appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharestar-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Afspeellijst Je afspeellijst is leeg

Grunberg gaat de confrontatie aan met zijn oude ik in 'Aan nederlagen geen gebrek'

Nieuwsshow
zaterdag 3 december 2016 | AVROTROS | Roos-Marijn Jobse

In de Nieuwsshow bespreekt een recensent elke week drie boeken in de Boekenrubriek. Deze week is de beurt aan Onno Blom. Onno (1969) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en Culturele Studies. Hij was literair redacteur bij Trouw en hoofdredacteur van Uitgeverij Prometheus. Tegenwoordig is hij werkzaam als freelance journalist en literair criticus. Schrijven doet Onno Blom ook, zo schreef hij de boeken Het fotografisch geheugen  en  Zijn getijdenboek,  een geïllustreerd biografisch portret van Harry Mulisch.

Arnon Grunberg, Aan nederlagen geen gebrek.

De jonge Arnon Yasha Grunberg was een onbegrepen genie. Zonder diploma verliet hij vroegtijdig het Vossius Gymnasium, zijn carrière als acteur kwam niet van de grond en zijn bestaan als uitgever eindigde met een garage vol onverkochte boeken en een schuld van een ton. Een meisje wist hij niet aan zich te binden. Hij woonde nog bij moeder thuis.

Zo bezien is het niet verwonderlijk dat de kloeke bundel brieven en documenten, die Grunbergs voormalige uitgever en Elsschot-biograaf Vic van der Reijt bijeen heeft gebracht als nr. 289 van de prestigieuze Privé-domeinreeks van de Arbeiderspers als titel draagt: Aan nederlagen geen gebrek.

Toch betekende dat niet dat Arnon d­e strijd opgaf. Want in al zijn puberale wanhoop en arrogantie was er één laatste strohalm. Dat was het schrijven. In de brieven die Grunberg tussen zijn zeventiende en drieëntwintigste schreef (van 1988 tot 1994, het jaar dat Blauwe maandagen verscheen) bleek dat hij, hoe deplorabel zijn situatie ook was, ervan overtuigd was dat hij met woorden de wereld naar zijn hand kon zetten. 

Aan Jan Ritsema, een van de oprichters van Toneelgroep Amsterdam, die hem een tijdje onder zijn hoede nam, schreef Grunberg: ‘Ik denk dat je door te schrijven iemand helemaal gek op je kunt laten worden, sterker nog, totaal in je ban kunt laten geraken. En dat denk ik niet alleen, ik wil het ook bewijzen. Het is me nog niet gelukt, dat geef ik toe, maar het zal me lukken. Misschien lukt het me zelfs om iemand helemaal gek te maken van geilheid. Met woorden. Alleen met woorden. Als het lukt heb ik wel de P.C.Hooftprijs verdiend.’

Arnon was zeer ontvlambaar. Aan een aantal meisjes en vrouwen op wie hij verliefd raakte, schreef hij talloze brieven. Hij kon duivels charmant zijn. ‘Rosie, ik ben Mefisto en ik wil drie dagen uit je leven, in ruil voor onsterfelijkheid.’

Maar bovenal was hij geobsedeerd. Aan Mariëtte Ciggaar, een studente theaterwetenschappen en serveerster bij Panini aan de Amsterdamse Vijzelgracht waar Grunberg dagelijks penne al pesto at, schreef hij misschien wel tweehonderd brieven. Geen daarvan werd ooit beantwoord. ‘Ach, Mariëtte,’ schreef Grunberg, ‘kan je je nog een leven voorstellen zonder brieven van mij, ik denk het niet hè. [..] Maar een ding moet je me beloven: als ik dood ben moet je niet op de auteursrechten van deze brieven gaan zitten.’

Net als Reve speelde Grunberg, nog volkomen onbekend, in zijn brieven een superieur literair spel. Toch schreef Grunberg ze niet met het oog op publicatie. Van der Reijt heeft de brieven op veel verschillende adressen moeten terugvragen. Niet allemaal waren de adressanten bereid om de brieven af te staan. En dat is maar al te goed te begrijpen, want Grunberg kon wreed en vals zijn. Aan Esther Krop schreef hij: ‘Probeer niet geestig te zijn. Je probeerde het toch. Luister het beste wat jij nu kan doen is jezelf opsturen naar het Letterkundig Museum. Pak jezelf in een dweil en breng je naar de post.’

De door hem bewonderde acteur Kees Hulst reageerde niet op een invitatie, waarop Arnon hem begon te tergen en Hulst een slappe lul noemde. ‘Maar geen nood. Velen hebben in hun leven een periode dat ze op een slappe lul lijken en ik geloof dat je alles in je hebt om binnen afzienbare tijd geen slappe lul meer te zijn. Maar je zult er wel wat voor moeten doen. Dat gaat niet vanzelf, Kees.’

In de noot wordt bij uitzondering geciteerd uit het antwoord. ‘Waarde Arnon,’ schreef Hulst, ‘dank voor je klotebrief.’  Hij raadde de jeugdige schrijver-acteur aan nog maar eens een jaartje een krantenwijk te lopen. Bovendien was Hulst 23 jaar later zo grootmoedig om de beledigingen aan zijn adres voor publicatie af te staan.

De confrontatie met zijn oude ik, schrijft Grunberg in het voorwoord bij Aan nederlagen geen gebrek, viel niet altijd mee, maar was ook leerzaam. Hij zag wat wij ook zien: dat in deze pestkop, neuroot en fantast in zijn tienerjaren al een geweldig schrijver schuilging. ‘Ik was wanhopiger en alcoholischer dan ik me herinnerde, maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik mij niet meer herken in degene die ik was.’

Christiaan Weijts, Het valse seizoen

Het valse seizoen van Christiaan Weijts is een roman als een strijkkwartet. Drie verschillende personages – de bevallige alt Nadège, tweede viool Camiel en de cynische cellist-componist Pablo – schrijven elkaar intieme brieven en helpen zo driestemmig een spannend verhaal op gang. Samen komen ze terecht op een replica van de Titanic, het zinkende schip waar het orkest ‘played on’, en dat de kusten van het geteisterde Europa afvaart. Weijts gaat in zijn virtuoze roman de grote vragen van onze tijd niet uit de weg: Wat is nog echt tegenwoordig? Welke rol kan muziek spelen in tijden van terreur?

Joris van Casteren, Is u bekend met het alfabet

Joris van Casteren heeft in Is u bekend met het alfabet een vermakelijk en ontroerend portret geschetst van Athenaeum, de legendarische boekhandel aan het Amsterdamse Spui die onlangs haar vijftigjarig bestaan vierde. Van Casteren vertelt niet alleen de geschiedenis – de oprichting door ivoren toren-bibliofiel Johan Polak en de aantrekkelijke marxist Rob van Gennep in woelige politieke tijden – maar ook het verhaal van de klanten, de schrijvers en de belezen boekhandelaren, van wie een enkele er niet tegenop zag om boeken af te raden en neerbuigend aan een klant te vragen: ‘Is u bekend met het alfabet?  

Luister de Boekenrubriek terug

De boekenrubriek met Onno Blom

Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1