Naar homepage
Politiek

Waarom politieke partijen miljoenen op de plank hebben liggen maar toch meer geld willen
BNNVARA

foto: ANPfoto: ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. Waarom politieke partijen miljoenen op de plank hebben liggen maar toch meer geld willen

Al jaren klinkt dezelfde verzuchting uit monden van politici en
experts: partijen en fracties hebben te weinig geld en mankracht om de macht
goed te controleren, ideeën te ontwikkelen, kortom: hun politieke werk
goed uit te voeren. In 2019 maakte de Tweede Kamer daarom miljoenen extra vrij.
Samen met De Groene Amsterdammer onderzocht De Nieuws BV wat er
met dat geld is gebeurd. Heeft het de inhoudelijke kant van de politiek
versterkt of is het nog steeds vechten tegen de bierkaai? En hoe kan het dat er
geld bleef liggen?

Belangrijkste bevindingen

- In 2020 hielden de Kamerfracties zo'n €7,6 miljoen euro over (op de ca. 8,3 miljoen euro die dat jaar extra naar de fracties is gegaan).

- Niet alle Tweede Kamerfracties hebben het extra geld gebruikt.

- De meeste fracties hebben het geld nodig om reserves aan te houden vanwege electorale schommelingen of om verliezen te compenseren. Ook is het geld ingezet om extra inhoudelijk medewerkers aan te nemen.

- Het gemiddelde aantal inhoudelijke medewerkers is 1,5 fte per Kamerlid bij 8 grote fracties

- De SP heeft van 8 grote fracties de meeste inhoudelijke ondersteuning per Kamerlid (2,5 fte).

- Achter de schermen is een vaste bijdrage voor partijdenktanks gesneuveld.

Als politicus om geld vragen, is taboe in Den Haag, of het nou gaat om wachtgeld of partijsubsidies. Oud-D66-leider Pechtold vatte het in Vrij Nederland bondig samen bij zijn vertrek uit de Tweede Kamer: "Niemand durft te zeggen dat Kamerleden veel meer ondersteuning nodig hebben. Anderhalve medewerker heb je, en daar moet je het mee doen tegenover ministeries met duizenden ambtenaren. Zo hol je de democratie langzaam uit."

Gert-Jan Segers, de voorman van de ChristenUnie, liet dit verschil beeldend zien. In februari 2019 plaatste Hugo de Jonge, minister van VWS, een foto op Twitter met daarop een horde aan ondersteuning bij het debat: de foto telt zestien medewerkers. Daarop reageerde Segers met een foto waarop zijn ondersteuning te zien is: een lege kamer met precies 0 mensen.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Gelijk over gebrekkige ondersteuning

Hordes geleerden gaven Pechtold en Segers gelijk over de gebrekkige ondersteuning. Van de Staatscommissie Remkes tot onlangs nog de Raad van Europa en de Raad voor het Openbaar bestuur. Uit onderzoek van De Nieuws BV uit 2019 bleek ook dat van 49 Kamerleden, twee derde de ondersteuning véél te mager vond. Maar ze fluisterden het zachtjes en anoniem. Zeggen dat je geld wil voor politiek in plaats van huizen of zorg, maakt niet populair, zo wordt gevreesd.

Bij eerdere ophogingen zetten politieke tegenstanders dan ook gretig de aanval in. 'Schaamteloos', noemde Kamerlid Remi Poppe (SP) een vermeerdering van fractiebudgetten met zeven miljoen gulden eind jaren 90. Een aanval die toen afketste op de onverstoorbare VVD'er Johan Remkes, inmiddels informateur en oud-voorzitter van de staatscommissie. Het SP-betoog vond hij 'getuigen van een schaamteloze demagogie'.

Meerderheid voor extra geld

Impopulair of niet, in 2019 ontstaat er langzaam een meerderheid voor extra geld. Ook van buiten het parlement klinkt bijval. Lobbyist Oliver van Loo start een heuse petitie, samen met Tom Kunzler en journalisten Berend Sommer en Geerten Waling. De petitie krijgt uiteindelijk iets meer dan 2100 handtekeningen.

"Het is niet zeldzaam dat een Kamerlid zegt: jij zit net wat beter in de materie, schrijf jij anders even mijn bijdrage of een motie", verklaart lobbyist Van Loo terugblikkend. Heeft hij daar als lobbyist dan geen baat bij, als hij zo dicht op de knoppen zit? "Ik vind het soms wel verontrustend dat je Kamerleden nog helemaal op een bepaald niveau moet krijgen om een vruchtbaar gesprek te voeren."

