appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharesorter--up-and-down star--open-and-filled star-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Afbeelding

Het Marathoninterview

Het Marathoninterview. Verhalen die dichterbij komen dan de waan van de dag ons meestal toelaat.

Podcast afleveringen

Marita Mathijsen: uur 2

dinsdag 25 december 2007, 14:13 uur

Neerlandica en columniste

Marita Mathijsen is een vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Helaas maakt dat haar, tot haar grote spijt, behoorlijk bijzonder. Nederland scoort nog altijd laag als het gaat om de hoeveelheid vrouwelijk topacademici. Maar Mathijsen is dwars door het 'glazen plafond' gebroken. Als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde deed ze vooral onderzoek naar haar geliefde 19e eeuw, ze promoveerde op de ongepubliceerde brieven van humorist Gerrit van de Linde en publiceerde in een opmerkelijke reeks interviews met prominente schrijvers uit de 19e eeuw, zoals Jacob van Lennep - waar ze binnenkort een biografie over wil schrijven -, François Haverschmidt en Willem Bilderdijk. Die gesprekken werden in 1991 gebundeld in De Geest van de Dichter, waarvoor ze de Multatuliprijs kreeg. Wat allemaal niet wil zeggen dat Mathijsen in het verleden leeft. Harry Mulisch heeft ook haar warme belangstelling, maar dat is dan ook een 19e-eeuws schrijver, aldus de neerlandica. Die liefde voor de 19e eeuw komt misschien uit het feit dat Mathijsen in Limburg werd geboren, waar het rijke roomse leven zo alomtegenwoordig was en sterk aan vervlogen tijden deed denken. Ger Jochems, wil er alles over weten.
------------------------------------------

Biografie Marita Mathijsen
geb. 18 augustus 1944 te Belfeld

De 19e-eeuwse litaratuur van de motteballen ontdaan
"En plotseling was er het succes", schreef het dagblad de Gooi en Eemlander op donderdag 25 april 1991. Dat jaar kreeg Marita Mathijsen-Verkooijen de Multatuli-prijs voor haar boek De Geest van de Dichter. Zij ontmoet daarin 19e-eeuwse schrijvers als Geertruida Bosboom-Toussaint, die er op staat zelf thee voor haar te zetten, de gigant Willem Bilderdijk ("Ik bezwijk onder het geweld van mijn eigen geest"), bezoekt in Londen Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester. En zij wandelt met Peter de Genestet door de Haarlemmerhout.

Tot dan toe had de huidige hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam wel gepubliceerd, maar niet eerder had zij daar zoveel lof voor gekregen. In 1998 krijgt zij voor haar werk de Prijs voor de Geesteswetenschappen van het Prins Bernard Cultuurfonds.

Marita Theodora Catharina Verkooijen wordt geboren in Belfeld op 18 augustus 1944. Het Roomsch Katholieke Limburgse dorp, beschermd door de Heilige Urbanus, bevond zich nog grotendeels in de 19e eeuw. De ouderen gingen onveranderd in het zwart gekleed en de grote arbeidersgezinnen waren nog altijd arm. Ze groeit op in een gezin met acht broers en zusters, vader is psycholoog en richt de plaatselijke parochiebibliotheek op. Die had Marita snel uitgelezen, dus ging ze met haar broers op de fiets naar de gemeente bibliotheek van Tegelen. Na het St. Ursula Lyceum in Roermond volgt ze op een namiddag een opleiding voor bibliothecaresse (YUK), en slaagt voor MO-A Nederlands.

In 1966 mag ze eindelijk naar Amsterdam, naar de vrijheid. Een vlucht noemt ze dat later. Ze studeert Nederlands aan wat toen nog de Gemeentelijke Universiteit heette, trouwt in 1970 met musicus Hub Mathijsen. Uit dit huwelijk wordt in 1984 dochter Alma geboren.

Marita Mathijsen promoveert in 1987 op de uitgave van de brieven van Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester. Er volgen nog vele publicaties, waaronder De Gemaskerde Eeuw, een cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis van de 19e eeuw. Haar beste boek vindt zij zelf. In 1994 overlijdt haar man Hub.

Mathijsen wordt in 1999 benoemd tot hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde. Daarnaast doet zij heel veel meer, waaronder het schrijven van een column in NRC-Handelsblad. Marita Mathijsen heeft de literatuur van de 19e eeuw uit de mottenballen gehaald, opgepoetst en voor een groot publiek aantrekkelijk gemaakt.
-----------------------------------------

Samenvattingen
Schoonschrijfster van de wetenschap
Eerste uur

Bij haar naam komt meteen de term De Gemaskerde Eeuw op – de titel van wat zij zelf haar beste boek vindt en dat dé term voor de negentiende eeuw geworden is. De eeuw waarvan ons altijd geleerd is dat het de eeuw zonder spiritualiteit is, zonder dat er iets gebeurde. Dat beeld heeft Mathijsen ontmaskerd door de souplesse van de taal van de domineesdichters te ‘ontstoffen’. Je moet de juiste beelden leren kennen – als een vrouw paardrijdt dan masturbeert ze, zo brutaal durft ze wel te zijn als degene die de teksten interpreteert.

Ze promoveerde op de brieven van de Schoolmeester, Gerrit van de Linde, de vrolijke Rotterdammer met zijn actieve seksleven, die zo de vrouw van zijn hoogleraar had bezwangerd waardoor hij naar Engeland vluchtte, waarvandaan hij zijn prachtige brieven aan zijn vriend Jacob van Lennep schreef – ze leest er één met veel plezier voor.

Kwaad kan ze worden als mensen zeggen: “tja, ze schrijft wel goed, maar is het wetenschappelijk verantwoord?” Soms heeft ze bewust géén noten toegepast, maar dat wil niet zeggen dat het niet goed wetenschappelijk gefundeerd was. Wie mooi schrijft, is verdacht in wetenschappelijke kringen, is de voorlopige conclusie, waar wellicht nog op teruggekomen wordt.

Dan haar jeugd in Belfeld in Limburg: het katholieke leven van als bruidje in processies meelopen, van het bewaarschoolkind dat bang is voor de verhalen over de duivel die daar verteld worden, het schoolkind dat alle nonnen als homoseksueel zag en het daarom ook niet vreemd vond toen haar zusje dat bleek te zijn. Een klein leven, bescheiden, al was het gezin Verkooijen, haar vader was psycholoog, relatief well to do en liberaal. De kleine maatschappij die zo goed mogelijk voor zichzelf zorgt maar niet de grote verbanden aangaat – dat was nog echt negentiende eeuws in die jaren vijftig.

Op de middelbare school in Roermond bleef ze over, en dat was een gouden tijd want er was een bibliotheek en daar ging ze Jacob van Lennep en Geertruide Bosboom-Toussaint lezen – toen al! Al zat er misschien Bomans tussen als intermediair tussen de negentiende eeuw en de moderne taal. De verboden literatuur van bijvoorbeeld Hugo Claus las je stiekem onder tafel, want de nonnen zagen toch ook niet alles met die kappen op.

In het grote gezin – Marita is de oudste van 5 meisjes, met 2 oudere broers daarboven – had ze vooral een coalitie met een vier jaar jonger zusje en haar broers. Daar lag de coalitie, en die had je nodig om de moderniteit te bevechten in het traditionele gezin, en om uit huishoudelijke klusjes uit te komen.

Tweede uur

Het tweede uur startte met de constatering van Mathijsen dat zij sensibel is. Ze kan met tranen in de ogen in de archieven zitten als ze leest over de dood van de kinderen van de Schoolmeester en ze schiet vol als ze de plaatsen bezoekt waar Van Lennep gelopen heeft. Natuurlijk moet je bij dat inleven niet het overzicht verliezen en de infrastructuur van de tijd erbij betrekken. Wetenschappelijk verantwoord, daar komt het begrip weer langs zoals dat in het eerste uur ook al kwam, maar ze wil toch ook graag ontroeren. Laten zien dat de geschiedenis van ons is. Dat het onze voorouders, onze genen zijn. Neem de tien zogenaamde gesprekken met negentiende eeuwse schrijvers, één van haar boeken – ze heeft het allemaal nagezocht, de woorden van de mensen zelf gezocht en toegepast. Maar zo’n boek mag dan niet op je wetenschappelijke lijst, dat komt in de categorie ‘populariserend’.

Het onderscheid tussen zichzelf als intellectuele ziel en de boerenpummels om haar heen op het Limburgse platteland heeft ze van jongs af aan gevoeld, en als Jochems vraagt of ze dat onderscheid nog steeds zo scherp maakt, komt ze op haar heel lieve werkster, die eens met een barbiepop voor haar dochter aankwam, die minzaam werd geaccepteerd. Die bleek tegen de verwachting in toch nog een leuk stuk speelgoed op te leveren.

Op zoek naar intellectuele geestverwanten kwam ze in Amsterdam terecht en daar ontmoette ze al snel haar toekomstige man Hub Mathijsen. Een rebel, die zowel in de lijn als tegen de lijn van zijn vader in, musicus werd, maar dan wel een bewust alternatieve. De jaren zestig waren daar goed voor: muziek componeren voor een fruitorgel, het oprichten van het eerste ironische salonorkest, het Resistentieorkest. Mozarts hemels gespeelde kamermuziek was dan voor de beslotenheid van thuis.

Mensen in de muziek, daar kan ze tegenop kijken, mee dwepen. Bij Maria Callas heeft ze nog wel eens uren bij de kleedkamer gewacht om een handtekening te krijgen, vooral als ode aan de vrouw die ooit bij een optreden haar middelvinger opstak en wegliep toen ze uitgefloten werd.
---------------------------------------------

Boeken Marita Mathijsen
De volgende titels zijn tijdens het marathoninterview ter sprake gekomen. Sommigen van hen zijn niet vrij verkrijgbaar, maar worden wel door de bibliotheek uitgeleend.

Nederlandse literatuur in de romantiek 1820-1880 (Nijmegen 2004, Uitgeverij Vantilt)

De Gemaskerde Eeuw (Amsterdam 2002, Querido)

De Geest van de Dichter. Tien zogenaamde gesprekken met negentiende-eeuwse schrijvers (Amsterdam 1990, Querido). Voor dit boek kreeg ze in 1991 de Multatuli-prijs.

