appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharesorter--up-and-down star--open-and-filled star-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Afspeellijst Je afspeellijst is leeg
Meer NPO
STER Advertentie

Parklandschap ontstaat in Oostvaardersplassen niet vanzelf

Wikimedia Commons
zondag 23 april 2017 | NTR | Hermen Visser

In het tweeluik ‘40 jaar Oostvaardersplassen’ schetst OVT een hevige discussie die al decennia lang wordt gevoerd. De unieke natuur in het nationale park is het product van een experiment waarin de natuur haar gang mocht gaan. Maar, zo wijst onderzoek uit, het parkachtige landschap dat het experiment moest opleveren komt er niet vanzelf.

Voor de bedenkers van de Oostvaardersplassen was de Serengeti in Tanzania een grote inspiratiebron. In dit landschap onderhouden grote groepen zebra’s, gnoes en antilopen een parkachtig landschap waarin grasland en bosjes elkaar afwisselen. Dit moest ook gaan gebeuren in Flevoland en wel door edelherten, heckrunderen en konikpaarden. Met als groot bijkomstig voordeel dat het beheer door de dieren weinig kost.

Volgens de theorie kan in een begraasd grasland een bosje ontstaan als er doornstruiken als meidoorn opkomen. De doorns voorkomen dat de plantjes worden opgegeten door de grazers, waardoor ze kunnen groeien. In de beschutting van de doornstruiken krijgen onder meer eiken de kans en ontstaat er een bosje. Wanneer de bomen zo groot worden dat ze de meidoorns overschaduwen, sterven die af en kunnen de grazers weer bij de bomen. Vervolgens vreten de paarden, koeien en herten van de bomen die dan na verloop van tijd sterven. Het resultaat is een immer veranderend mozaïek van grasland en bosjes.

Luister het eerste deel van de tweeluik over 40 jaar Oostvaardersplassen uit OVT terug: 

Het Spoor Terug: 40 jaar Oostvaardersplassen deel 1

Parklandschap utopie

Tot zover de theorie. Uit het onderzoek waar ecoloog Perry Cornelissen eerder dit jaar op promoveerde, blijkt het ontstaan van een parklandschap in de Oostvaardersplassen een utopie. De hevige begrazing door de grote grazers zorgt wel voor uitbreiding van het grasland. Ten tijden van schaarste wijken ze uit naar bomen in de bosrand, die hierdoor afsterven. Op het grasland krijgen doornstruiken echter geen kans. Ze sneuvelen onder de hoeven van de grazers.

Vermindering van het aantal grazers leidt in de Oostvaardersplassen nauwelijks tot de noodzakelijke opkomst van doornstruiken. In de voedselrijke grond, groeien brandnetels en distels snel, zo blijkt uit een experiment waarin Cornelissen begrazing in een gebied terugbracht. De jonge meidoorns werden na twee jaar verdrongen door kruiden die het licht wegnemen.

Luister het tweede deel van de tweeluik over 40 jaar Oostvaardersplassen uit OVT terug: 

Het Spoor Terug: 40 jaar Oostvaardersplassen deel 2

Ganzen

In tegenstelling tot de Serengeti zijn er in de Oostvaardersplassen geen grote roofdieren die de aantallen grazers binnen de perken houden. Die taak wordt overgenomen door honger. Na een slechte zomer of tijdens een strenge winter is het voedselaanbod aanzienlijk minder. Dat leidt tot een flinke achteruitgang van de aantallen dieren. Hierna volgt een aantal jaar waarin wel bosjes kunnen ontstaan. Hoewel het volgens berekeningen van Cornelissen eens per tien jaar zou gebeuren, werkte het weer niet mee in het stevig terugdringen van de populaties.

Wel helpen ganzen de grote grazers om zeep, zo ontdekte Cornelissen. Ganzen foerageren op het door de grazers gecreëerde grasland en maken het gras nog korter. Dat maakt het voor herten, koeien en paarden minder geschikt. Door deze concurrentie om voer sterven meer grazers. Ze wijken noodgedwongen uit naar andere voedselbronnen buiten de grasvelden. Hierdoor breidt het grasland zich nog verder uit.

Einde in zicht

Het experiment met de Oostvaardersplassen levert bruikbare kennis op over het creëren van nieuwe wildernis, maar gaat niet het beoogde parklandschap opleveren. Het gebied is te klein, te voedselrijk, er is te weinig variatie in landschap en er ontbreken grote roofdieren. In zijn proefschrift stelt Cornelissen dat de verbinding aan andere natuurgebieden de volgende stap in het experiment zou zijn. Het zou de dieren in staat stellen weg te trekken als het voedsel schaars is. En heel misschien komt de wolf de natuurlijke orde herstellen.

Minder toeristen, meer grazers naar OVP

Verdere verwildering gaat er waarschijnlijk niet van komen. Sinds begin dit jaar is het beheer van het park de verantwoordelijkheid van de provincie Flevoland en niet langer van de Rijksoverheid. Als het aan de fracties VVD en SGP in de provincie ligt, wordt het aantal grazers flink beperkt en komt er meer ruimte voor toerisme en recreatie. ‘Een troosteloos gedoe’ en ‘een kaalgevreten vlakte’, verwoordde Sjaak Simonse van de SGP de frustratie eerder dit jaar in Vroege Vogels. Met deze nieuwe koers, lijkt het einde van wildernisexperiment in zicht.

Radio 1 houdt je dagelijks op de hoogte over de laatste ontwikkelingen in de wetenschap
Maandag t/m vrijdag rond 16.20 uur in Nieuws en Co
Dinsdag en vrijdag rond 10.50 uur in De Ochtend

Dit artikel is verzorgd door de wetenschapsredactie van De Kennis van Nu (NTR).

Correctie melden

STER Advertentie
Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1