Verlossing: de Jettengelden

In september 2019 is de kogel door de kerk. De Tweede Kamer stemt in met de motie van D66-fractievoorzitter Rob Jetten die meer budget regelt. De komende jaren komt er elk jaar 10 miljoen euro bij voor ondersteuning in het parlement (waarvan zo’n 8,3 miljoen naar de fracties) en negen miljoen voor politieke partijen. De 'Jettengelden' heten ze al snel.

Het is een schijntje op de rijksbegroting, maar voor partijen is het een forse stap. De partijorganisaties krijgen de helft meer subsidie, de fractie bijna een derde. Alleen PVV, FVD en SP stemmen overtuigd tegen. Baudet verklaart in het debat: "Als we nog meer medewerkers krijgen, krijgen we nog meer gekte."

Waarom krijgen partijen geld van de overheid?

Pas sinds de jaren '60 en '70 is er geleidelijk aan subsidie gekomen voor Kamerfracties en politieke partijen. Direct na de oorlog was er voor Kamerleden zelfs bijna niets geregeld. Zo memoreerde minister Beernink van Binnenlandse Zaken zich eind jaren '60: "In die tijd waren er nog geen fractiekamers en werd er nog in het geheel niet gedacht aan fractiebijstand. Er was nog geen lift in het Kamergebouw."

Sinds de ontzuiling vanaf het eind van de jaren '60 zijn de ledentallen teruggelopen en kunnen partijen minder rekenen op een vaste achterban bij de stembus. Door versplintering en teruglopende partij-inkomsten is de roep om subsidie daardoor steeds groter geworden. Overheidssteun werd noodzakelijk om de politieke partijen overeind te houden.

Dat is te verdedigen, zegt Kars Veling. De voormalig directeur van ProDemos, een democratisch voorlichtingsinstituut, leidde in 2017-2018 een evaluatiecommissie naar de wet die de subsidie regelt voor partijen. Die commissie concludeerde dat partijen in de toekomst 'extra armslag' (en dus geld) nodig hebben om hun taken 'in de toekomst adequaat uit te kunnen voeren' .

Ideaal is subsidie volgens Veling niet, maar omdat hij partijen vooralsnog onmisbaar acht, ontkom je er niet aan. "Dan kun je zeggen: nou, we zien wel waar het schip strandt. Maar als je vindt: Nee dat is te simpel, het publieke belang van politieke partijen willen we toch stutten, dan is er iets voor te zeggen om [extra] te gaan subsidiëren."

Subsidie stelt de Kamer ook voor een dilemma: wie eisen stelt aan de subsidie, tast de vrijheid en onafhankelijkheid van partijen aan. Maar zonder eisen is er geen garantie tegen verkwisting van belastinggeld. Oud-Kamervoorzitter Arib vertolkte die zorg in tv-programma Buitenhof: "Als de fractie ervoor kiest om meer voorlichters aan te stellen, dan heb je eigenlijk niks aan die ondersteuning."

Hoe is het Jettengeld besteed?

Hoewel de Jettengelden er zijn gekomen na aanhoudende kritiek op gebrek aan inhoudelijke ondersteuning, is in de motie niet opgenomen hoe de Jettengelden besteed moeten worden. De partijen en fracties zijn hier vrij in. Zijn de Jettengelden dan wel besteed aan de inhoud?

De Groene Amsterdammer en De Nieuws BV vroegen aan de tien grootste fracties in het parlement hoe zij de Jettengelden besteed hebben. Alleen PVV en FVD kwamen - ondanks herhaaldelijk aandringen - niet over de brug. Ook zijn de jaarrekeningen van de partijen, Tweede Kamerfracties en Wetenschappelijk Bureau's geanalyseerd.

Het valt op dat er behoorlijk veel geld op de plank blijft liggen bij de Tweede Kamerfracties. In 2020 bij elkaar zo'n 7,6 miljoen (€7.632.195 om precies te zijn). Best een flink bedrag vergeleken met de 8,3 miljoen die zij extra kregen met de Jettengelden. Met name de Tweede Kamerfracties van de PVV en VVD hebben structureel veel geld over, in 2020 hebben de partijen allebei zo'n twee miljoen aan reserve.

foto: De Nieuws BV

Overschotten/tekorten Tweede Kamerfracties 2020 (10 grootste fracties)

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Waren die Jettengelden dan wel nodig? "Ja , zeggen de meeste partijen uit onze rondgang: D66, CDA, GL, PvdD, CU, PvdA. De reserves van deze partijen zijn niet zo hoog als die van de VVD en PVV en zijn volgens hen nodig om het (eventuele) verkiezingsverlies op te vangen.