Waarde Van Lennep. Brieven van de Schoolmeester (Amsterdam 1977 Querido)

Pamflet: Afwezigheid van het Verleden (Amsterdam 2007, Querido)

Andere boeken van Marita Mathijsen zijn:

Het Literaire Leven in de 19e Eeuw, (Amsterdam 1987, Querido)

De Gedichten van De Schoolmeester (2001, Griffioen)

Met Geert Mak: De Zomer van 1823, lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland (Zwolle 2000, Uitgeverij Waanders)

Verliefd op het Verleden, ontboezemingen van een letterkundige (Amsterdam 2004, Bert Bakker)

Het Voorbestemde Toeval. Gesprekken met Harry Mulisch (Amsterdam 2002, De Bezige Bij)

Marita Mathijsen: uur 1

dinsdag 25 december 2007, 13:55 uur

Neerlandica en columniste

Marita Mathijsen is een vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Helaas maakt dat haar, tot haar grote spijt, behoorlijk bijzonder. Nederland scoort nog altijd laag als het gaat om de hoeveelheid vrouwelijk topacademici. Maar Mathijsen is dwars door het 'glazen plafond' gebroken. Als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde deed ze vooral onderzoek naar haar geliefde 19e eeuw, ze promoveerde op de ongepubliceerde brieven van humorist Gerrit van de Linde en publiceerde in een opmerkelijke reeks interviews met prominente schrijvers uit de 19e eeuw, zoals Jacob van Lennep - waar ze binnenkort een biografie over wil schrijven -, François Haverschmidt en Willem Bilderdijk. Die gesprekken werden in 1991 gebundeld in De Geest van de Dichter, waarvoor ze de Multatuliprijs kreeg. Wat allemaal niet wil zeggen dat Mathijsen in het verleden leeft. Harry Mulisch heeft ook haar warme belangstelling, maar dat is dan ook een 19e-eeuws schrijver, aldus de neerlandica. Die liefde voor de 19e eeuw komt misschien uit het feit dat Mathijsen in Limburg werd geboren, waar het rijke roomse leven zo alomtegenwoordig was en sterk aan vervlogen tijden deed denken. Ger Jochems, wil er alles over weten.
------------------------------------------

Biografie Marita Mathijsen
geb. 18 augustus 1944 te Belfeld

De 19e-eeuwse litaratuur van de motteballen ontdaan
"En plotseling was er het succes", schreef het dagblad de Gooi en Eemlander op donderdag 25 april 1991. Dat jaar kreeg Marita Mathijsen-Verkooijen de Multatuli-prijs voor haar boek De Geest van de Dichter. Zij ontmoet daarin 19e-eeuwse schrijvers als Geertruida Bosboom-Toussaint, die er op staat zelf thee voor haar te zetten, de gigant Willem Bilderdijk ("Ik bezwijk onder het geweld van mijn eigen geest"), bezoekt in Londen Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester. En zij wandelt met Peter de Genestet door de Haarlemmerhout.

Tot dan toe had de huidige hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam wel gepubliceerd, maar niet eerder had zij daar zoveel lof voor gekregen. In 1998 krijgt zij voor haar werk de Prijs voor de Geesteswetenschappen van het Prins Bernard Cultuurfonds.

Marita Theodora Catharina Verkooijen wordt geboren in Belfeld op 18 augustus 1944. Het Roomsch Katholieke Limburgse dorp, beschermd door de Heilige Urbanus, bevond zich nog grotendeels in de 19e eeuw. De ouderen gingen onveranderd in het zwart gekleed en de grote arbeidersgezinnen waren nog altijd arm. Ze groeit op in een gezin met acht broers en zusters, vader is psycholoog en richt de plaatselijke parochiebibliotheek op. Die had Marita snel uitgelezen, dus ging ze met haar broers op de fiets naar de gemeente bibliotheek van Tegelen. Na het St. Ursula Lyceum in Roermond volgt ze op een namiddag een opleiding voor bibliothecaresse (YUK), en slaagt voor MO-A Nederlands.

In 1966 mag ze eindelijk naar Amsterdam, naar de vrijheid. Een vlucht noemt ze dat later. Ze studeert Nederlands aan wat toen nog de Gemeentelijke Universiteit heette, trouwt in 1970 met musicus Hub Mathijsen. Uit dit huwelijk wordt in 1984 dochter Alma geboren.

Marita Mathijsen promoveert in 1987 op de uitgave van de brieven van Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester. Er volgen nog vele publicaties, waaronder De Gemaskerde Eeuw, een cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis van de 19e eeuw. Haar beste boek vindt zij zelf. In 1994 overlijdt haar man Hub.

Mathijsen wordt in 1999 benoemd tot hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde. Daarnaast doet zij heel veel meer, waaronder het schrijven van een column in NRC-Handelsblad. Marita Mathijsen heeft de literatuur van de 19e eeuw uit de mottenballen gehaald, opgepoetst en voor een groot publiek aantrekkelijk gemaakt.
-----------------------------------------

Samenvattingen
Schoonschrijfster van de wetenschap
Eerste uur

Bij haar naam komt meteen de term De Gemaskerde Eeuw op – de titel van wat zij zelf haar beste boek vindt en dat dé term voor de negentiende eeuw geworden is. De eeuw waarvan ons altijd geleerd is dat het de eeuw zonder spiritualiteit is, zonder dat er iets gebeurde. Dat beeld heeft Mathijsen ontmaskerd door de souplesse van de taal van de domineesdichters te ‘ontstoffen’. Je moet de juiste beelden leren kennen – als een vrouw paardrijdt dan masturbeert ze, zo brutaal durft ze wel te zijn als degene die de teksten interpreteert.

Ze promoveerde op de brieven van de Schoolmeester, Gerrit van de Linde, de vrolijke Rotterdammer met zijn actieve seksleven, die zo de vrouw van zijn hoogleraar had bezwangerd waardoor hij naar Engeland vluchtte, waarvandaan hij zijn prachtige brieven aan zijn vriend Jacob van Lennep schreef – ze leest er één met veel plezier voor.

Kwaad kan ze worden als mensen zeggen: “tja, ze schrijft wel goed, maar is het wetenschappelijk verantwoord?” Soms heeft ze bewust géén noten toegepast, maar dat wil niet zeggen dat het niet goed wetenschappelijk gefundeerd was. Wie mooi schrijft, is verdacht in wetenschappelijke kringen, is de voorlopige conclusie, waar wellicht nog op teruggekomen wordt.

Dan haar jeugd in Belfeld in Limburg: het katholieke leven van als bruidje in processies meelopen, van het bewaarschoolkind dat bang is voor de verhalen over de duivel die daar verteld worden, het schoolkind dat alle nonnen als homoseksueel zag en het daarom ook niet vreemd vond toen haar zusje dat bleek te zijn. Een klein leven, bescheiden, al was het gezin Verkooijen, haar vader was psycholoog, relatief well to do en liberaal. De kleine maatschappij die zo goed mogelijk voor zichzelf zorgt maar niet de grote verbanden aangaat – dat was nog echt negentiende eeuws in die jaren vijftig.

Op de middelbare school in Roermond bleef ze over, en dat was een gouden tijd want er was een bibliotheek en daar ging ze Jacob van Lennep en Geertruide Bosboom-Toussaint lezen – toen al! Al zat er misschien Bomans tussen als intermediair tussen de negentiende eeuw en de moderne taal. De verboden literatuur van bijvoorbeeld Hugo Claus las je stiekem onder tafel, want de nonnen zagen toch ook niet alles met die kappen op.

In het grote gezin – Marita is de oudste van 5 meisjes, met 2 oudere broers daarboven – had ze vooral een coalitie met een vier jaar jonger zusje en haar broers. Daar lag de coalitie, en die had je nodig om de moderniteit te bevechten in het traditionele gezin, en om uit huishoudelijke klusjes uit te komen.

Tweede uur

Het tweede uur startte met de constatering van Mathijsen dat zij sensibel is. Ze kan met tranen in de ogen in de archieven zitten als ze leest over de dood van de kinderen van de Schoolmeester en ze schiet vol als ze de plaatsen bezoekt waar Van Lennep gelopen heeft. Natuurlijk moet je bij dat inleven niet het overzicht verliezen en de infrastructuur van de tijd erbij betrekken. Wetenschappelijk verantwoord, daar komt het begrip weer langs zoals dat in het eerste uur ook al kwam, maar ze wil toch ook graag ontroeren. Laten zien dat de geschiedenis van ons is. Dat het onze voorouders, onze genen zijn. Neem de tien zogenaamde gesprekken met negentiende eeuwse schrijvers, één van haar boeken – ze heeft het allemaal nagezocht, de woorden van de mensen zelf gezocht en toegepast. Maar zo’n boek mag dan niet op je wetenschappelijke lijst, dat komt in de categorie ‘populariserend’.

Het onderscheid tussen zichzelf als intellectuele ziel en de boerenpummels om haar heen op het Limburgse platteland heeft ze van jongs af aan gevoeld, en als Jochems vraagt of ze dat onderscheid nog steeds zo scherp maakt, komt ze op haar heel lieve werkster, die eens met een barbiepop voor haar dochter aankwam, die minzaam werd geaccepteerd. Die bleek tegen de verwachting in toch nog een leuk stuk speelgoed op te leveren.

Op zoek naar intellectuele geestverwanten kwam ze in Amsterdam terecht en daar ontmoette ze al snel haar toekomstige man Hub Mathijsen. Een rebel, die zowel in de lijn als tegen de lijn van zijn vader in, musicus werd, maar dan wel een bewust alternatieve. De jaren zestig waren daar goed voor: muziek componeren voor een fruitorgel, het oprichten van het eerste ironische salonorkest, het Resistentieorkest. Mozarts hemels gespeelde kamermuziek was dan voor de beslotenheid van thuis.

Mensen in de muziek, daar kan ze tegenop kijken, mee dwepen. Bij Maria Callas heeft ze nog wel eens uren bij de kleedkamer gewacht om een handtekening te krijgen, vooral als ode aan de vrouw die ooit bij een optreden haar middelvinger opstak en wegliep toen ze uitgefloten werd.
---------------------------------------------

Boeken Marita Mathijsen
De volgende titels zijn tijdens het marathoninterview ter sprake gekomen. Sommigen van hen zijn niet vrij verkrijgbaar, maar worden wel door de bibliotheek uitgeleend.

Nederlandse literatuur in de romantiek 1820-1880 (Nijmegen 2004, Uitgeverij Vantilt)

De Gemaskerde Eeuw (Amsterdam 2002, Querido)

De Geest van de Dichter. Tien zogenaamde gesprekken met negentiende-eeuwse schrijvers (Amsterdam 1990, Querido). Voor dit boek kreeg ze in 1991 de Multatuli-prijs.

