Naar homepage
Wetenschap & Techniek

Kunnen we het tekort aan organen oplossen met deze baanbrekende machine?

foto: NTR / De Kennis van Nufoto: NTR / De Kennis van Nu
  1. Nieuwschevron right
  2. Kunnen we het tekort aan organen oplossen met deze baanbrekende machine?

Aan donororganen is een schrijnend gebrek. Nieuwe technologie kan verlichting brengen. In een zogenoemde perfusiekamer gaan tot dusver ongeschikte organen 'aan de pomp', en worden zo alsnog bruikbaar voor orgaandonatie.

Ruim 1000 patiënten staan in Nederland op een wachtlijst voor een donororgaan, en dat aantal is nog flatteus: veel mensen overleven de wachtlijst niet en sterven voordat ze aan de beurt komen. Op die wachtlijst staan bovendien louter mensen die acuut een donororgaan nodig hebben. Reken je het aantal mensen mee dat op een 'reservelijst' staat - die niet direct zullen overlijden zonder donororgaan, maar waarvan de levenskwaliteit wel erg slecht is – dan is het donortekort nog veel groter.

Nieuwe donorwet is niet genoeg

Goed nieuws dus dat dit jaar de nieuwe wet op de donorregistratie van kracht is geworden, waarbij alle Nederlanders vanaf 18 jaar actief moeten opgeven of ze donor willen zijn of niet: wie niets opgeeft wordt vanzelf donor. Het donortekort zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. Of toch niet?

Het potentieel wordt groter, maar een oplossing voor het donorentekort is het zeker niet, zegt Henri Leuvenink, hoogleraar Experimentele Transplantatiechirurgie aan het UMC Groningen. '180.000 mensen per jaar sterven. De helft daarvan ongeveer is positief geregistreerd in het donorregister. Mensen denken dan dat dit duizend of wel 10.000 orgaandonoren oplevert. In werkelijkheid zijn het maar 200. Ook al zouden we als gevolg van de nieuwe donorwet de helft meer donoren krijgen, dan is dat nog niet veel. Dan ga je dus van 200 naar 400, dat is eentje per dag.'

Quote

De ideale donor, cru gezegd, is een jonge motorrijder die acuut overlijdt, en die is zeldzaam geworden.

Veel donoren zijn uiteindelijk niet geschikt. Het tekort heeft ook te maken met hoe we sterven. Dankzij airbags, gordels, kreukelzones, helmplicht et cetera is het aantal jaarlijkse verkeersslachtoffers teruggelopen van meer dan drieduizend begin jaren zeventig naar zo'n 600 nu. Fijn natuurlijk, maar het effect op de beschikbaarheid van goede donororganen is minder positief. Leuvenink: 'In de begintijd van transplantatie waren donoren vooral gezonde, jonge mannen die tegen een boom waren gereden. Tegenwoordig zijn donoren 55-plussers die overlijden aan een hersenbloeding.' Organen vallen vaak een voor een uit, zijn daardoor minder bruikbaar. 'En die organen zijn ook slechter omdat ze al een heel leven zijn meegegaan.'

De Kennis van Nu: Opgeknapte organen

De Kennis van Nu volgt in 'Opgeknapte organen' een ‘B-keus’- donorlever, vanaf het moment dat deze binnenkomt bij het transplantatiecentrum in Groningen en ‘aan de pomp wordt gelegd’ tot aan de transplantatie, en gaat kijken bij een laboratorium waar een varkenshart uit het slachthuis weer tot leven wordt gewekt.

Een IC voor organen

De ideale donor, cru gezegd, is een jonge motorrijder die acuut overlijdt, en die is zeldzaam geworden. Het is de reden dat een aantal jaar geleden bij Leuvenink en zijn collega-onderzoekers de gedachte opkwam hoe je organen in de tijdspanne tussen uitname en transplantatie beter zou kunnen preserveren, met als uitkomst de uitvinding van een 'perfusiekamer': een soort IC voor organen. 'Voorheen werden organen in een zakje met vloeistof gestopt, in een perfusiekamer worden ze via een pompje doorspoeld met vloeistof, en dat verbetert de kwaliteit enorm,' zegt Leuvenink, 'in Nederland worden inmiddels alle nieren op zo'n perfusiemachine gepreserveerd.'