Als een partij een enorme nederlaag heeft te verwerken, zoals toen de PvdA in 2017 29 zetels verloor, moet de fractie veel personeel wegsturen. "Van alle tijdelijke medewerkers werd direct na de verkiezingen (van 2017 red.) afscheid genomen", aldus de PvdA. Het gemiddeld aantal medewerkers per Kamerlid is 1.5 fte. Een Kamerlid van de SP heeft met gemiddeld 2.5 fte aan beleidsmedewerkers, de meeste inhoudelijke begeleiding.

foto: De Nieuws BV

Aantal inhoudelijke beleidsmedewerkers per Tweede Kamerfractie (We hebben alleen geïnventariseerd bij de 10 grootste fracties)

*Op basis van antwoorden van de politieke fracties zelf, op de vraag hoeveel voltijdsmedewerkers ('fte') zich volledig – of bijna volledig – bezighouden met beleid en politieke inhoud. Politiek strategen, stagiaires, voorlichters en communicatie-medewerkers mochten niet worden meegerekend. Alleen fracties met vijf of meer zetels zijn geënquêteerd.

Toch geven zes van de tien ondervraagde fracties aan inmiddels extra medewerkers te hebben aangenomen, die fracties inhoudelijk versterken. GroenLinks en D66 hebben zes extra beleidsmedewerkers aangenomen, de Partij voor de Dieren vijf, de ChristenUnie drie, de PvdA twee en ook het CDA heeft het geld "bijna uitsluitend aan extra medewerkers besteed".

Er zijn twee Tweede Kamerfracties die de Jettengelden niet nodig vinden: de VVD en de SP. De VVD had in 2020 een overschot van maar liefst €2.377.356. Die Jettengelden zijn dus niet per se nodig, en wat niet besteed is "wordt aan het eind van het jaar teruggestort", aldus de VVD. De SP "was en is nog steeds geen voorstander" van de Jettengelden. "De SP kent een unieke solidariteitsregeling waarbij volksvertegenwoordigers een deel van hun vergoeding afdragen aan de partij." Wel heeft de partij gebruikgemaakt van de Jettengelden om het verlies van vijf zetels na de laatste verkiezingen te compenseren.

Politiek landschap

Ondanks de Jettengelden zijn sommige Kamerleden nog steeds krap bemand. Zo moet Pieter Omtzigt het met zijn 'groep' doen met 1,5 medewerker in totaal. Veel te krap, vindt hij: "Ik vind het heel bizar dat wij met alle gelden ongeveer 35 miljoen aan fractieondersteuning betalen en dat wij alleen al voor de verhuizing van het Binnenhof 700 miljoen betalen. Daarvan kun je dus 20 jaar de ondersteuning van de fracties betalen."

Kamervoorzitter Vera Bergkamp laat weten dat fracties zelf bepalen hoe zij hun geld uitgeven. Toch pleit ook zij voor meer ondersteuning, maar passend bij een Kamer met veel meer kleine fracties: "Ons politieke landschap is veranderd", zegt Bergkamp, "nu hebben we negentien fracties of groepen en dat betekent dat je opnieuw moet kijken naar je werkwijze en naar je instrumenten."

Zij wil daarom extra geld voor een ondersteunende, politiek-neutrale, dienst waar álle fracties een beroep op kunnen doen, los van de verkiezingsuitslag: de Dienst Analyse en Onderzoek. "Je merkt gewoon dat er ontzettend veel vragen komen over staatsrecht, budgetrecht, uitvoerbaarheid van beleid. Dus we moeten die dienst echt gaan versterken." Deze week stemt de Kamer over haar voorstel. "Een eerste stap."

Kritische vrienden

Naast de fracties kregen ook de politieke partijorganisaties een deel van het Jettengeld. Negen miljoen. Een flinke buffer, zeker voor partijen die kampen met tegenvallende verkiezingsuitslagen. Maar bij het extra geld gebeurt wat opvallends: waar normaal een vast deel van de subsidie gereserveerd is voor de denktanks, ontbreekt die verplichting bij de Jettengelden.

Toen Kars Veling in 2017 met zijn commissie het stelsel van partijsubsidies onder de loep nam, kreeg hij nog het dringende verzoek van partijen zelf om die verplichte afdracht aan de denktanks of WI's (wetenschappelijke instituten) overeind te houden: "Je hebt WI's en bedachtzame mensen, ook de penningmeesters die zeggen: breng me nou niet in de verleiding om het geld te gaan toevoegen aan de campagne. Bescherm ons tegen onszelf."

De partijen hechten aan de denktanks of 'WI's' als noodzakelijke, inhoudelijke, buitenboordmotoren, hoeders van de partij-ideologie. Sommige denktanks vormden niet alleen het gedachtegoed en later beleid, maar ook halve kabinetten. De Wiardi Beckmanstichting (PvdA) bracht premier Joop den Uyl voort, het WI van het CDA premier Balkenende.