Waarde Van Lennep. Brieven van de Schoolmeester (Amsterdam 1977 Querido)

Pamflet: Afwezigheid van het Verleden (Amsterdam 2007, Querido)

Andere boeken van Marita Mathijsen zijn:

Het Literaire Leven in de 19e Eeuw, (Amsterdam 1987, Querido)

De Gedichten van De Schoolmeester (2001, Griffioen)

Met Geert Mak: De Zomer van 1823, lopen met Van Lennep. Dagboek van zijn voetreis door Nederland (Zwolle 2000, Uitgeverij Waanders)

Verliefd op het Verleden, ontboezemingen van een letterkundige (Amsterdam 2004, Bert Bakker)

Het Voorbestemde Toeval. Gesprekken met Harry Mulisch (Amsterdam 2002, De Bezige Bij)

Eugène Sutorius: uur 3

vrijdag 3 augustus 2007, 12:52 uur

Eugène Sutorius werd bekend als de advocaat die in de jaren tachtig de eerste jurisprudentie over vrijwillige euthanasie in Nederland tot stand bracht, en daarmee een maatschappelijke discussie losmaakte die tot op de dag van vandaag voortduurt. Want nu de vrijwillige euthansasie wettelijk goed geregeld is, gaat Sutorius als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde verder, en pleit hij voor een goede regeling voor het recht op zelfdoding. Sutorius is hoogleraar strafrechtwetenschap aan de universiteit van Amsterdam en raadsheer bij het gerechtshof Arnhem.
-----------------------------

Biografie Eugène Sutorius

geb. 27 augustus 1946 te Hilversum

Wegbereider van de euthanasiewet

Hij staat bekend als dé euthanasieadvocaat van Nederland: Eugène Sutorius. In zijn vijfentwintigjarige carrière als advocaat verdedigde hij vele huisartsen en hulpverleners, die terechtstonden voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Dat deed hij in een tijd dat euthanasie nog niet wettelijk geregeld was. Met die processen lokte hij jurispredentie uit die de grondslag vormden voor de euthanasiewet die in 2002 in werking trad onder het tweede Paarse kabinet. Ondraaglijk en uitzichtloos lijden worden kernbegrippen voor de toetsing van euthanasie.

Eugène Sutorius wordt op 27 augustus 1946 geboren in Nederland, maar groeit op in Indonesië. Hij studeert rechten in Leiden en wordt daarna rechter-assistent in opleiding. Een toekomst binnen de rechterlijke macht lijkt voor hem in het verschiet te liggen. Toch kiest hij voor de advocatuur, "omdat hij moeite heeft met de hiërarchie en de soms ambtelijke instelling".

Midden jaren tachtig bekeert hij zich samen met zijn vrouw tot het katholicisme. In zijn woorden: "de moederkerk, de oude brede rivier met in haar bedding veel puin, maar ook veel schitterende dingen". Een kerk die euthanasie en abortus afwijst.

In 1998 wordt hij in deeltijd hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. In 2005 verlaat hij de advocatuur om raadsheer te worden aan het gerechtshof in Arnhem.
Vorig jaar werd hij voorzitter van de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, die dan net is omgedoopt in de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde.
---------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Het gesprek startte met de nachtmerrie van interviewer Rik Delhaas: in zijn droom ziet hij drie mannen in witte jassen, de artsen met wie hij te maken heeft als hij zijn wens tot euthanasie tot uitvoer wil brengen. Het blijken Rouvoet, Balkenende, Hirsch Ballin te zijn. Begrijpt Sutorius zijn schrik? Nou, met confessionele politici is het vreemd gesteld, luidt het onverwachte antwoord. Ze móeten de heiligheid van het leven hoog in het vaandel hebben, maar als je ze individueel spreekt dan zie je dat ze heel goed thuis zijn in het onderwerp en dat er goed mee te praten is. Volgens hem zit de discussie onder dit christelijke kabinet dan ook niet zo op slot als alom beweerd wordt. De euthanasiewetgeving staat als een huis, en ook Rouvoet aanvaardt dat met een zekere blijmoedigheid. Nee, dit kabinet hoeft niet afgeschreven te worden. Trouwens, je zit in Nederland altijd goed, want met de confessionelen heb je de barmhartigheid, en met de paarsen de zelfbeschikking.

De discussie nu: is té oud worden, klaar zijn met het leven ook ondraaglijk lijden? In Sutorius’ eerste zaak in 1982, was dat ook al de problematiek. Een 93-jarige vrouw, Nel Barendregt, had haar arts overtuigd dat ze niet meer wilde leven. Als hij erop terugkijkt, valt het op dat toen nog helemaal geen verschil werd gemaakt tussen ziekte en ouderdom. Hij nam de zaak, gewoon, omdat het omzet was. Hij was advocaat en die arts kwam naar hem toe. Die arts zei: “ik heb een vrouw gedood.” “Dat lijkt me niet in orde”, dacht hij. “Maar ze heeft er wel om gevraagd”, zei de arts. Toen is hij zich gaan verdiepen.

Het werd een baanbrekende zaak. De Hoge Raad oordeelde strafuitsluiting, de dokter stond met rug tegen de muur. Er werd voorrang verleend aan het opheffen van lijden, dat was een loopplankje tussen de gegroeide praktijk en de vastzittende politieke standpunten. Soortgelijke jurisprudentie over de groep Drion is te verwachten. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, waarvan Sutorius de voorzitter is, gaat daar aan werken.

Sutorius weigerde in het midden van de jaren zestig zijn dienstplicht te voldoen. Waarom? De beslissing om te beslissen over doden van een ander mens wilde hij niet uit handen geven aan een ander, zeker niet in een hiërarchische organisatie als het leger. Zijn dienstweigering kon niet de goedkeuring van zijn vader vinden die als KNIL-soldaat op Sumatra had gevochten.

Sutorius noemt zichzelf geen pacifist. Hij kan zich voorstellen dat je wel vecht om een principiële zaak te verdedigen. Bijvoorbeeld militair ingrijpen in Darfur, daar is hij een voorstander van. Als je er maar zelf als individu voor kan kiezen. Er zou meer maatschappelijk gediscussieerd moeten worden over de rechtstaat en de verdediging daarvan – bijvoorbeeld over hoe ver je mag gaan om de eigen democratie te verdedigen tegen terrorisme. Er moet meer onderwezen worden in het recht, zodat het een duidelijkere plek in ons leven krijgt, zodat er meer begrip komt voor wat je met recht en regeltoepassing wel en niet kan bewerkstelligen. We hebben goede wetgevers in Nederland, men kan wetten schrijven in Den Haag. Dat ze er soms verfomfaaid uitkomen, heeft te maken met de politiek.

Samenvatting van het tweede uur:
In de loop van 20 jaar advocatuur heeft hij 150 dokters verdedigd in euthanasiezaken. “De meeste zaken konden we wegvangen voor de zitting”, zegt hij, “die werden geseponeerd, er waren slechts zo’n 30 tucht- of strafzaken.

Nu er wetgeving is, moet je voorzichtig zijn met de vanzelfsprekendheid –
alsof er geen dilemma meer is omdat er een wet is. In de tijd dat er nog geen wet heeft hij zelf euthanasie in zijn omgeving meegemaakt. Dat maakte de angst en pijn die er toch al was groter. De conspiracy of silence, het maakt het rouwen moeilijk. Maar hij heeft het als heel goed ervaren. Het plannen van de dood is niet raar, maar wel nieuw, want we beschouwen de dood niet als binnen onze macht – en deels hebben we dat gevoel meer en meer, en ontstaan er nieuwe rituelen.

Dan leest hij op verzoek van Rik Delhaas het gedicht ‘Apologie’ van Gerard Reve voor, waarin hij beschrijft dat toen Reve rooms-katholiek werd zijn haar blonder werd en zijn jaarinkomen snel steeg, en dat ondanks de bezwaren er zoveel genade is: de kerk van Rome is de ware kerk. Want dat is de kerk waar Sutorius zich midden jaren tachtig toe bekeerde. Hij en zijn vrouw wilden dat religie een rol speelde in het gezin. Als je iets kiest, kan je het beste binnen je eigen cultuur blijven, concludeerde hij na een snuffeltocht door oosterse religies. En al kwam hij vroeger uit de protestante kerk altijd wel gesticht met een mandje thuis, hij koos uiteindelijk voor de mystiek. Daarvoor kwam hij, niet voor de ethische norm.

“Is dat niet een beetje selectief? Wel het mysterie, maar niet de dogma’s?” vraagt Delhaas. Dat vindt Sutorius typisch een opmerking van een calvinist.
Hij viert het plezier in zijn leven in deze kerk. Dankbaarheid, betrokkenheid, het simpele werk onder golfplatendakjes in Brazilië en over de hele wereld. Dat heeft allemaal niet zoveel met die kerk in Rome te maken, want als hij de paus hoort zeggen dat deze kerk de enige ware is, dan denkt Sutorius: hoe durf je het te zeggen.

Iemand met zijn duidelijke ideeën over zelfbeschikking, en dan die behoefte aan overgave, is dat geen contradictie? Geloven en liefde hebben heel veel gemeen: het gaat erom dat je weet dat we er maar even zijn, en dat je dan in de gebrekkigheid van die split second waarin we leven even voelt dat alles heel belangrijk is. Zijn kinderen hebben zijn vrouw en hij meegesleurd in de doop. De afweging was: we doen het als gezin. Dat hebben ze geweten, want de kinderen zijn de ouders uiteindelijk niet gevolgd en zijn er kritisch over dat ze in de poppenkast zijn meegesleurd.

Eugène Sutorius: uur 1

vrijdag 3 augustus 2007, 12:49 uur

Eugène Sutorius werd bekend als de advocaat die in de jaren tachtig de eerste jurisprudentie over vrijwillige euthanasie in Nederland tot stand bracht, en daarmee een maatschappelijke discussie losmaakte die tot op de dag van vandaag voortduurt. Want nu de vrijwillige euthansasie wettelijk goed geregeld is, gaat Sutorius als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde verder, en pleit hij voor een goede regeling voor het recht op zelfdoding. Sutorius is hoogleraar strafrechtwetenschap aan de universiteit van Amsterdam en raadsheer bij het gerechtshof Arnhem.
-----------------------------

Biografie Eugène Sutorius

geb. 27 augustus 1946 te Hilversum

Wegbereider van de euthanasiewet

Hij staat bekend als dé euthanasieadvocaat van Nederland: Eugène Sutorius. In zijn vijfentwintigjarige carrière als advocaat verdedigde hij vele huisartsen en hulpverleners, die terechtstonden voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Dat deed hij in een tijd dat euthanasie nog niet wettelijk geregeld was. Met die processen lokte hij jurispredentie uit die de grondslag vormden voor de euthanasiewet die in 2002 in werking trad onder het tweede Paarse kabinet. Ondraaglijk en uitzichtloos lijden worden kernbegrippen voor de toetsing van euthanasie.

