Gifmoord: mysterieus, moeilijk te bewijzen en vaak onopgemerkt
- Nieuws
- Gifmoord: mysterieus, moeilijk te bewijzen en vaak onopgemerkt
Een giftige appel, vergiftigde paddenstoelen of een onschuldig ogend drankje: gifmoord spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Maar hoe realistisch is gif als moordwapen in Nederland? En vooral: hoe vaak blijft zo’n misdrijf onopgemerkt? In Villa VdB was toxicoloog Wim Best te gast, die al lange tijd onderzoek doet naar vergiftigingen. Zijn conclusie is ongemakkelijk: gifmoorden zijn lastig te herkennen en waarschijnlijk talrijker dan we denken.
Video niet beschikbaar
Volgens Best zit het grootste probleem in de enorme hoeveelheid stoffen die giftig kúnnen zijn. ''Er zijn miljoenen stofjes die schadelijk kunnen zijn,'' zegt hij. ''Alles draait om dosering.'' Dat maakt opsporing ingewikkeld.
Bij een overlijden wordt standaard gescreend op veelvoorkomende middelen zoals medicijnen, drugs en bestrijdingsmiddelen. Maar stoffen als koolmonoxide, cyanide of insuline vallen daar vaak buiten. ''Dan moet je al weten waar je naar zoekt. En dat weet je meestal niet.'' Pas wanneer een forensisch arts, patholoog of rechercheur voelt dat iets 'niet pluis' is en er geen natuurlijke doodsoorzaak wordt gevonden komt vergiftiging in beeld.
Harde cijfers
Hoeveel gifmoorden er in Nederland plaatsvinden, is onbekend. Er bestaan geen harde cijfers. Volgens Best is dat geen toeval. ''Als je er niet naar kijkt, zie je het ook niet.''
Overlijdens door bijvoorbeeld een overdosis drugs worden soms snel afgedaan als zelf toegebracht. En dan wordt er niet verder gekeken. Terwijl het ook kan dat iemand iets is toegediend. In Rotterdam en Amsterdam lopen inmiddels pilots waarbij bij twijfelgevallen uitgebreider bloed- en urineonderzoek wordt gedaan. ''En dan zie je regelmatig stoffen opduiken die iemand helemaal niet gebruikte.''
Gif hoeft niet direct te werken
Wat gif extra verraderlijk maakt, is dat het vaak vertraagd werkt. ''Je hoeft niet aanwezig te zijn op het moment dat iemand overlijdt,'' zegt Best. ''Dat maakt het moeilijker te herleiden.''
Van arsenicum tot insuline
Historisch gezien was gif zelfs makkelijker verkrijgbaar dan nu. Arsenicum werd ooit gebruikt tegen ongedierte of luizen en lag gewoon bij de drogist. Tegenwoordig duiken gevaarlijke stoffen vaker op bij mensen die er beroepsmatig toegang toe hebben, of in gesloten subculturen. Ook in ziekenhuizen zijn vergiftigingen bekend, bijvoorbeeld met insuline, vaak moeilijk detecteerbaar en potentieel dodelijk. ''De zogeheten 'engelen des doods','' zegt Best, ''die mensen helpen overlijden.''
Gifmoord is geen sprookje en geen ver-van-ons-bedshow. Het is een stille misdaad die moeilijk te bewijzen is en mogelijk vaker voorkomt dan gedacht. Zolang niet structureel breder wordt gezocht, blijven sommige doden precies dat: een raadsel.
Gerelateerd




