appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharesorter--up-and-down star--open-and-filled star-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
STER Advertentie

Laatste worden in de Tour de France: de lusten en lasten van de Rode Lantaarn

AFP
zaterdag 27 juli 2019 | AVROTROS | Mart Smeets

Het zal U als sportliefhebber wellicht nooit heel erg opgevallen zijn, maar in de Ronde van Frankrijk is het bereiken van de allerlaatste plaats in het eindklassement sinds jaar en dag een strijd, die soms op werkelijk leven en dood gaat. Wat? De laatste plaats? Wie wil er nou laatste worden? Zelfs in die overdreven opgehemelde Tour de France.

Vergist U zich niet: sinds een eeuw wordt daarom gestreden en heeft het behalen van de allerlaatste stek in het klassement het beste en slechtste uit mensen gehaald. Laatste worden leek dan weliswaar een bijna licht vernederende positie, maar zo lag het niet. Laatste worden betekende voor de betrokken renners toch een extra vermelding. En toen er in heel Europa criteriums na de Tour werden verreden, werd het mode de nummer laatst van de Tour van dat jaar ook op de startlijst te krijgen. Als extra attractie.

Werd er voor Lance Armstrong (plus drie knechten) wel vijftigduizend euro neergelegd, de nummer laatst kon toch ook glimlachend zijn rondjes rond de kerk afleggen. Ook voor die gasten lag er een fijn bedragje (soms in baar geld, toegestopt in een envelopje) van zo’n vier of vijf duizend gulden klaar. Waar winnaars werden toegejuicht, gold dat ook voor de grote verliezers. Ze werden apart aan het publiek voorgesteld: neen, het was geen vernedering, maar een geste aan diegene die (vaak) zo slim was geweest 'laatste te worden'. 

Strijd om de laatste plaats

Ik weet nog dat Aad van den Hoek de derde Nederlander in de Franse Ronde werd die in Parijs op de lijst stond: hij werd in 1976 op meer dan drie uur gereden, maar liet de kassa toch nog beperkt spelen. Hij kreeg meer startgeld dan wanneer hij ergens middenin het klassement was geëindigd. Ik weet ook dat de geslepen Brabantse prof Mathieu Hermans er alles aan deed om in de Tour allerlaatste te worden, hetgeen hem tweemaal lukte: in 1987 en 1989. 

Neen, hij schaamde zich er helemaal niet voor, sterker nog: hij moest de strijd aangaan met anderen die ook graag laatste wilden worden. En de mensen van de na-Tour-criteriums stonden voor hem in de rij. Luid werd hij aangekondigd: "En dames en heren… hier is hij dan, de allerlaatste van de afgelopen Tour… Uw eigen Mateo Hermans…" Applaus, applaus, applaus. Pardon? Ja, ook dit gebeurde.

Verstoppen in de bosjes

De heren Tesniere (Frankrijk) en Schönbacher (Oostenrijk) verstopten zich achter bosschages of in tunnels en bij viaducten om maar niet gezien te worden door concurrenten voor de laatste plaats. Als de concurrenten gepasseerd waren, sprongen ze op hun fiets en reden, luid lachend, richting finish en richting spaarpot. Die merkwaardige ereplaats leverde immers puur centen op. Duizenden guldens in de jaren zeventig en tachtig en later nog veel meer. Onze landgenoten Janus Hellemons (1938), Rob Harmeling (1991), Mathieu Hermans (1987 en 1989), Aad van der Hoek (1976), John Talen (1994) en Frits Hoogerheide (1970) staan op de gulden erelijst van allerlaatsten.

Meer dan twaalf jaar geleden had ik eens een afspraak met die Frits Hoogerheide. We ontmoetten elkaar in Zuid-Limburg in het weekend van het Nederlands kampioenschap. Ik kende zijn reputatie (dat hij zeer bescheiden was over zijn loopbaan), maar wist niet dat hij zich ronduit geneerde dat hij ooit laatste in de Tour geworden was.

