel uit weg te gaan.

We verlieten Narvik noordwaarts met de bus. Ik keek de stad nog even na en voelde geen weemoed. We reden daarna vier uur lang over een slingerende weg naar Tromsø. Op het busstation stond vriendin Mieke ons op te wachten. Ze woont in een klein vissershuisje in het niemandsland aan een fjord in Lyngen. De dagen die volgden brachten we door in euforie. We doorkruisten op sneeuwschoenen een wereld die zo wonderschoon was, zo leeg, zo vers, zo ongeschonden dat ik eigenlijk niet meer terugwilde naar huis. Ik wilde bij Mieke blijven, en bij haar otter die in het boothuis woonde.

Deze reis keek ik niet beter, ik keek niet best, ik keek alsof ik nieuwe ogen had. De bergen om ons heen waren zo wit, zo vreselijk wit alsof iemand ze er niet lang daarvoor had neergezet om de oude te vervangen.

Iedere namiddag keerde het arctisch licht de blauwe lucht. Een staalgrijze zee klotste tegen de besneeuwde voet van kersverse bergen aan. En klommen je ogen vijftienhonderd meter langs de besneeuwde rotsen omhoog dan zag je hoe de witte spitsen reikten naar een fluorescerend roze hemel.

Tijdens een van de wandelingen vroeg ik Mieke aan wie dit land eigenlijk toebehoorde, waar haar tuin stopte, waar de bordjes en hekken waren. Ze vertelde me toen over allemansretten, het allemansrecht dat in Noorwegen geldt. Zolang je geen schade toebrengt aan de natuur mag je overal lopen, overal je tent opslaan en niet-beschermde bessen en paddenstoelen plukken zoveel je wilt. Hekken waren niet nodig. Het Noorse land was van iedereen. 

Eenmaal weer thuis, honderd kilometer ten noorden van Rotterdam, probeer ik de kleuren, de versheid, de betovering en het allemansrecht vast te houden. Vooral dat laatste. Een moederrat met vijf jongen is tijdens onze afwezigheid in ons tuintje komen wonen. Precies onder de silo met vogelvoer. Mieke heeft een otter. Haar buurman een eland. En ik heb ratten in de tuin. Ik ga maar een bordje op de schutting schroeven: als dit lemmingen waren, zou ik beter kijken.

Vroege Vogels: iedere zondagochtend van 07.00 tot 10.00 uur.

Vroege Vogels is hét programma over natuur en milieu. Op zondagochtend te beluisteren op NPO Radio 1 en vrijdagavond te zien op NPO 2. Like Vroege Vogels op Facebook of volg het programma op Twitter of Instagram.

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl