Naar homepage
Opinie & Commentaar

Diepe buiging

foto: AFP
  1. Nieuwschevron right
  2. Diepe buiging

Heel even dacht ik dat de Pool Hubert Hurkacz de tegenwoordigheid van geest zou hebben een duidelijke geste te maken in de richting van zijn tegenstander Roger Federer die met twee tassen beladen de baan van Wimbledon verliet. Wat?


Iets, een rijk armgebaar, wellicht met twee handen op elkaar het publiek aanzetten tot een levensgrote ovatie, maar de 24-jarige Pool was zijn verbazing van een minuut eerder nog steeds niet de baas. Hij had op dat moment de grootmeester van deze wereldsport een ondubbelzinnige “bagel” bezorgd. Hij, een goede, nog jonge en wellicht nog nat achter de oren zijnde Poolse tennisspeler stuurde met nuchter, soms ijzervast tennis Federer naar huis (3-6/6-7/0-6).

Wimbledon en velen via de televisie raakten even in een schoktoestand: de grootste tennisgrootmeester ooit werd hier niet afgedroogd, hij werd geplet en van zijn spel in de derde set bleef helemaal niets meer over; hij tenniste zwaar, was steeds veel te laat, ergerde zich in stilte geweldig aan zijn eigen onvermogen, maar bleef met een bijna strak masker zijn eigen falen opnemen.

Verbazing

Waarom kreeg hij zijn forehand maar niet op orde, zijn service leek van rubber, zijn voeten lieten hem in de steek en zo stevende hij snel op die zeer hinderlijke 0-6 af, een 'bagel' dus en pas de vijfde die hij moest toestaan in zijn hele lange tennisleven.

Als het dan toch een afgang moest zijn, dan maar deze vernedering moet hij gevoeld hebben en tegenstribbelen had geen zin.

Hij feliciteerde de Pool, die in complete verbazing om zich heen keek, deed zulks in stijl, zwaaide even naar de mensenzee op de tribunes en was verdwenen.

In zijn afsluitende persconferentie bleef hij geestelijk ruim overeind en zei onder andere: "Ik ga eens goed bekijken hoe het verder moet gaan. Ik zal me niet laten opjagen door jullie persmensen en zal op enig moment besluiten of ik stop of misschien een doorstart zal inplannen. Ik zal het jullie laten weten." Federer ten voeten uit.

Fladdermode

Federer speelde en leefde als een gentleman, tenminste, dat nemen we maar aan. Het prettige is dat hij de roze krantenpagina’s slechts heel soms bereikte; hij deed tamelijk normale dingen en alleen zijn horloges, koffiezetmachines en automobielen waren van enigszins extravagante makelij. Op zijn kledij was nooit iets aan te merken; waar Rafael Nadal de mouwloze, fluoriderende fladdermode omarmde en voortdurend aan zijn piem of aan zijn broekje-in-de-naad frummelde, was Federer de ideale paspop voor Mr. Marvis.

Vaak, heel vaak speelde hij met een geschoren kin, zijn Wimbledon wit was kraakhelder en stijlvol.

Ja, zo soms doorbrak hij zijn “cool” en fulmineerde hij tegen stoelscheidsrechters. Tegen ballenjongens en meisjes was hij immer opgewekt en egaal qua karakter, hij reageerde zich nooit op hen af en speelde hen ballen in de hand. Volwassen lijnrechters die blunderden, konden rekenen op een korte cynische opmerking en een Zwitsers koele blik. En ja, hij kon iemand even “down” staren. Niet te lang, maar precies genoeg. Zwitsers precies. Hard achter een zachte glimlach.

Zijn eerste Wimbledon-titel behaalde hij tegen Mark Philippousis. Wie kent deze Aussie nog?

Niemand. Het lijkt eeuwen terug.

ANP 433539347

foto: AFP

Feestmaal

Federer wordt over drie weken 40 jaar en staat dus meer dan twintig jaar stoer en onvervaard aan de helmstok van het mannentennis.

Als je hem niet kent of nooit gezien hebt, dan heb je onder een steen geleefd.

Het heeft geen zin al zijn records en win-percentages te gaan opnoemen. Federer speelde bijna perfect tennis voor zover een levend wezen 'perfect' kan zijn.

Als er een tafel gedekt wordt voor vijf topsporters die een gezond feestmaal met een goede wijn mogen gaan nuttigen, dan staat Federer achter een der stoelen. Ook aan de tafel: Wayne Gretzky, Michael Jordan, Johan Cruijff en Mark Spitz.

Als U zegt: "Daar staat geen naam van een sportvrouw bij", wacht even: er is ook een vrouwentafel. Met Fanny Blankers-Koen, Serena Williams, Wilma Rudolph, Babe Didrikson en Simone Biles.

Lichamelijk

Federer dus. Kind van Rolex en onomstreden titels en bijna perfecte wedstrijden. Hij was steengoed, speelde beheerst en met charme. Hij was vast, gracieus, schuwde een lach op de baan bepaald niet en kende een bijna vlekkeloze loopbaan.

Totdat het lichaam ging opspelen.

Dertien maanden was hij afwezig, hij speelde slechts op vijf toernooien dit jaar en vertoonde haarscheurtjes in zijn spel.

Op het gras van Wimbledon wilde hij nogmaals tonen dat hij wel kraakte, maar niet brak.

Jammer; achter de deur van Wimbledon stond een wezen met een zeis over zijn schouder.

Een 'bagel' in de derde set. Vernederend?

Ja, eigenlijk wel, maar toch ook weer niet. Of?

Ik weet nog hoe zijn laatste service ingezet werd. Hij stond op 0-5 en de Pool had matchpoint.

Federer zag er grauw uit en stuiterde de bal.

Dat ronde ding had echter geen zin in deze momenten mee te doen en stuiterde stuurs weg.

Het was typerend. Federer pakte de bal op, serveerde en stapte na een jammerlijke misser weg van Wimbledon.

Het was voor even helemaal op, het ging voor dit moment niet meer.

De geest wellicht nog wel, maar het lijf weigerde, de coördinatie was licht was slag, zijn onberispelijke service was met vakantie en langzaam doofde zijn vechtlust.

Poetry in motion

Hij feliciteerde zijn tegenstander en sprak wat woorden in diens oor die liplezend niet te volgen waren: het moeten mooie woorden geweest zijn. Tassen over de schouders, langzaam, maar met zekere tred weglopen, een brede zwaai naar het publiek. Weg.

Zelden of nooit zo’n perfecte sportman gevolgd. Een voorbeeld voor velen; een serieuze vakman uit een land waar men precisie uurwerken maakt en bankgeheimen heilig zijn.

Federer zien spelen was een groot genoegen: poetry in motion. Intelligent uitgevoerd, wilskrachtig en intelligent. Bijna uniek.

Hij gaat aan zelfonderzoek doen. Heeft het nog zin terug te willen komen op niveau. Kan hij dat nog? Wil hij dat nog?

Alleen hij weet dat.

Die “bagel” kwam als een zachte klap in ieder mans gezicht. Aan verliezen was ook hij wel gewend geraakt. Hij had echter nooit zo’n vernedering meegemaakt, maar eigenlijk deed ook die dodelijke 0-6 er niet meer toe. Roger Federer was ineens moe, zijn lijf wilde even niet meer en daar had hij toch niet op gerekend toen hij op woensdag het gras betrad.

Ook sportgoden hebben menselijke trekjes.

Ster advertentie
Ster advertentie