Wat betekent het vertrek van een groot bedrijf voor een regio?
- Nieuws
- Wat betekent het vertrek van een groot bedrijf voor een regio?
Het gas- en oliebedrijf NAM vertrekt uit Assen. Daarmee verdwijnt een bedrijf dat decennialang zichtbaar aanwezig was in de stad: als werkgever, maar ook als sponsor van sportclubs, musea en culturele instellingen. Toch gaat het verhaal over meer dan alleen Assen. Wat gebeurt er eigenlijk met een regio wanneer zo’n grote naam vertrekt?
Daarover sprak hoofdeconoom van ING Bert Colijn in Villa VdB. Volgens hem hebben grote bedrijven vaak een invloed die veel verder gaat dan alleen de werkgelegenheid.
Video niet beschikbaar
Meer dan alleen banen
Wanneer een groot bedrijf zich ergens vestigt, brengt dat volgens Colijn automatisch meer activiteit met zich mee. "Zo’n hoofdkantoor heeft een enorme aanzuigende werking," legt hij uit. "Mensen werken er, maar gaan daarna ook naar de bakker, het café of het theater."
Bedrijven investeren bovendien vaak in de samenleving om hen heen. Ze sponsoren sportclubs, culturele instellingen of evenementen. In Assen was dat jarenlang zichtbaar bij onder meer musea en lokale verenigingen. Daardoor kan de impact van zo’n bedrijf groter zijn dan alleen het aantal banen dat het oplevert.
Toch plaatst Colijn ook een nuance bij de situatie in Assen. Het vertrek van het hoofdkantoor betekent dat zo’n driehonderd banen verdwijnen, terwijl er in de stad ruim 44.000 mensen werken. "Je moet het dus ook niet overdrijven," zegt hij. "De economie van Assen is inmiddels behoorlijk divers."
Trots en identiteit
De betekenis van zo’n bedrijf zit niet alleen in geld of banen, maar ook in identiteit. In veel regio’s groeit een grote werkgever uit tot een soort symbool van de stad of streek. "Zo’n bedrijf kan echt onderdeel worden van de regionale trots," zegt Colijn. “Mensen vereenzelvigen zich ermee. Daardoor kan het vertrek ook een emotionele impact hebben: wie zijn we eigenlijk als regio?"
Dat gevoel is in Assen ook terug te horen bij burgemeester Marco Out, die sprak over het einde van een tijdperk. Sinds de komst van de NAM in 1967 groeide de stad sterk, met duizenden banen en indirecte economische activiteit.
Nieuwe kansen
Toch laat de geschiedenis zien dat het vertrek van een grote naam niet automatisch het einde van een regio betekent. Colijn wijst op Eindhoven, waar Philips lange tijd hét gezicht van de stad was. "Toen Philips vertrok, dacht iedereen dat het dramatisch zou aflopen," zegt hij. “Maar inmiddels denk je bij Eindhoven misschien eerder aan ASML en de hele Brainport-regio.”
Nieuwe bedrijven en sectoren kunnen dus een plek innemen van oude industrieën. Dat gebeurt vaak geleidelijk, doordat meerdere bedrijven samen een nieuwe economische motor vormen.
Dat betekent niet dat grote bedrijven onbelangrijk zijn. Integendeel: een succesvol bedrijf kan juist nieuwe activiteit aantrekken. "Eén sterk bedrijf kan als een magneet werken" zegt Colijn. Andere bedrijven vestigen zich in de buurt, omdat kennis, personeel en samenwerking daar al aanwezig zijn. Zo ontstaat een netwerk van bedrijven dat een regio economisch sterker maakt.
Wanneer het misgaat
Toch zijn er ook voorbeelden waar het vertrek van grote bedrijven wél diepe sporen nalaat. Colijn noemt de Amerikaanse stad Detroit, waar na de financiële crisis veel autofabrikanten verdwenen. "In sommige gebieden leidde dat tot enorme armoede en leegloop,” zegt hij. “De sociale cohesie verdween omdat de grote werkgevers weg waren." Juist daarom is het volgens hem belangrijk dat regio’s blijven investeren in nieuwe activiteiten en een brede economie.
Blik vooruit
Voor Assen betekent het vertrek van de NAM vooral een symbolisch moment. Economisch gezien blijft de stad volgens Colijn stevig genoeg om nieuwe bedrijven en sectoren aan te trekken. Maar één waarschuwing geeft hij wel: wanneer publieke voorzieningen jarenlang afhankelijk zijn van sponsoring door één groot bedrijf, kan dat na een vertrek gevolgen hebben.
"Het is prachtig als bedrijven investeren in cultuur en sport," zegt hij. "Maar je moet er ook voor zorgen dat die voorzieningen blijven bestaan als dat bedrijf er op een dag niet meer is," aldus de hoofdeconoom Bert Colijn.
Villa VdB
Villa VdB (Omroep MAX) hoor je van maandag t/m donderdag van 14.00 tot 16:00 uur op NPO Radio 1. Gepresenteerd door Jurgen van den Berg.
Gerelateerd