Eugène Sutorius wordt op 27 augustus 1946 geboren in Nederland, maar groeit op in Indonesië. Hij studeert rechten in Leiden en wordt daarna rechter-assistent in opleiding. Een toekomst binnen de rechterlijke macht lijkt voor hem in het verschiet te liggen. Toch kiest hij voor de advocatuur, "omdat hij moeite heeft met de hiërarchie en de soms ambtelijke instelling".

Midden jaren tachtig bekeert hij zich samen met zijn vrouw tot het katholicisme. In zijn woorden: "de moederkerk, de oude brede rivier met in haar bedding veel puin, maar ook veel schitterende dingen". Een kerk die euthanasie en abortus afwijst.

In 1998 wordt hij in deeltijd hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. In 2005 verlaat hij de advocatuur om raadsheer te worden aan het gerechtshof in Arnhem.
Vorig jaar werd hij voorzitter van de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, die dan net is omgedoopt in de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde.
---------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Het gesprek startte met de nachtmerrie van interviewer Rik Delhaas: in zijn droom ziet hij drie mannen in witte jassen, de artsen met wie hij te maken heeft als hij zijn wens tot euthanasie tot uitvoer wil brengen. Het blijken Rouvoet, Balkenende, Hirsch Ballin te zijn. Begrijpt Sutorius zijn schrik? Nou, met confessionele politici is het vreemd gesteld, luidt het onverwachte antwoord. Ze móeten de heiligheid van het leven hoog in het vaandel hebben, maar als je ze individueel spreekt dan zie je dat ze heel goed thuis zijn in het onderwerp en dat er goed mee te praten is. Volgens hem zit de discussie onder dit christelijke kabinet dan ook niet zo op slot als alom beweerd wordt. De euthanasiewetgeving staat als een huis, en ook Rouvoet aanvaardt dat met een zekere blijmoedigheid. Nee, dit kabinet hoeft niet afgeschreven te worden. Trouwens, je zit in Nederland altijd goed, want met de confessionelen heb je de barmhartigheid, en met de paarsen de zelfbeschikking.

De discussie nu: is té oud worden, klaar zijn met het leven ook ondraaglijk lijden? In Sutorius’ eerste zaak in 1982, was dat ook al de problematiek. Een 93-jarige vrouw, Nel Barendregt, had haar arts overtuigd dat ze niet meer wilde leven. Als hij erop terugkijkt, valt het op dat toen nog helemaal geen verschil werd gemaakt tussen ziekte en ouderdom. Hij nam de zaak, gewoon, omdat het omzet was. Hij was advocaat en die arts kwam naar hem toe. Die arts zei: “ik heb een vrouw gedood.” “Dat lijkt me niet in orde”, dacht hij. “Maar ze heeft er wel om gevraagd”, zei de arts. Toen is hij zich gaan verdiepen.

Het werd een baanbrekende zaak. De Hoge Raad oordeelde strafuitsluiting, de dokter stond met rug tegen de muur. Er werd voorrang verleend aan het opheffen van lijden, dat was een loopplankje tussen de gegroeide praktijk en de vastzittende politieke standpunten. Soortgelijke jurisprudentie over de groep Drion is te verwachten. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, waarvan Sutorius de voorzitter is, gaat daar aan werken.

Sutorius weigerde in het midden van de jaren zestig zijn dienstplicht te voldoen. Waarom? De beslissing om te beslissen over doden van een ander mens wilde hij niet uit handen geven aan een ander, zeker niet in een hiërarchische organisatie als het leger. Zijn dienstweigering kon niet de goedkeuring van zijn vader vinden die als KNIL-soldaat op Sumatra had gevochten.

Sutorius noemt zichzelf geen pacifist. Hij kan zich voorstellen dat je wel vecht om een principiële zaak te verdedigen. Bijvoorbeeld militair ingrijpen in Darfur, daar is hij een voorstander van. Als je er maar zelf als individu voor kan kiezen. Er zou meer maatschappelijk gediscussieerd moeten worden over de rechtstaat en de verdediging daarvan – bijvoorbeeld over hoe ver je mag gaan om de eigen democratie te verdedigen tegen terrorisme. Er moet meer onderwezen worden in het recht, zodat het een duidelijkere plek in ons leven krijgt, zodat er meer begrip komt voor wat je met recht en regeltoepassing wel en niet kan bewerkstelligen. We hebben goede wetgevers in Nederland, men kan wetten schrijven in Den Haag. Dat ze er soms verfomfaaid uitkomen, heeft te maken met de politiek.

Samenvatting van het tweede uur:
In de loop van 20 jaar advocatuur heeft hij 150 dokters verdedigd in euthanasiezaken. “De meeste zaken konden we wegvangen voor de zitting”, zegt hij, “die werden geseponeerd, er waren slechts zo’n 30 tucht- of strafzaken.

Nu er wetgeving is, moet je voorzichtig zijn met de vanzelfsprekendheid –
alsof er geen dilemma meer is omdat er een wet is. In de tijd dat er nog geen wet heeft hij zelf euthanasie in zijn omgeving meegemaakt. Dat maakte de angst en pijn die er toch al was groter. De conspiracy of silence, het maakt het rouwen moeilijk. Maar hij heeft het als heel goed ervaren. Het plannen van de dood is niet raar, maar wel nieuw, want we beschouwen de dood niet als binnen onze macht – en deels hebben we dat gevoel meer en meer, en ontstaan er nieuwe rituelen.

Dan leest hij op verzoek van Rik Delhaas het gedicht ‘Apologie’ van Gerard Reve voor, waarin hij beschrijft dat toen Reve rooms-katholiek werd zijn haar blonder werd en zijn jaarinkomen snel steeg, en dat ondanks de bezwaren er zoveel genade is: de kerk van Rome is de ware kerk. Want dat is de kerk waar Sutorius zich midden jaren tachtig toe bekeerde. Hij en zijn vrouw wilden dat religie een rol speelde in het gezin. Als je iets kiest, kan je het beste binnen je eigen cultuur blijven, concludeerde hij na een snuffeltocht door oosterse religies. En al kwam hij vroeger uit de protestante kerk altijd wel gesticht met een mandje thuis, hij koos uiteindelijk voor de mystiek. Daarvoor kwam hij, niet voor de ethische norm.

“Is dat niet een beetje selectief? Wel het mysterie, maar niet de dogma’s?” vraagt Delhaas. Dat vindt Sutorius typisch een opmerking van een calvinist.
Hij viert het plezier in zijn leven in deze kerk. Dankbaarheid, betrokkenheid, het simpele werk onder golfplatendakjes in Brazilië en over de hele wereld. Dat heeft allemaal niet zoveel met die kerk in Rome te maken, want als hij de paus hoort zeggen dat deze kerk de enige ware is, dan denkt Sutorius: hoe durf je het te zeggen.

Iemand met zijn duidelijke ideeën over zelfbeschikking, en dan die behoefte aan overgave, is dat geen contradictie? Geloven en liefde hebben heel veel gemeen: het gaat erom dat je weet dat we er maar even zijn, en dat je dan in de gebrekkigheid van die split second waarin we leven even voelt dat alles heel belangrijk is. Zijn kinderen hebben zijn vrouw en hij meegesleurd in de doop. De afweging was: we doen het als gezin. Dat hebben ze geweten, want de kinderen zijn de ouders uiteindelijk niet gevolgd en zijn er kritisch over dat ze in de poppenkast zijn meegesleurd.

Eugène Sutorius; uur 2

vrijdag 3 augustus 2007, 12:49 uur

Eugène Sutorius werd bekend als de advocaat die in de jaren tachtig de eerste jurisprudentie over vrijwillige euthanasie in Nederland tot stand bracht, en daarmee een maatschappelijke discussie losmaakte die tot op de dag van vandaag voortduurt. Want nu de vrijwillige euthansasie wettelijk goed geregeld is, gaat Sutorius als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde verder, en pleit hij voor een goede regeling voor het recht op zelfdoding. Sutorius is hoogleraar strafrechtwetenschap aan de universiteit van Amsterdam en raadsheer bij het gerechtshof Arnhem.
-----------------------------

Biografie Eugène Sutorius

geb. 27 augustus 1946 te Hilversum


Wegbereider van de euthanasiewet

Hij staat bekend als dé euthanasieadvocaat van Nederland: Eugène Sutorius. In zijn vijfentwintigjarige carrière als advocaat verdedigde hij vele huisartsen en hulpverleners, die terechtstonden voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Dat deed hij in een tijd dat euthanasie nog niet wettelijk geregeld was. Met die processen lokte hij jurispredentie uit die de grondslag vormden voor de euthanasiewet die in 2002 in werking trad onder het tweede Paarse kabinet. Ondraaglijk en uitzichtloos lijden worden kernbegrippen voor de toetsing van euthanasie.

Eugène Sutorius wordt op 27 augustus 1946 geboren in Nederland, maar groeit op in Indonesië. Hij studeert rechten in Leiden en wordt daarna rechter-assistent in opleiding. Een toekomst binnen de rechterlijke macht lijkt voor hem in het verschiet te liggen. Toch kiest hij voor de advocatuur, "omdat hij moeite heeft met de hiërarchie en de soms ambtelijke instelling".

Midden jaren tachtig bekeert hij zich samen met zijn vrouw tot het katholicisme. In zijn woorden: "de moederkerk, de oude brede rivier met in haar bedding veel puin, maar ook veel schitterende dingen". Een kerk die euthanasie en abortus afwijst.

In 1998 wordt hij in deeltijd hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. In 2005 verlaat hij de advocatuur om raadsheer te worden aan het gerechtshof in Arnhem.
Vorig jaar werd hij voorzitter van de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, die dan net is omgedoopt in de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde.
---------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Het gesprek startte met de nachtmerrie van interviewer Rik Delhaas: in zijn droom ziet hij drie mannen in witte jassen, de artsen met wie hij te maken heeft als hij zijn wens tot euthanasie tot uitvoer wil brengen. Het blijken Rouvoet, Balkenende, Hirsch Ballin te zijn. Begrijpt Sutorius zijn schrik? Nou, met confessionele politici is het vreemd gesteld, luidt het onverwachte antwoord. Ze móeten de heiligheid van het leven hoog in het vaandel hebben, maar als je ze individueel spreekt dan zie je dat ze heel goed thuis zijn in het onderwerp en dat er goed mee te praten is. Volgens hem zit de discussie onder dit christelijke kabinet dan ook niet zo op slot als alom beweerd wordt. De euthanasiewetgeving staat als een huis, en ook Rouvoet aanvaardt dat met een zekere blijmoedigheid. Nee, dit kabinet hoeft niet afgeschreven te worden. Trouwens, je zit in Nederland altijd goed, want met de confessionelen heb je de barmhartigheid, en met de paarsen de zelfbeschikking.

De discussie nu: is té oud worden, klaar zijn met het leven ook ondraaglijk lijden? In Sutorius’ eerste zaak in 1982, was dat ook al de problematiek. Een 93-jarige vrouw, Nel Barendregt, had haar arts overtuigd dat ze niet meer wilde leven. Als hij erop terugkijkt, valt het op dat toen nog helemaal geen verschil werd gemaakt tussen ziekte en ouderdom. Hij nam de zaak, gewoon, omdat het omzet was. Hij was advocaat en die arts kwam naar hem toe. Die arts zei: “ik heb een vrouw gedood.” “Dat lijkt me niet in orde”, dacht hij. “Maar ze heeft er wel om gevraagd”, zei de arts. Toen is hij zich gaan verdiepen.

Het werd een baanbrekende zaak. De Hoge Raad oordeelde strafuitsluiting, de dokter stond met rug tegen de muur. Er werd voorrang verleend aan het opheffen van lijden, dat was een loopplankje tussen de gegroeide praktijk en de vastzittende politieke standpunten. Soortgelijke jurisprudentie over de groep Drion is te verwachten. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, waarvan Sutorius de voorzitter is, gaat daar aan werken.

Sutorius weigerde in het midden van de jaren zestig zijn dienstplicht te voldoen. Waarom? De beslissing om te beslissen over doden van een ander mens wilde hij niet uit handen geven aan een ander, zeker niet in een hiërarchische organisatie als het leger. Zijn dienstweigering kon niet de goedkeuring van zijn vader vinden die als KNIL-soldaat op Sumatra had gevochten.

Sutorius noemt zichzelf geen pacifist. Hij kan zich voorstellen dat je wel vecht om een principiële zaak te verdedigen. Bijvoorbeeld militair ingrijpen in Darfur, daar is hij een voorstander van. Als je er maar zelf als individu voor kan kiezen. Er zou meer maatschappelijk gediscussieerd moeten worden over de rechtstaat en de verdediging daarvan – bijvoorbeeld over hoe ver je mag gaan om de eigen democratie te verdedigen tegen terrorisme. Er moet meer onderwezen worden in het recht, zodat het een duidelijkere plek in ons leven krijgt, zodat er meer begrip komt voor wat je met recht en regeltoepassing wel en niet kan bewerkstelligen. We hebben goede wetgevers in Nederland, men kan wetten schrijven in Den Haag. Dat ze er soms verfomfaaid uitkomen, heeft te maken met de politiek.

Samenvatting van het tweede uur:
In de loop van 20 jaar advocatuur heeft hij 150 dokters verdedigd in euthanasiezaken. “De meeste zaken konden we wegvangen voor de zitting”, zegt hij, “die werden geseponeerd, er waren slechts zo’n 30 tucht- of strafzaken.

Nu er wetgeving is, moet je voorzichtig zijn met de vanzelfsprekendheid –
alsof er geen dilemma meer is omdat er een wet is. In de tijd dat er nog geen wet heeft hij zelf euthanasie in zijn omgeving meegemaakt. Dat maakte de angst en pijn die er toch al was groter. De conspiracy of silence, het maakt het rouwen moeilijk. Maar hij heeft het als heel goed ervaren. Het plannen van de dood is niet raar, maar wel nieuw, want we beschouwen de dood niet als binnen onze macht – en deels hebben we dat gevoel meer en meer, en ontstaan er nieuwe rituelen.

Dan leest hij op verzoek van Rik Delhaas het gedicht ‘Apologie’ van Gerard Reve voor, waarin hij beschrijft dat toen Reve rooms-katholiek werd zijn haar blonder werd en zijn jaarinkomen snel steeg, en dat ondanks de bezwaren er zoveel genade is: de kerk van Rome is de ware kerk. Want dat is de kerk waar Sutorius zich midden jaren tachtig toe bekeerde. Hij en zijn vrouw wilden dat religie een rol speelde in het gezin. Als je iets kiest, kan je het beste binnen je eigen cultuur blijven, concludeerde hij na een snuffeltocht door oosterse religies. En al kwam hij vroeger uit de protestante kerk altijd wel gesticht met een mandje thuis, hij koos uiteindelijk voor de mystiek. Daarvoor kwam hij, niet voor de ethische norm.

“Is dat niet een beetje selectief? Wel het mysterie, maar niet de dogma’s?” vraagt Delhaas. Dat vindt Sutorius typisch een opmerking van een calvinist.
Hij viert het plezier in zijn leven in deze kerk. Dankbaarheid, betrokkenheid, het simpele werk onder golfplatendakjes in Brazilië en over de hele wereld. Dat heeft allemaal niet zoveel met die kerk in Rome te maken, want als hij de paus hoort zeggen dat deze kerk de enige ware is, dan denkt Sutorius: hoe durf je het te zeggen.

Iemand met zijn duidelijke ideeën over zelfbeschikking, en dan die behoefte aan overgave, is dat geen contradictie? Geloven en liefde hebben heel veel gemeen: het gaat erom dat je weet dat we er maar even zijn, en dat je dan in de gebrekkigheid van die split second waarin we leven even voelt dat alles heel belangrijk is. Zijn kinderen hebben zijn vrouw en hij meegesleurd in de doop. De afweging was: we doen het als gezin. Dat hebben ze geweten, want de kinderen zijn de ouders uiteindelijk niet gevolgd en zijn er kritisch over dat ze in de poppenkast zijn meegesleurd.

Lieve Joris: uur 3

vrijdag 27 juli 2007, 11:48 uur

De Nederlandse Djoeke Veeninga sprak in 2007 drie uur met de Belgische Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.

Een gesprek over het leven ver weg en dichtbij.
De Belgische schrijfster Lieve Joris heeft zich vanaf haar eerste boek op verschillende plekken ingegraven - het Midden Oosten, Hongarije, Afrika. Zo werkt de schrijfster: een tijdlang wortelen en goed om je heen kijken. Zo beschreef ze in haar debuut De Golf in 1986 al de door snelle economische bloei verscheurde Arabische wereld waar sommige jongeren in een behoefte aan vastigheid teruggrepen op een onbeweeglijk geloof - een thema waar de wereld nog veel van horen zou. In Het uur van de rebellen beschrijft ze de kleine geschiedenis van Assani, een Tutsi rebel, waardoor de grote geschiedenis van de oorlog in Congo en de buurlanden te begrijpen valt.
Over één plek schreef ze tot aan 2007 nog niet: het Vlaanderen van haar jeugd.
----------------------------------

Biografie Lieve Joris
(geb. 14 juni 1953 te Neerpelt, België)

"Mijn sleutel is traagheid"

Lieve Joris is een nationaal én internationaal gewaardeerd schrijfster van reisverhalen in het genre dat wel ‘verhalende non-fictie’ dan wel ‘non-fictie literatuur’ wordt genoemd. Met de blik van een fictieschrijfster bekijkt en beschrijft ze de werkelijkheid, en dat doet ze zoals ze zelf zegt in het tempo van een slak: ‘mijn sleutel is traagheid’.

Ze werd in 1953 in België geboren en woont sinds 1975 in Nederland, waar zij de School voor de Journalistiek volgde en voor de Haagse Post en NRC Handelsblad reportages schreef.

In 1986 debuteerde zij met De Golf, het verslag van een vier maanden durende reis door Saoedi-Arabië, de Emiraten, Katar, Bahrein en Koeweit. Later woonde ze in Caïro, wat onder meer in 1991 het Boekenweek-essay Een Kamer in Cairo opleverde, en nog later trok zij naar Syrië, waar zij het leven van de Syrische Hala spiegelde aan dat van zichzelf, beschreven in De poorten van Damascus.

Tussendoor had ze kennisgemaakt met het land dat haar tot de dag vandaag bezighoudt: de voormalige Belgische kolonie Congo. Ze schreef er inmiddels drie indrukwekkende boeken over. In 1987 verscheen Terug naar Congo, waarin zij reist in de voetsporen van haar heeroom die als pater in de koloniale tijd zich over de 'negerkes' ontfermt. Na het vertrek van Mobutu in 1997, keerde ze verschillende malen naar Congo terug en beschreef de jaren van chaos en oorlog. Maar altijd op de manier waarop Lieve Joris werkt: de grote anlayse en geschiedenis haakt ze vast aan de menselijke maat. Dans van de Luipaard uit 2001 en het vorig jaar verschenen Het Uur van de Rebellen zijn de bijbehorende titels.

In dat reisleven nestelde ze zich en passant ook nog in de De Melancholieke Revolutie van Hongarijë in 1989, bundelde ze een aantal verhalen in Zangeres op Zanzibar (1992), waarin onder meer het verslag van haar ontmoeting met de schijver V.S. Naipaul op zijn geboorte-eiland Trinidad, en beschreef ze het Westafrikaanse dagelijkse leven in Mali Blues.

De schijfster heeft nu net rondgesnuffeld in de Aziatische wereld – om eens voorzichtig te proeven of dat een nieuw gebied voor haar zou kunnen zijn. Opvallend genoeg schreef ze nog nooit over haar geboorteland België en het Vlaamse platteland waar ze opgroeide. Wellicht horen we daar meer over, ergens in het Marathoninterview. Djoeke Veeninga gaat in gesprek met Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.
----------------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Lieve Joris noemt zich, zo leerden wij het eerste uur, liever geen journalist noemen en al helemaal niet, zoals een Franse krant schreef, een van de beste van de wereld.
Dit in tegenstelling tot een van haar grote leermeesters, de Pool Ryszard Kapuscinski. Hoewel die, zoals hij vanuit de geschiedenis de literatuur in dreef, misschien wel meer een dichter is, vanwege zijn prachtige beelden. En van wie Lieve Joris vooral leerde dat je moet durven over kleine dingen te schrijven: zoals over het hondje van Keizer Haile Selassie dat op de schoenen van de minsisters piste. Als je dat kunt, heb je misschien wel een boek.

En die andere grote voorganger, V.S. Naipaul, is natuurlijk ook beyond journalism, dus laten we het maar hebben over, zoals Kapuscinski altijd zei ‘non-fiction-literature’.
Literatuur die haar in al die jaren vooral vaak naar Congo bracht, waar ze, net als Kapuscinski, maar dan anders, goed kon zorgen dat de mensen goed voor haar zorgen. Zodat ze niet bij die luitjes van de VN hoeft te logeren, met hun tennisbanen en walkie talkies, maar in het buitengewoon dynamische huishouden van haar vriend Cleon. Waar ze zich, wanneer er ‘s ochtend vroeg alweer zes vreemden voor de televisie zaten, wel eens afvroeg: wat doe ik hier? Totdat weer bleek dat daar zes verhalen voor de televisie zaten. Verhalen van de binnenkant. En, ook dat leerde ze van Kapuscinski, omdat zij blijft wanneer de andere blanken weggaan, heeft ze nog het recht om die verhalen op te schrijven ook.

Terugkomen in haar tweede vaderland Nederland was, na de laatste keer, na bijna zeven jaar Congo, niet makkelijk. Vernauwing en hufterigheid hadden de overhand gekregen. Al die redenen waarvoor ze ooit uit België was weggegaan, golden niet meer. “Weer Congo?”, vroeg een collega. En het hielp ook niet dat het huis verbouwd werd, want wanneer je zelf een bouwwerk aan het maken bent, is het niet handig als de keuken onttakeld is.

Dus schrijven deed ze in België, dat inmiddels meer leek op dat fijne Nederland van vroeger, onder de vleugels van vader abt. En dat ging meteen een stuk beter.
“Maar het ging hier toch ook over de islam”, vroeg Djoeke Veeninga, “en dat is toch ook een onderwerp van jou?” “Jawel, maar naast Congo was er geen ruimte in mijn hoofd, en bovendien: ik moet ergens heen, voordat ik er iets over kan zeggen.” Dus gaat Lieve Joris binnenkort weer naar Libanon om uit te zoeken hoe een Grieks-orthodoxe communist erbij komt tegen Hezbollah aan te schurken, en steekt zij langzaam haar voelhorens uit naar Azië, naar Vietnam.

Maar inmiddels wel met zoveel bagage, haar eigen dorpje Neerpelt op het Vlaamse platteland, waar haar moeder haar al leerde hoe je voortdurend diensten moet uitwisselen met de medemens, maar ook Congo reist mee naar Vietnam, dat ook zijn oorlog heeft gehad, maar er inmiddels op kan reflecteren. Zo gaat inmiddels alles bij alles horen. En hoort haar dementerende vader er uiteindelijk ook bij. Want wanneer ze iets probeert te betekenen voor de mensen in Congo, moet ze ook haar oude vader niet vergeten. Zoals ze ook blij is dat de Congolezen haar gewoon naar huis duwden toen haar moeder overleed. Dat verdriet van je familie, ook daar moet je heen, ook dat moet je zien. En de tijd nemen om dat te verwerken. Want, zei ze tot slot: je licht je anker niet ongestraft.


En dat, dat lichten van het anker, doet ze dan ook minder snel dan vroeger. Want met de jaren komt de mildheid, en is er minder om je tegen af te zetten. En dus minder om achter je te willen laten.

Tweede uur:

Het sleutelwoord van het afgelopen uur was toch wel schuldgevoel. Schuldgevoel van Lieve Joris over de manier waarop ze altijd maar weg was bij haar familie, om te beginnen met het overlijden van haar grootmoeder, toen ze in Amerika was. Die grootmoeder die er toch juist voor gezorgd had dat zij haar eigen plekje had in dat drukke gezin van negen kinderen in het Vlaamse Neerpelt
Maar nu, nu zij zoveel mogelijk voor haar dementerende vader zorgt, van ’s ochtends voeg tot s avonds laat als het even kan, nu haar vader haar Afrika is geworden en ze alle inventiviteit die je nodig hebt wanneer het ergens niet goed gaat, bij hem kan aanwenden, nu is dat schuldgevoel wel ingelost.

En misschien wel daarom kon ze met zoveel openheid en liefde over haar acht broers en zusters praten. De oudste in Spanje, mooie Odet, Fonnie die uiteindelijk op zijn 48e aan de drugs ten onder ging, Theo die leed onder Fonnie, Angel die een echte engel is, professor Tonnie in Brussel, Hildeke, “ons mongooltje dat geen vlieg kwaad doet”, en de kleine Wieke, ze kwamen allemaal volledig tot leven.

Zoals ze ook haar vader helemaal kan zien, zijn hele leven kwam langs, van het halve weeskind tot de door zijn ambitieuze vrouw tot voortdurende studie gemaande belastingophaler. In potentie een heel belezen man, en nu, nu hij in zijn eigen wereld verblijft, nog steeds met een ontroerend open oog voor beeldende kunst.
“En misschien”, zei Lieve Joris op een vraag van Djoeke Veeninga, “is alles wat ik nu doe wel oefening om uiteindelijk zonder sentimenteel te worden te kunnen schrijven over dat waar ik vandaan kom”. Maar wanneer ze het kan, wanneer ze de schaamte kan overwinnen door stijl, misschien hoeft het dan niet eens meer.

En dan het schuldgevoel dat Afrika, en voor een Belgische natuurlijk vooral Congo, bij je oproept. Omdat je natuurlijk niet heen kunt om de strooptochten van koning Leopold, maar ook omdat de Afrikanen je bijna dwingen tot paternalisme. Omdat Afrikanen op de een of andere manier nog steeds niet in staat zijn het heft in eigen handen te nemen. De oplossing moet altijd van een ander komen. En dat werkt uiteindelijk niet, want wanneer je iemand uit een put wil trekken, zal hij zelf mee moeten werken.

En dat is wel de verademing van Azië, dat de mensen daar hun eigen zaakjes bestieren. En toch was de laatste toon van het gesprek optimistisch. Omdat dat eeuwige wingewest Congo, altijd geplunderd, altijd uitgebuit, altijd gekoloniseerd, bezig is met een noodzakelijke vernietiging. Met de vernietiging van de oude verhoudingen en, hoe gruwelijk ook, op zoek naar nieuwe verhoudingen, naar eigen verhoudingen.

En hoe gaat het daarin met je laatste hoofdpersoon, met Asani uit Het Uur van de Rebellen, die als rebel in het oosten probeert zijn plek te vinden in het nieuwe Congo dat met al die barensweeën aan het ontstaan is? Hij is nu in de hoofdstad en hoort bij de verstandige mensen die hopen op een door de internationale gemeenschap gesteunde vrede. En ze is eigenlijk best trots op hem. De andere persoon uit wie Asani is opgebouwd is nu generaal en ook belangrijk geworden. Dat had ze toch maar goed gezien, dat dat niet zomaar mensen waren, maar mensen van de toekomst. Al ligt die toekomst, waar Lieve Joris dus uiteindelijk wel hoopvol over is, nog wel ver weg.

Lieve Joris: uur 2

vrijdag 27 juli 2007, 11:47 uur

De Nederlandse Djoeke Veeninga sprak in 2007 drie uur met de Belgische Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.

Een gesprek over het leven ver weg en dichtbij.
De Belgische schrijfster Lieve Joris heeft zich vanaf haar eerste boek op verschillende plekken ingegraven - het Midden Oosten, Hongarije, Afrika. Zo werkt de schrijfster: een tijdlang wortelen en goed om je heen kijken. Zo beschreef ze in haar debuut De Golf in 1986 al de door snelle economische bloei verscheurde Arabische wereld waar sommige jongeren in een behoefte aan vastigheid teruggrepen op een onbeweeglijk geloof - een thema waar de wereld nog veel van horen zou. In Het uur van de rebellen beschrijft ze de kleine geschiedenis van Assani, een Tutsi rebel, waardoor de grote geschiedenis van de oorlog in Congo en de buurlanden te begrijpen valt.
Over één plek schreef ze tot aan 2007 nog niet: het Vlaanderen van haar jeugd.
----------------------------------

Biografie Lieve Joris
(geb. 14 juni 1953 te Neerpelt, België)

"Mijn sleutel is traagheid"

Lieve Joris is een nationaal én internationaal gewaardeerd schrijfster van reisverhalen in het genre dat wel ‘verhalende non-fictie’ dan wel ‘non-fictie literatuur’ wordt genoemd. Met de blik van een fictieschrijfster bekijkt en beschrijft ze de werkelijkheid, en dat doet ze zoals ze zelf zegt in het tempo van een slak: ‘mijn sleutel is traagheid’.

Ze werd in 1953 in België geboren en woont sinds 1975 in Nederland, waar zij de School voor de Journalistiek volgde en voor de Haagse Post en NRC Handelsblad reportages schreef.

In 1986 debuteerde zij met De Golf, het verslag van een vier maanden durende reis door Saoedi-Arabië, de Emiraten, Katar, Bahrein en Koeweit. Later woonde ze in Caïro, wat onder meer in 1991 het Boekenweek-essay Een Kamer in Cairo opleverde, en nog later trok zij naar Syrië, waar zij het leven van de Syrische Hala spiegelde aan dat van zichzelf, beschreven in De poorten van Damascus.

Tussendoor had ze kennisgemaakt met het land dat haar tot de dag vandaag bezighoudt: de voormalige Belgische kolonie Congo. Ze schreef er inmiddels drie indrukwekkende boeken over. In 1987 verscheen Terug naar Congo, waarin zij reist in de voetsporen van haar heeroom die als pater in de koloniale tijd zich over de 'negerkes' ontfermt. Na het vertrek van Mobutu in 1997, keerde ze verschillende malen naar Congo terug en beschreef de jaren van chaos en oorlog. Maar altijd op de manier waarop Lieve Joris werkt: de grote anlayse en geschiedenis haakt ze vast aan de menselijke maat. Dans van de Luipaard uit 2001 en het vorig jaar verschenen Het Uur van de Rebellen zijn de bijbehorende titels.

