appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharestar-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Afspeellijst Je afspeellijst is leeg

'Door onze manier van toetsen onderschatten we kinderen'

Unsplash
zondag 14 januari 2018 | NTR | Jessie van den Broek

Als we écht goed zicht willen krijgen op de capaciteiten van kinderen, moeten we ze eigenlijk op een andere manier testen. Dat vindt onderwijspsychologe Femke Stad, die deze week promoveerde aan de Universiteit Leiden.

Door de manier waarop we nu toetsen bestaat het gevaar dat we kinderen onderschatten, vertelt de onderzoeker. Bij veel tests – zoals de Cito-toets en intelligentietests – zitten alleen vragen in die je óf goed óf fout kunt beantwoorden. Er is geen feedback of interactie, en daar kan het ene kind nu eenmaal beter mee omgaan dan het andere. Daardoor kunnen sommige kinderen in zo’n test niet goed laten zien wat ze eigenlijk in hun mars hebben. 

Femke Stad was te gast bij Nieuws en Co en vertelde daar over haar onderzoek:

Beter zicht krijgen op wat kinderen écht kunnen

Hints geven

Stad deed onderzoek naar dynamisch testen, een manier van testen met meer interactie. Weet een kind het antwoord op een vraag niet, dan kun je het een hint geven om te kijken of het daarmee wél lukt. Stad: “Als een kind vastloopt bij een opdracht, kun je het bijvoorbeeld vragen ‘Weet je nog hoe je dit de vorige keer hebt opgelost?’ Voor sommige kinderen is dat al genoeg.”

De onderwijspsychologe onderzocht kinderen die moeite hebben met flexibel leren, zoals het schakelen tussen verschillende taken. Ze wilde weten of deze kinderen beter gaan scoren als je ze tijdens een dynamische test ondersteunt met training en feedback. Dat bleek inderdaad zo te zijn: de minder flexibele kinderen konden in de dynamische test net zo goed scoren als hun flexibelere leeftijdsgenootjes.

Kijken naar wat een kind wél kan

Betekent dat dan ook dat je kinderen kunt aanleren om flexibeler te denken en makkelijker te schakelen? Helaas niet, zegt Stad. “We zien dat de kinderen beter worden in de specifieke taak waarin je ze hebt getraind, maar dat ze die flexibiliteit niet altijd gemakkelijk kunnen toepassen op andere taken.”

Toch is dynamisch testen wel zinvol, vindt ze, vooral nu in het onderwijs steeds meer behoefte is om te kijken naar wat kinderen wél kunnen. “Veel kinderen krijgen een label opgeplakt, maar dat zegt vaak niet zo veel over wat een kind kan en welke ondersteuning het nodig heeft om goed te functioneren. Met dynamisch testen kunnen leerkrachten, hulpverleners en ouders daar een beter beeld van krijgen.”

Dynamisch testen kost meer tijd

Moeten we deze manier van testen dan maar op grote schaal invoeren? Dat is in praktijk nog niet zo eenvoudig, want vergeleken met een multiple choice-test als de Cito-toets is dynamisch testen een tijdrovende klus.

Maar, zegt Stad, “als toetsen straks digitaal gebeurt, wordt flexibel testen praktisch gezien een stuk makkelijker. Dan kun je inbouwen dat een kind digitaal feedback en aanwijzingen krijgt, toegespitst op zijn of haar niveau. Een overschakeling op zo’n nieuw systeem zou in het begin natuurlijk wel veel tijd kosten, maar ik denk dat het op de lange termijn ontzettend veel oplevert.” 

Dit artikel is verzorgd door de wetenschapsredactie van De Kennis van Nu (NTR).

NPO Radio 1 houdt je dagelijks op de hoogte over de laatste ontwikkelingen in de wetenschap

Maandag t/m vrijdag rond 16.20 uur in Nieuws en Co

 

Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1