Naar homepage
Geschiedenis

Het grote misverstand over de Joodse Raad
VPRO

foto: Joodse Raad Cartotheek
  1. Nieuwschevron right
  2. Het grote misverstand over de Joodse Raad

De Joodse Raad was begin dit jaar groot nieuws toen een discutabel onderzoek meende de verrader van Anne Frank te hebben gevonden. Het verraad zou met behulp van gegevens van de Raad zijn gepleegd. De Raad had tussen 1941-45 al een problematische reputatie, maar kreeg vooral na de oorlog een slechte naam. Maar had de Raad, door de bezetter belast met de taak de Joden voor te bereiden op de vervolging en deportatie, anders gekund? Historicus Bart van der Boom, schrijver van De politiek van het kleinste kwaad over de Joodse Raad, schuift aan bij OVT.


Bart van der Boom bij OVT over de Joodse Raad

Quote

Het is een dreigement waar de Joodse Raad heel gevoelig voor is.

Bart van der Boom

De Joodse Raad was volgens Van der Boom een middel voor de Duitse bezetters om de Joodse gemeenschap te isoleren van de rest van de samenleving. Daarbij diende de Raad als het enige contactpunt van de gemeenschap met de buitenwereld. Zo was het aan de Joodse Raad om nieuwe maatregelen, zoals het verplicht dragen van Jodensterren, te communiceren en uit te voeren.

Van der Boom omschrijft de Joodse Raad als “een soort mini-regering van de Joden in bezet Nederland, opgericht op last van de bezetter in februari 1941, en die heeft bestaan tot de laatste trein uit Amsterdam vertrok in september 1943, en daar zaten ook de leiders van de Joodse Raad in.”

De toespraak van Abraham Asscher

Een van de meest cruciale momenten in de geschiedenis van de Joodse Raad was de toespraak van Abraham Asscher in de diamantbeurs. Na een aantal gewelddadige confrontaties in 1941 tussen Joodse arbeiders en Duitse troepen, riep een van de twee voorzitters van de Raad, de diamantair Asscher, de Joodse gemeenschap op om hun wapens in te leveren.

Zou hij deze oproep niet doen, dreigde de Duitsers zelf de wapens te gaan halen. "Het is een dreigement waar de Joodse Raad heel gevoelig voor is", stelt Van der Boom. "Dit is de eerste publieke daad van de Joodse Raad, is dat zij ervan uitgaan: 'wij moeten voorkomen dat er straffen worden uitgedeeld. Als zaken uit de hand lopen, zal dat op de Joden gewroken worden.'"

Kort na die toesprak werden in Amsterdam honderden willekeurige Joodse mannen opgepakt, naar het concentratiekamp Mauthausen gestuurd en vermoord. En dat bevestigde volgens Van der Boom de intuïtie van de Joodse Raad dat ze zoveel mogelijk actief gehoorzaam moeten zijn aan de Duitsers. "Alles is beter dan dat", was sindsdien een veel terugkerend sentiment in de Joodse Raad.

Historisch geïnformeerde empathie

Bij het schrijven van zijn boek De politiek van het kleinste kwaad gaf Van der Boom zichzelf de opdracht om met een zekere historisch geïnformeerde empathie naar het verleden van de Joodse Raad te kijken. Het oordeel achteraf is snel gemaakt, en dan is het volgens hem logisch dat men concludeert dat de Joodse Raad het verkeerde heeft gedaan.

Maar hoe makkelijk is dat te zeggen vóórdat alle kennis van nu op tafel ligt? Van der Boom: "Ik denk dat je heel goed kan zien, als je het van binnenuit bekijkt, dat de Joodse Raad een organisatie is die doet wat ze denkt dat op dat moment goed is, maar achteraf moet concluderen dat het helemaal verkeerd was."

Gerelateerde podcast

OVT

OVT

Niets missen van OVT?

Hou dan de website van OVT in de gaten, abonneer je op de podcast, of volg het programma via Facebook en Twitter.

Ster advertentie
Ster advertentie