In dat reisleven nestelde ze zich en passant ook nog in de De Melancholieke Revolutie van Hongarijë in 1989, bundelde ze een aantal verhalen in Zangeres op Zanzibar (1992), waarin onder meer het verslag van haar ontmoeting met de schijver V.S. Naipaul op zijn geboorte-eiland Trinidad, en beschreef ze het Westafrikaanse dagelijkse leven in Mali Blues.

De schijfster heeft nu net rondgesnuffeld in de Aziatische wereld – om eens voorzichtig te proeven of dat een nieuw gebied voor haar zou kunnen zijn. Opvallend genoeg schreef ze nog nooit over haar geboorteland België en het Vlaamse platteland waar ze opgroeide. Wellicht horen we daar meer over, ergens in het Marathoninterview. Djoeke Veeninga gaat in gesprek met Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.
----------------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Lieve Joris noemt zich, zo leerden wij het eerste uur, liever geen journalist noemen en al helemaal niet, zoals een Franse krant schreef, een van de beste van de wereld.
Dit in tegenstelling tot een van haar grote leermeesters, de Pool Ryszard Kapuscinski. Hoewel die, zoals hij vanuit de geschiedenis de literatuur in dreef, misschien wel meer een dichter is, vanwege zijn prachtige beelden. En van wie Lieve Joris vooral leerde dat je moet durven over kleine dingen te schrijven: zoals over het hondje van Keizer Haile Selassie dat op de schoenen van de minsisters piste. Als je dat kunt, heb je misschien wel een boek.

En die andere grote voorganger, V.S. Naipaul, is natuurlijk ook beyond journalism, dus laten we het maar hebben over, zoals Kapuscinski altijd zei ‘non-fiction-literature’.
Literatuur die haar in al die jaren vooral vaak naar Congo bracht, waar ze, net als Kapuscinski, maar dan anders, goed kon zorgen dat de mensen goed voor haar zorgen. Zodat ze niet bij die luitjes van de VN hoeft te logeren, met hun tennisbanen en walkie talkies, maar in het buitengewoon dynamische huishouden van haar vriend Cleon. Waar ze zich, wanneer er ‘s ochtend vroeg alweer zes vreemden voor de televisie zaten, wel eens afvroeg: wat doe ik hier? Totdat weer bleek dat daar zes verhalen voor de televisie zaten. Verhalen van de binnenkant. En, ook dat leerde ze van Kapuscinski, omdat zij blijft wanneer de andere blanken weggaan, heeft ze nog het recht om die verhalen op te schrijven ook.

Terugkomen in haar tweede vaderland Nederland was, na de laatste keer, na bijna zeven jaar Congo, niet makkelijk. Vernauwing en hufterigheid hadden de overhand gekregen. Al die redenen waarvoor ze ooit uit België was weggegaan, golden niet meer. “Weer Congo?”, vroeg een collega. En het hielp ook niet dat het huis verbouwd werd, want wanneer je zelf een bouwwerk aan het maken bent, is het niet handig als de keuken onttakeld is.

Dus schrijven deed ze in België, dat inmiddels meer leek op dat fijne Nederland van vroeger, onder de vleugels van vader abt. En dat ging meteen een stuk beter.
“Maar het ging hier toch ook over de islam”, vroeg Djoeke Veeninga, “en dat is toch ook een onderwerp van jou?” “Jawel, maar naast Congo was er geen ruimte in mijn hoofd, en bovendien: ik moet ergens heen, voordat ik er iets over kan zeggen.” Dus gaat Lieve Joris binnenkort weer naar Libanon om uit te zoeken hoe een Grieks-orthodoxe communist erbij komt tegen Hezbollah aan te schurken, en steekt zij langzaam haar voelhorens uit naar Azië, naar Vietnam.

Maar inmiddels wel met zoveel bagage, haar eigen dorpje Neerpelt op het Vlaamse platteland, waar haar moeder haar al leerde hoe je voortdurend diensten moet uitwisselen met de medemens, maar ook Congo reist mee naar Vietnam, dat ook zijn oorlog heeft gehad, maar er inmiddels op kan reflecteren. Zo gaat inmiddels alles bij alles horen. En hoort haar dementerende vader er uiteindelijk ook bij. Want wanneer ze iets probeert te betekenen voor de mensen in Congo, moet ze ook haar oude vader niet vergeten. Zoals ze ook blij is dat de Congolezen haar gewoon naar huis duwden toen haar moeder overleed. Dat verdriet van je familie, ook daar moet je heen, ook dat moet je zien. En de tijd nemen om dat te verwerken. Want, zei ze tot slot: je licht je anker niet ongestraft.


En dat, dat lichten van het anker, doet ze dan ook minder snel dan vroeger. Want met de jaren komt de mildheid, en is er minder om je tegen af te zetten. En dus minder om achter je te willen laten.

Tweede uur:

Het sleutelwoord van het afgelopen uur was toch wel schuldgevoel. Schuldgevoel van Lieve Joris over de manier waarop ze altijd maar weg was bij haar familie, om te beginnen met het overlijden van haar grootmoeder, toen ze in Amerika was. Die grootmoeder die er toch juist voor gezorgd had dat zij haar eigen plekje had in dat drukke gezin van negen kinderen in het Vlaamse Neerpelt
Maar nu, nu zij zoveel mogelijk voor haar dementerende vader zorgt, van ’s ochtends voeg tot s avonds laat als het even kan, nu haar vader haar Afrika is geworden en ze alle inventiviteit die je nodig hebt wanneer het ergens niet goed gaat, bij hem kan aanwenden, nu is dat schuldgevoel wel ingelost.

En misschien wel daarom kon ze met zoveel openheid en liefde over haar acht broers en zusters praten. De oudste in Spanje, mooie Odet, Fonnie die uiteindelijk op zijn 48e aan de drugs ten onder ging, Theo die leed onder Fonnie, Angel die een echte engel is, professor Tonnie in Brussel, Hildeke, “ons mongooltje dat geen vlieg kwaad doet”, en de kleine Wieke, ze kwamen allemaal volledig tot leven.

Zoals ze ook haar vader helemaal kan zien, zijn hele leven kwam langs, van het halve weeskind tot de door zijn ambitieuze vrouw tot voortdurende studie gemaande belastingophaler. In potentie een heel belezen man, en nu, nu hij in zijn eigen wereld verblijft, nog steeds met een ontroerend open oog voor beeldende kunst.
“En misschien”, zei Lieve Joris op een vraag van Djoeke Veeninga, “is alles wat ik nu doe wel oefening om uiteindelijk zonder sentimenteel te worden te kunnen schrijven over dat waar ik vandaan kom”. Maar wanneer ze het kan, wanneer ze de schaamte kan overwinnen door stijl, misschien hoeft het dan niet eens meer.

En dan het schuldgevoel dat Afrika, en voor een Belgische natuurlijk vooral Congo, bij je oproept. Omdat je natuurlijk niet heen kunt om de strooptochten van koning Leopold, maar ook omdat de Afrikanen je bijna dwingen tot paternalisme. Omdat Afrikanen op de een of andere manier nog steeds niet in staat zijn het heft in eigen handen te nemen. De oplossing moet altijd van een ander komen. En dat werkt uiteindelijk niet, want wanneer je iemand uit een put wil trekken, zal hij zelf mee moeten werken.

En dat is wel de verademing van Azië, dat de mensen daar hun eigen zaakjes bestieren. En toch was de laatste toon van het gesprek optimistisch. Omdat dat eeuwige wingewest Congo, altijd geplunderd, altijd uitgebuit, altijd gekoloniseerd, bezig is met een noodzakelijke vernietiging. Met de vernietiging van de oude verhoudingen en, hoe gruwelijk ook, op zoek naar nieuwe verhoudingen, naar eigen verhoudingen.

En hoe gaat het daarin met je laatste hoofdpersoon, met Asani uit Het Uur van de Rebellen, die als rebel in het oosten probeert zijn plek te vinden in het nieuwe Congo dat met al die barensweeën aan het ontstaan is? Hij is nu in de hoofdstad en hoort bij de verstandige mensen die hopen op een door de internationale gemeenschap gesteunde vrede. En ze is eigenlijk best trots op hem. De andere persoon uit wie Asani is opgebouwd is nu generaal en ook belangrijk geworden. Dat had ze toch maar goed gezien, dat dat niet zomaar mensen waren, maar mensen van de toekomst. Al ligt die toekomst, waar Lieve Joris dus uiteindelijk wel hoopvol over is, nog wel ver weg.

Lieve Joris: uur 1

vrijdag 27 juli 2007, 11:34 uur

De Nederlandse Djoeke Veeninga sprak in 2007 drie uur met de Belgische Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.

Een gesprek over het leven ver weg en dichtbij.
De Belgische schrijfster Lieve Joris heeft zich vanaf haar eerste boek op verschillende plekken ingegraven - het Midden Oosten, Hongarije, Afrika. Zo werkt de schrijfster: een tijdlang wortelen en goed om je heen kijken. Zo beschreef ze in haar debuut De Golf in 1986 al de door snelle economische bloei verscheurde Arabische wereld waar sommige jongeren in een behoefte aan vastigheid teruggrepen op een onbeweeglijk geloof - een thema waar de wereld nog veel van horen zou. In Het uur van de rebellen beschrijft ze de kleine geschiedenis van Assani, een Tutsi rebel, waardoor de grote geschiedenis van de oorlog in Congo en de buurlanden te begrijpen valt.
Over één plek schreef ze tot aan 2007 nog niet: het Vlaanderen van haar jeugd.
----------------------------------

Biografie Lieve Joris
(geb. 14 juni 1953 te Neerpelt, België)

"Mijn sleutel is traagheid"

Lieve Joris is een nationaal én internationaal gewaardeerd schrijfster van reisverhalen in het genre dat wel ‘verhalende non-fictie’ dan wel ‘non-fictie literatuur’ wordt genoemd. Met de blik van een fictieschrijfster bekijkt en beschrijft ze de werkelijkheid, en dat doet ze zoals ze zelf zegt in het tempo van een slak: ‘mijn sleutel is traagheid’.

Ze werd in 1953 in België geboren en woont sinds 1975 in Nederland, waar zij de School voor de Journalistiek volgde en voor de Haagse Post en NRC Handelsblad reportages schreef.

In 1986 debuteerde zij met De Golf, het verslag van een vier maanden durende reis door Saoedi-Arabië, de Emiraten, Katar, Bahrein en Koeweit. Later woonde ze in Caïro, wat onder meer in 1991 het Boekenweek-essay Een Kamer in Cairo opleverde, en nog later trok zij naar Syrië, waar zij het leven van de Syrische Hala spiegelde aan dat van zichzelf, beschreven in De poorten van Damascus.