Schaamte voor de laatste plek

Waar hij kwam in zijn jaren na renner te zijn geweest, werd hij nageroepen en nagewezen 'daar is de laatste van de Tour'. Iets dat hem geweldig tegen ging staan en hem noopte om niet meer in het openbaar naar buiten te treden als oud-renner. Hij schaamde zich voor zijn laatste plaats en in het interview dat ik 'on camera' met hem maakte, moest een pauze ingelast worden, omdat hij zijn gevoelens niet meer onder controle had.

Hij wilde helemaal niet die nummer 100 van die Tour zijn. Hij had zich het snot voor ogen gereden en was gewoon een maatje te klein voor dat werk. Hij was niet goed genoeg en dat stak hem zeer. Ik vroeg hem of hij de beelden dan wel uitgezonden wilde hebben en na enig nadenken knikte hij: "Misschien werken ze wel therapeutisch", zei hij. Hij zei me dat hij het fijn vond dat ik aan hem gedacht had en naar hem had willen luisteren. Dat die laatste plaats in de Tour hem tot schaamte bracht, deed mij toen kopschuw voor het onderwerp worden. Deze man, een zeer beperkte, aardige, lieve wielrenner uit Brabant, zat daar zo geweldig mee, dat ik besloot het onderwerp 'de laatsten van de Tour' maar voor enige tijd op te bergen en ernstig te 'verkleinen'.

Goed startgeld 

Toen Hermans, Talen, Harmeling en Van der Hoek me lieten weten dat zij er geen enkel probleem mee hadden, veranderde dat mijn beeld op het onderwerp enigszins. John Talen (1994) vond het niet echt leuk laatste te staan, maar de renners rond hem vertelden hem van de goede startgelden in de criteriums en dus dreef hij maar mee naar Parijs; een beetje contre-coeur, maar toch ook weer niet helemaal.

Frits Hoogerheide legde me uit dat hij als uiterst beperkte, slecht verdienende prof naar het grootste fietsfeest ter wereld had mogen gaan en dat hij zich gedurende drie weken het apelazarus gereden had om iedere dag weer op tijd binnen te komen. Dat zijn familie trots was, dat hij in zijn straat aanzien had, dat hij die weken in juli meetelde… De anderen in Frankrijk waren veel te goed voor hem en hij deed er echt alles aan om niet laatste te worden. Of ik dat maar wilde begrijpen.

'Zo'n vernedering om laatste te worden'

We lasten een pauze in ons gesprek in en ik zat ineens tegenover een gebroken man. Tranen vulden zijn ogen… Hij schaamde zich, hij had niet harder kunnen fietsen, hij was de allerlaatste van die Tour van 1970. "Weet je wat dat betekent… als je allerlaatste wordt… dat is een vernedering Mart, zo heb ik het altijd gevoeld… tegenwoordig lees ik van al die renners die laatste willen worden… daar kan ik niet tegen", vertelde hij. Frits Hoogerheide, die toch al de donkere kant van het leven meemaakte in de herfst van zijn leven, zei me toen: "Jongen, ik heb met Eddy Merckx en Joop Zoetemelk schouder aan schouder gereden… daar hoor je nooit iemand over… dat doet me juist zo’n pijn…" En hij werd stil en depte zijn ogen.

De Belg Wim Vansevenant werd, God betere het, drie jaar achtereen allerlaatste in de Tour, 2006, 2007 en 2008. En van oor tot oor lachte hij de lucratieve criteriumcontracten in zijn land en bij ons in Brabant naar zich toe. Om laatste te worden, moest je ook slim kunnen rijden, vergeet dat niet en in de laatste week van de Tour kreeg je cameraploegen van heel wat televisieprogramma’s op bezoek… ze wilden allemaal weten hoe je dat deed… laatste worden. En of dat geen pijn deed? En vooral: hoeveel dat opleverde?