Coen Brummer, directeur van D66-denktank de Mr. Hans van Mierlostichting omschrijft zijn club als 'kritische vriend'. Wouter Beekers, directeur van het Wetenschappelijke Instituut van de ChristenUnie: "De opdracht die wij meekrijgen is: help ons met het vinden van die stip [op de horizon]." Want in den Haag gaat volgens hem veel tijd op aan de actualiteit. "Beeld is altijd urgent en de inhoud al snel secundair."

De Slag om de denktanks

Het is dan ook een zware teleurstelling voor de directeuren van de WI's als zij erachter komen dat ze geen recht hebben op Jettengeld. Zij willen immers niet bedelen bij de partij waar ze soms ook kritisch op willen zijn. "Het is onwenselijk dat ik m’n hand moet ophouden voor rijkssubsidie", zegt Pieter Jan Dijkman, baas van het CDA WI. "Je moet je vrij voelen. Ik ben in dienst van de christendemocratie, niet van het CDA."

Eind 2019 gaat er zelfs een mail rond bij de WI’s van de coalitiepartijen. "Zullen we even bij elkaar komen om het lijntje kort te houden? Om te zien wat hier is gebeurd?" Op 5 december steken ze de koppen bij elkaar over de subsidie-roe die ze van de politiek kregen. Een gezamenlijke lobby komt niet van de grond. Sommige WI's voeren al goede gesprekken met de partij en zo lopen de belangen toch weer uiteen.

Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat het de VVD was, die geen verplichting wilde om een deel van de Jettengeld aan de WI's en andere neveninstellingen te geven. Dus ook niet naar de eigen denktank, de Teldersstichting. Die ziet het doordenken van liberale principes als zijn belangrijkste taak, maar werd onlangs niet betrokken toen de VVD het eigen verhaal in een nieuw jasje stak met het boek 'Alles komt goed' van Klaas Dijkhoff of diens 'discussiestuk': 'liberalisme dat werkt voor mensen'.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Beeld vs. Inhoud

"Het is voor ons steeds moeilijker geworden om onze controlerende taak goed te vervullen", zei Rob Jetten (D66) bij het indienen van zijn motie. Twee jaar later blijkt zijn motie een tweesnijdend zwaard: het vangt de financiële klappen op van verkiezingsnederlagen en versplintering en het geeft ruimte aan partijen om eventueel extra medewerkers aan te nemen om de politiek inhoudelijk te versterken.

Toch is die financiële ondersteuning niet de enige oplossing voor een sterkere democratie, denken de bazen van de WI's. Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting: "Je moet het meer houden op de grote lijn en daar heb je denk ik beginselen voor nodig. Waar willen we heen?"

"Er is veel te veel nadruk op beeldvorming gekomen", constateert Coen Brummer, van de D66-Denktank. Wouter Beekers, baas van het Wetenschappelijk Bureau van de ChristenUnie spreekt over continue 'beeldbrandjes' waar Den Haag te veel tijd in moet steken, ten koste van de inhoud. "Beeld is urgent, ideeën raken op de achtergrond. Het is te veel spel aan het worden."

Maar principiële politiek, minder gericht op beeldvorming, kan dat wel zonder kiezers te verliezen? "Het spant erom komende jaren", denkt Dijkman (WI CDA). Veling: "Je loopt electoraal grote risico’s nu als je een beetje je achterban toch niet helemaal geeft wat die verwachtte of wil. Dus de stuurmanskunst is misschien wel lastiger dan ooit."

Slow politics

Pieter Omtzigt denkt dat goede ondersteuning kan helpen om die dynamiek te doorbreken: "Het is een vicieuze cirkel aan het worden: de Kamer controleert de wetgeving te weinig en waar de oppositie constructieve voorstellen doet, worden ze routinematig weggestemd", zegt het onafhankelijke Kamerlid.

Hij vervolgt: "Een deel van de oppositie reageert steeds heftiger. Het gevolg is dat het harde en saaie Kamerwerk van medewetgever onvoldoende oplevert en soms niet meer kan. Politici concurreren dan voor de zendtijd op televisie maar niet voor het maken van goede wetgeving."

Ook Kamervoorzitter Vera Bergkamp hamert erop dat er behalve extra ambtelijke ondersteuning en betere informatievoorziening door het kabinet, ook naar de cultuur in de Tweede Kamer zelf moet worden gekeken. 'Slow politics' noemt ze dat. "Zorg voor meer ruimte, meer tijd, ook om te reflecteren, met als doel goede wetgeving." Want: "Je kunt nog zoveel ondersteuning, kennis en informatie hebben, je moet ook tijd hebben om erover na te denken."

Dit onderzoek is gedaan in samenwerking met Coen van de Ven van de Groene Amsterdammer.

Lees hier het hele verhaal op NPO Radio 1 of het verhaal in De Groene Amsterdammer.

Meer van De Nieuws BV?

Volg ons op Instagram, Facebook en Twitter.

Ster advertentie
Ster advertentie