De zoektocht naar verbetering gaat onderwijl door. Deze maand verschijnt in The Lancet een artikel (waar Leuvenink als onderzoeker aan meewerkte) over het toedienen van zuurstof aan '50-plus-nieren'. Die blijken daar aanzienlijk van op te knappen.

Testrit voor organen

De komst van de perfusiekamer waarbij organen 'aan de pomp worden gelegd' heeft zo nog een ander gevolg. Het bepalen of een orgaan geschikt is voor transplantatie ging tot nu toe altijd op basis van een risico-inschatting, waarbij onder meer leeftijd, wijze van overlijden, de laatste bloedwaarden, gewicht en diabetes belangrijke parameters vormden.

Of een orgaan echt geschikt is, weet je dan pas zeker na transplantatie, zegt Leuvenink, 'waardoor je misschien te voorzichtig bent en geschikte organen afwijst. Toen bedachten we: als je die organen in zo'n perfusiekamer zou kunnen opwarmen en vervolgens een 'testrit' laat maken waarbij je de orgaanfuncties echt meet, krijg je misschien veel beter zicht op de kwaliteit.'

Het is wat inmiddels gebeurt. 'Verdachte gevallen kun je nu testen en dan, als de uitslagen goed zijn, toch transplanteren. Dat heeft een enorme verbetering opgeleverd, met name voor de levers en de longen.'

En daar zal het niet bij blijven volgens Leuvenink. 'Het conditioneren in een perfusiekamer kun je vergelijken met het opknappen van een oude auto, met een grote beurt. Kapotte onderdelen worden nu niet vervangen. Waar we echter naartoe willen is dat je een volledige revisie kunt doen. Opereren buiten het lichaam, waarbij het orgaan zelf als het ware 'patiënt' wordt. Je hebt het dan ook over regeneratieve geneeskunde, over reparatiecellen, met stamcellen zou je harten kunnen repareren.

Het probleem is alleen dat een orgaan nu binnen maximaal 24 uur moet worden getransplanteerd. Voor zo'n volledige revisie heb je meer tijd nodig. Onderzoek is nu gaande hoe je een lever langere tijd in leven kunt houden. Lukt dat, dan kun je zo'n orgaan echt gaan repareren.'

Onzichtbaar voor het immuunsysteem

Wat je dan mogelijk ook kunt doen is organen zo behandelen dat ze onzichtbaar worden voor het immuunsysteem van de ontvanger. 'Een orgaan van een donor bevat moleculen die alleen maar bij hem passen. Zodra dat orgaan getransplanteerd wordt is het voor de ontvanger een 'vreemd lichaam'. Om afstotingsverschijnselen tegen te gaan moet de patiënt zware medicijnen slikken, met veel bijwerkingen.

Als je in staat zou zijn om die lichaamseigen moleculen er als het ware af te knippen, te laten verdwijnen door genetische modificatie, zodat je invisible organs krijgt, dan is dat niet meer nodig. Er zijn al succesvol proeven gedaan met de transplantatie van een varken in een ander varken, en zelfs van een varken in een baviaan. Iedereen heeft het nu over personalized medicine, eigenlijk zouden we ook naar personalized transplantation kunnen gaan: dat je een orgaan zodanig aanpast dat het perfect past bij de ontvanger. Dat is de toekomst.'

Liever luisteren?

NPO Radio 1 houdt je dagelijks op de hoogte over de laatste ontwikkelingen in de wetenschap

Dagelijks tussen 17.00 en 18.30 uur in Nieuws en Co
Iedere werkdag van 02.00 tot 04.00 uur in Focus
En wanneer je maar wil in podcast Focus Wetenschap

Ster advertentie
Ster advertentie