Huisartsen zien toename zelftesten: ‘Vaak zonde van het geld’
- Nieuws
- Huisartsen zien toename zelftesten: ‘Vaak zonde van het geld’
De coronapandemie heeft ons vertrouwd gemaakt met het fenomeen van de zelftest. Even een wattenstaafje in je neus, een paar druppels op een cassette en binnen vijftien minuten weet je waar je aan toe bent. Inmiddels is het aanbod explosief gegroeid: van cholesterol- en vitaminechecks tot hormoon- en soa-testen. Maar hoe betrouwbaar zijn die tests eigenlijk? En helpen ze de zorg vooruit, of zorgen ze juist voor extra onrust?
Video niet beschikbaar
Mariska Leeflang, onderzoeker bij het Amsterdam UMC, legt eerst het verschil uit tussen een zelftest en een thuistest. "Zelftests doe je volledig zelf thuis en je leest ook zelf de uitslag af, zoals bij een coronatest of een zwangerschapstest. Bij een thuistest neem je thuis materiaal af, bijvoorbeeld bloed of urine, maar stuur je dat op naar een laboratorium. Daar wordt de analyse gedaan." Dat laatste biedt in principe meer garantie, al zegt dat nog niet alles over de kwaliteit.
Volgens huisarts Jojanneke Kant, bij velen bekend als de Vragendokter op Instagram, nemen steeds meer mensen een test voordat ze haar spreekkamer binnenstappen. "Vooral hormoontesten zijn populair: testosteron, cortisol of de vraag of iemand in de overgang is." Ze juicht betrokkenheid bij de eigen gezondheid toe, maar plaatst kanttekeningen. "Vaak concluderen we samen dat het zonde van het geld was."
Een bekend voorbeeld is de menopauzetest (een test voor vrouwen om te kijken of ze in de overgang zijn). "De enige manier om vast te stellen dat je echt in de menopauze bent, is als je een jaar lang niet hebt gemenstrueerd", zegt Kant. "Dat hoef je niet in je bloed te meten. Dat merk je zelf." Toch worden er volop hormoontesten verkocht die suggereren duidelijkheid te bieden.
Betrouwbaarheid
Leeflang doet al jaren onderzoek naar de betrouwbaarheid van diagnostische testen. Haar conclusie is voorzichtig, maar duidelijk: “Van veel zelftesten kun je weinig zeggen over de betrouwbaarheid.” Fabrikanten vermelden vaak indrukwekkende percentages, zoals 95 of 98 procent betrouwbaar. Maar waar die cijfers vandaan komen, is lang niet altijd te achterhalen. “Als je gaat zoeken naar onderbouwing, blijkt die vaak niet vindbaar.”
Dat de ene test de andere niet is, blijkt ook uit onderzoek naar zelf afgenomen chlamydiatesten. “De betrouwbaarheid varieerde van 20 tot boven de 90 procent,” aldus Leeflang. Zonder inzicht in hoe en bij wie zo’n test is onderzocht, zegt een percentage dus weinig.
Daar komt nog iets bij: het correct afnemen van de test. Bij bloedtesten moet je vaak zelf in je vinger prikken en voldoende bloed verzamelen. Dat blijkt in de praktijk lastig, vertelt Kant. “Er kwam laatst iemand op mijn spreekuur om samen het buisje te vullen, omdat het thuis niet was gelukt. Toen hebben we samen het buisje gevuld.”
Voor- en nadelen
Toch zijn zelf- en thuistesten niet per definitie problematisch. Voor sommige soa’s bestaan goed onderzochte thuistesten die via betrouwbare organisaties worden aangeboden en in een laboratorium worden geanalyseerd. “Er zijn een aantal testen die wij heel praktisch kunnen toepassen. Ook om de druk van de zorg af te houden. Maar inmiddels zijn er zo veel testen dat het bijna niet meer in te schatten is welke test wel of niet betrouwbaar is.”
Toch vertelt Jojanneke Kant dat ze niet per definitie tegen deze vorm van testen is. “Als een test betrouwbaar is en je besluit samen met je arts dat die zinvol is, dan ben ik absoluut voorstander,” zegt Kant.
Het probleem zit vooral in het groeiende aanbod en de gebrekkige controle op kwaliteit. Tests moeten in Europa wel een CE-markering hebben, maar die zegt weinig over klinische betrouwbaarheid. Strengere regelgeving en beter uitgevoerd onderzoek zouden volgens Leeflang helpen, al erkent ze dat dit complex is.
Villa VdB
Villa VdB (Omroep MAX) hoor je van maandag t/m donderdag van 14.00 tot 16:00 uur op NPO Radio 1. Gepresenteerd door Jurgen van den Berg.
Gerelateerd





