Geschiedenis

'Soms heb ik heimwee naar het geloof in een aards paradijs'

VPRO
foto: ANP
  1. Nieuwschevron right
  2. 'Soms heb ik heimwee naar het geloof in een aards paradijs'

In de column van OVT vraagt John Jansen van Galen zich af wat er met de linkse heilstaat is gebeurd? "En nu zijn er geen heilstaten meer. Hoort u nog wel eens iemand dwepen met Venezuela, met Vietnam of godbetert Noord-Korea?"

Zijn er nog linkse paradijzen? Heilstaten? Vroeger kwam je er in om: Nicaragua, Joegoslavië, Albanië zelfs voor sommigen. En nu? Niks meer? Zijn we zoveel illusies armer?

Op 1 januari gebeurt eigenlijk nooit iets – behalve schansspringen in Garmisch Partenkirchen, het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker en de Koninklijke HFC tegen de Oud-Internationals: geen nieuws dus. Maar op Nieuwjaarsdag 1959 wel; toen veroverde Fidel Castro met zijn kameraden stormenderhand Cuba. Een historische gebeurtenis. Op studentenkamers werd zijn kompaan Che Guevara met baard en baret aan de wand geprikt.

Een paar jaar later stond ik voor de rechter omdat ik het metterdaad voor de Cubaanse revolutie had opgenomen. Dat kwam zo. Het Amsterdamse Studenten Corps vierde een lustrum koos als thema: Latijns-Amerika. Sombrero op, tango dansen, salsa en samba, olé!

Hoe verschillend kun je naar de wereld kijken. Die corpsstudenten zagen Latijns-Amerika als een exotisch oord van uitbundigheid en tequila. Wij, linkse studenten, zagen een continent vol wrede dictaturen, uitgebuite keuterboertjes en vazalstaten van Uncle Sam, het kapitalistische Amerika.

Wij pruimden niet dat het corps dat werelddeel als feestdecor gebruikte. In het duister slopen we naar het feestterrein op het Amstelveld om aan de dans- en biertenten stiekem banieren te bevestigen met de tekst: Cuba si, Yankee no! We voelden ons moedig als guerrillastrijders en hoog verheven boven de corpsballen met hun kortzichtigheid. Wij hadden de geschiedenis aan onze kant.

Lang konden we die nacht niet onze gang gaan. De politie was zoals dat heet spoedig ter plaatse, wij sloegen op de vlucht en de agenten zetten de vervolging in. Ik woonde om de hoek, driehoog achter aan de Prinsengracht, en daar vluchtten we binnen, achtervolgd door de politie. We waren te naïef om te vragen of ze wel een huiszoekingsbevel hadden en ik werd ingerekend.

Van Cuba wist ik zo goed als niks behalve de berichten van heil en zegen in het gestencilde Cuba-bulletin dat de bejaarde Maria Snethlage overal uitventte. Het was de romantiek die mij aansprak, socialisme in de zon, patria o muerte, het vaderland of de dood!

Ik moest voorkomen en was zo eigenwijs mijn eigen verdediging te willen voeren. Dat hielp niet, maar we kwamen er toch genadig af, met een uitbrander. Die rechter zal wel, met Carmiggelt, gedacht hebben: ach, met die studentjes heb je ook altijd wat aan de pet.

Sommigen van ons reisden een tijdje later op officiële uitnodiging naar Cuba en werden geacht daar in louter positieve termen over te berichten. Dat had ons te denken moeten geven, maar hoe gemakkelijk is het een illusie prijs te geven?

Met Cuba ging het sindsdien van kwaad tot erger. Het eiland werd almaar naargeestiger, al kun je er bewondering voor hebben dat de erfgenamen van Castro het al zeventig jaar volhouden tegen de rest van de wereld.

En nu zijn er geen heilstaten meer. Hoort u nog wel eens iemand dwepen met Venezuela, met Vietnam of godbetert Noord-Korea? We dromen niet meer dat ergens op aarde het menselijk geluk daadwerkelijk in de steigers wordt gezet. We zijn wijs geworden, om met Nescio te spreken, stakkerig wijs.

Het verstand waarschuwt ons tegen waanbeelden, maar soms kan ik heimwee hebben naar dat geloof in een aards paradijs.

Niets missen van OVT?

Hou dan de website van OVT in de gaten, abonneer je op de podcast, of volg het programma via Facebook en Twitter.

Ster advertentie
Ster advertentie