Afstandsmoeders krijgen excuses van de overheid. Terecht, vindt deze schrijver die er heel veel sprak
- Nieuws
- Afstandsmoeders krijgen excuses van de overheid. Terecht, vindt deze schrijver die er heel veel sprak
Tussen 1956 en 1984 moesten duizenden vrouwen en meisjes afstand van hun kind, omdat ze niet geschikt werden geacht om moeder te zijn. Vandaag krijgen ze officiële excuses van de overheid. Terecht, vindt journalist Christel Don die een boek schreef over de zogenoemde 'Afstandsmoeders'. "In 1956 werd de adoptiewet ingevoerd en dat maakte het mogelijk en het zorgde ervoor dat druk op ongehuwde moeders hoger werd", zegt ze in Dit is de Dag (EO).
Don sprak de afgelopen jaren heel veel afstandsmoeders. Hun verhalen zijn schrijnend. Ze waren vaak ongehuwd zwanger op jonge leeftijd en moesten onder druk van hun ouders het kind afstaan. De Raad voor de Kinderbescherming ging hier vaak in mee en liet de vrouwen een verklaring ondertekenen waarin stond dat ze vrijwillig afstand deden van het kind. Door de druk van de ouders en bijvoorbeeld ook van de kerk, was het nauwelijks vrijwillig te noemen.
Don: "Ik moet bijvoorbeeld denken aan Irene, die was 16 en wilde haar kind houden, maar dat mocht niet van haar vader. Toen is ze naar de protestantse Hendrik Pierson Vereniging gegaan, waar op haar werd ingepraat dat ze het kind moest afstaan, omdat geen man haar meer zou willen hebben."
Irene ging uiteindelijk naar het ziekenhuis, waar haar niks werd verteld over hoe de bevalling zou verlopen. "Ze werd onder narcose gebracht en toen ze wakker werd lag ze op de zolder van het ziekenhuis in een ruimte die daar niet voor bedoeld was. Haar buik was plat, haar baby was weg, en ze heeft hem nooit meer gezien tot aan de dag van vandaag."
In Dit is de Dag was ook Ellen Venhuizen te gast, die op haar zestiende haar kindje afstond. Benieuwd naar haar verhaal? Lees dit op DIT, het journalistieke platform van de EO.
Excuses van de overheid
Vandaag biedt staatssecretaris Claudia van Bruggen van Justitie en Veiligheid officiële excuses aan vanuit de overheid voor de rol die zij had bij de afstandsmoeders. Ondanks dat er vaak afstand van de kinderen werd gedaan onder druk van ouders en de kerk, is het ook terecht dat de overheid het doet, vindt Don. "In 1956 werd de adoptiewet ingevoerd en dat maakte het mogelijk en het zorgde ervoor dat druk op ongehuwde moeders hoger werd." In een toelichting op die wet werd dit zelfs benoemd: "Als we deze wet invoeren, wordt de druk op ongehuwde moeders niet groter? Maar dat werd in dezelfde toelichting gerelativeerd en in de praktijk terzijde geschoven."
De tijdgeest was anders, vertelt Don: "De christelijke moraal was toen nogal doordrenkt in de samenleving; als je ongehuwd zwanger raakte werd dat gezien als een grote schande." Daarnaast gaven psychiaters het ook een wetenschappelijke legitimering: "Ze zeiden: een kind kan beter opgroeien bij een vader én een moeder, dus die vrouwen werden vaak neergezet als labiel. Dat beïnvloedde enorm de instellingen die met ongehuwde moeders werkten. Die dachten altijd: moeders en kinderen horen bij elkaar, maar onder invloed van deze psychiaters en de adoptiewet veranderde dat."
De excuses zijn een goed signaal, maar ook nog maar een begin, vindt Don. Het zou goed zijn als andere instanties en ook kerken excuses aanbieden. "Uit onderzoek blijkt dat kerk en staat hand in hand gingen. Het was soms niet duidelijk wanneer de staat ophield en de kerk begon. Het zou goed zijn als de kerken dus ook met reflectie komen."
Gerelateerd