64 uur achterstand 

Overigens was de eerste laatste in de Tour een eerbiedwaardige fietser die door de wereld reed onder de naam Arsène Millocheau. Hij had meer dan 64 uur achterstand op Maurice Garin in 1903. De twee zagen elkaar nooit, maar de nummer laatst eindigde als 21ste zijn eerste Tour. Hij kwam alleen dik twee dagen later in Parijs aan dan de winnaar en er stond helemaal niemand om hem te ontvangen. En er was geen rennersmanager die een criterium-contractje bij zich had.

Dit jaar? Er is een strijd losgebarsten tussen onze landgenoot Sebastian Langeveld en zijn directe opponent Yoann Offredo. Op donderdagavond jl. stond Langeveld nog precies drie seconden voor de Fransman en wat zou dat worden op vrijdag en zaterdag? Wie ging hier laatste worden? Wilde Langeveld dat wel? Of eigenlijk toch ook niet? Beiden stonden ongeveer een volle etappe achter gele truidrager Julian Alaphilippe. Zou Langeveld eraan gedacht hebben zich ergens in de bosjes te verstoppen om Offredo langs te laten rijden en even later weer op te stappen. Was dat sportief? Of was het berekenend?

Rode lantaarndragers

Moest hij aan de criteriums denken en avond aan avond het applaus van het semi-dronken fietsvolk over zich heen krijgen: "Ja... daar is 'ie dan… een denderend applaus voor de nummers laatst van de afgelopen Tour… dames en heren hier is…" Wilde hij dat? Kon hij contracten afsluiten van zeker vier ruggen per criterium… dat was wel een flink zakgeldje… en daar had hij zich toch drie weken helemaal voor leeg getrokken in Frankrijk. Maar ja… zes criteriums was toch ook een nieuwe keuken thuis, nietwaar?

Die lijst van laatsten (de rode lantaarndragers) bevat speciale renners. De Amerikaan Lawson Craddock stond vanaf de eerste tot en met de laatste etappe op de laatste plaats van het klassement in 2018. De Fransman Jacky Durant werd in 1999 allerlaatste, terwijl hij ook de Prijs van de Strijdlustigste Renner over de hele Tour gemeten, wist te winnen. 

Hulp om laatste te worden

Cheng Ji werd in 2014 allerlaatste en zei erbij: "De eerste Aziaat die dat gelukt is." De Zwitser Gilbert Glaus werd eerst wereldkampioen bij de amateurs en vlak daarna allerlaatste in de Tour. En wat te denken van de ouders van Igor Flores, de Spanjaard die in 2002 allerlaatste (153e) werd. In 2005 mocht broer Iker naar de Franse ronde en… ja hoor, zo zit ook deze wereld in elkaar, iedereen hielp mee om ook deze tweede zoon uit een familie met de rode lantaarn over zijn schouder te laten fietsen en hem als 155e te verwelkomen in Parijs.

Ik moest weer denken aan die fraaie middag in Limburg met Frits Hoogerheide aan de koffie… Een man die zo trots was geweest dat hij, als klein Brabants coureurtje, met al die grote meneren van toen samen in Frankrijk had mogen koersen… En tegenwoordig werd hij, ieder jaar weer, in het rijtje van allerlaatsten geplaatst en dat wilde hij dus niet… Hij weigerde eigenlijk de krantenstukken over de rode lantaarn te lezen. Tranen welden traag op, tranen van schaamte…

Frits overleed op 3 november 2014, las ik in die dagen. Hoe zou Petrus hem boven ontvangen hebben?

Over Mart Smeets

Mart Smeets is radio- en televisiepresentator, journalist en sportcommentator. Iedere zaterdag beschouwt hij voor EenVandaag gebeurtenissen en verhalen uit de sportweek, en zaken die daar aan verwant zijn.

 

 

Correctie melden

STER Advertentie
Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1