Tussendoor had ze kennisgemaakt met het land dat haar tot de dag vandaag bezighoudt: de voormalige Belgische kolonie Congo. Ze schreef er inmiddels drie indrukwekkende boeken over. In 1987 verscheen Terug naar Congo, waarin zij reist in de voetsporen van haar heeroom die als pater in de koloniale tijd zich over de 'negerkes' ontfermt. Na het vertrek van Mobutu in 1997, keerde ze verschillende malen naar Congo terug en beschreef de jaren van chaos en oorlog. Maar altijd op de manier waarop Lieve Joris werkt: de grote anlayse en geschiedenis haakt ze vast aan de menselijke maat. Dans van de Luipaard uit 2001 en het vorig jaar verschenen Het Uur van de Rebellen zijn de bijbehorende titels.

In dat reisleven nestelde ze zich en passant ook nog in de De Melancholieke Revolutie van Hongarijë in 1989, bundelde ze een aantal verhalen in Zangeres op Zanzibar (1992), waarin onder meer het verslag van haar ontmoeting met de schijver V.S. Naipaul op zijn geboorte-eiland Trinidad, en beschreef ze het Westafrikaanse dagelijkse leven in Mali Blues.

De schijfster heeft nu net rondgesnuffeld in de Aziatische wereld – om eens voorzichtig te proeven of dat een nieuw gebied voor haar zou kunnen zijn. Opvallend genoeg schreef ze nog nooit over haar geboorteland België en het Vlaamse platteland waar ze opgroeide. Wellicht horen we daar meer over, ergens in het Marathoninterview. Djoeke Veeninga gaat in gesprek met Lieve Joris, die naar aanleiding van haar Congo boek in de Franse krant Libération ‘een van de beste journalisten ter wereld’ werd genoemd.
----------------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Lieve Joris noemt zich, zo leerden wij het eerste uur, liever geen journalist noemen en al helemaal niet, zoals een Franse krant schreef, een van de beste van de wereld.
Dit in tegenstelling tot een van haar grote leermeesters, de Pool Ryszard Kapuscinski. Hoewel die, zoals hij vanuit de geschiedenis de literatuur in dreef, misschien wel meer een dichter is, vanwege zijn prachtige beelden. En van wie Lieve Joris vooral leerde dat je moet durven over kleine dingen te schrijven: zoals over het hondje van Keizer Haile Selassie dat op de schoenen van de minsisters piste. Als je dat kunt, heb je misschien wel een boek.

En die andere grote voorganger, V.S. Naipaul, is natuurlijk ook beyond journalism, dus laten we het maar hebben over, zoals Kapuscinski altijd zei ‘non-fiction-literature’.
Literatuur die haar in al die jaren vooral vaak naar Congo bracht, waar ze, net als Kapuscinski, maar dan anders, goed kon zorgen dat de mensen goed voor haar zorgen. Zodat ze niet bij die luitjes van de VN hoeft te logeren, met hun tennisbanen en walkie talkies, maar in het buitengewoon dynamische huishouden van haar vriend Cleon. Waar ze zich, wanneer er ‘s ochtend vroeg alweer zes vreemden voor de televisie zaten, wel eens afvroeg: wat doe ik hier? Totdat weer bleek dat daar zes verhalen voor de televisie zaten. Verhalen van de binnenkant. En, ook dat leerde ze van Kapuscinski, omdat zij blijft wanneer de andere blanken weggaan, heeft ze nog het recht om die verhalen op te schrijven ook.

Terugkomen in haar tweede vaderland Nederland was, na de laatste keer, na bijna zeven jaar Congo, niet makkelijk. Vernauwing en hufterigheid hadden de overhand gekregen. Al die redenen waarvoor ze ooit uit België was weggegaan, golden niet meer. “Weer Congo?”, vroeg een collega. En het hielp ook niet dat het huis verbouwd werd, want wanneer je zelf een bouwwerk aan het maken bent, is het niet handig als de keuken onttakeld is.

Dus schrijven deed ze in België, dat inmiddels meer leek op dat fijne Nederland van vroeger, onder de vleugels van vader abt. En dat ging meteen een stuk beter.
“Maar het ging hier toch ook over de islam”, vroeg Djoeke Veeninga, “en dat is toch ook een onderwerp van jou?” “Jawel, maar naast Congo was er geen ruimte in mijn hoofd, en bovendien: ik moet ergens heen, voordat ik er iets over kan zeggen.” Dus gaat Lieve Joris binnenkort weer naar Libanon om uit te zoeken hoe een Grieks-orthodoxe communist erbij komt tegen Hezbollah aan te schurken, en steekt zij langzaam haar voelhorens uit naar Azië, naar Vietnam.

Maar inmiddels wel met zoveel bagage, haar eigen dorpje Neerpelt op het Vlaamse platteland, waar haar moeder haar al leerde hoe je voortdurend diensten moet uitwisselen met de medemens, maar ook Congo reist mee naar Vietnam, dat ook zijn oorlog heeft gehad, maar er inmiddels op kan reflecteren. Zo gaat inmiddels alles bij alles horen. En hoort haar dementerende vader er uiteindelijk ook bij. Want wanneer ze iets probeert te betekenen voor de mensen in Congo, moet ze ook haar oude vader niet vergeten. Zoals ze ook blij is dat de Congolezen haar gewoon naar huis duwden toen haar moeder overleed. Dat verdriet van je familie, ook daar moet je heen, ook dat moet je zien. En de tijd nemen om dat te verwerken. Want, zei ze tot slot: je licht je anker niet ongestraft.


En dat, dat lichten van het anker, doet ze dan ook minder snel dan vroeger. Want met de jaren komt de mildheid, en is er minder om je tegen af te zetten. En dus minder om achter je te willen laten.

Tweede uur:

Het sleutelwoord van het afgelopen uur was toch wel schuldgevoel. Schuldgevoel van Lieve Joris over de manier waarop ze altijd maar weg was bij haar familie, om te beginnen met het overlijden van haar grootmoeder, toen ze in Amerika was. Die grootmoeder die er toch juist voor gezorgd had dat zij haar eigen plekje had in dat drukke gezin van negen kinderen in het Vlaamse Neerpelt
Maar nu, nu zij zoveel mogelijk voor haar dementerende vader zorgt, van ’s ochtends voeg tot s avonds laat als het even kan, nu haar vader haar Afrika is geworden en ze alle inventiviteit die je nodig hebt wanneer het ergens niet goed gaat, bij hem kan aanwenden, nu is dat schuldgevoel wel ingelost.

En misschien wel daarom kon ze met zoveel openheid en liefde over haar acht broers en zusters praten. De oudste in Spanje, mooie Odet, Fonnie die uiteindelijk op zijn 48e aan de drugs ten onder ging, Theo die leed onder Fonnie, Angel die een echte engel is, professor Tonnie in Brussel, Hildeke, “ons mongooltje dat geen vlieg kwaad doet”, en de kleine Wieke, ze kwamen allemaal volledig tot leven.

Zoals ze ook haar vader helemaal kan zien, zijn hele leven kwam langs, van het halve weeskind tot de door zijn ambitieuze vrouw tot voortdurende studie gemaande belastingophaler. In potentie een heel belezen man, en nu, nu hij in zijn eigen wereld verblijft, nog steeds met een ontroerend open oog voor beeldende kunst.
“En misschien”, zei Lieve Joris op een vraag van Djoeke Veeninga, “is alles wat ik nu doe wel oefening om uiteindelijk zonder sentimenteel te worden te kunnen schrijven over dat waar ik vandaan kom”. Maar wanneer ze het kan, wanneer ze de schaamte kan overwinnen door stijl, misschien hoeft het dan niet eens meer.

En dan het schuldgevoel dat Afrika, en voor een Belgische natuurlijk vooral Congo, bij je oproept. Omdat je natuurlijk niet heen kunt om de strooptochten van koning Leopold, maar ook omdat de Afrikanen je bijna dwingen tot paternalisme. Omdat Afrikanen op de een of andere manier nog steeds niet in staat zijn het heft in eigen handen te nemen. De oplossing moet altijd van een ander komen. En dat werkt uiteindelijk niet, want wanneer je iemand uit een put wil trekken, zal hij zelf mee moeten werken.

En dat is wel de verademing van Azië, dat de mensen daar hun eigen zaakjes bestieren. En toch was de laatste toon van het gesprek optimistisch. Omdat dat eeuwige wingewest Congo, altijd geplunderd, altijd uitgebuit, altijd gekoloniseerd, bezig is met een noodzakelijke vernietiging. Met de vernietiging van de oude verhoudingen en, hoe gruwelijk ook, op zoek naar nieuwe verhoudingen, naar eigen verhoudingen.

En hoe gaat het daarin met je laatste hoofdpersoon, met Asani uit Het Uur van de Rebellen, die als rebel in het oosten probeert zijn plek te vinden in het nieuwe Congo dat met al die barensweeën aan het ontstaan is? Hij is nu in de hoofdstad en hoort bij de verstandige mensen die hopen op een door de internationale gemeenschap gesteunde vrede. En ze is eigenlijk best trots op hem. De andere persoon uit wie Asani is opgebouwd is nu generaal en ook belangrijk geworden. Dat had ze toch maar goed gezien, dat dat niet zomaar mensen waren, maar mensen van de toekomst. Al ligt die toekomst, waar Lieve Joris dus uiteindelijk wel hoopvol over is, nog wel ver weg.

J.A.A. van Doorn: uur 3

vrijdag 20 juli 2007, 10:17 uur

Behalve als socioloog en historicus was J.A.A. van Doorn bekend als columnist. Bij NRC/Handelsblad, Trouw en HP/deTijd. Met scherpe, analytische en nuchtere blik nam hij de maatschappij onder handen.
Toen hij met Heerma van Voss sprak, was hij al in de tachtig en onder behandeling tegen kanker. Maar schreef nog vlijtig verder, zoals het lijvige "Duits socialisme", waarin hij niet alleen "de triomf van het nationaal-socialisme" in de jaren '30, maar ook de ondergang van de Duitse sociaal-democratie in de krachteloze Weimar-republiek van de jaren '20 beschrijft.
Een gesprek met J.A.A. van Doorn over verleden en heden, over zijn carriere en zijn persoonlijke biografie.
---------------------------------------

Biografie J.A.A. van Doorn

Maastricht, 5 maart 1925
Wie schrijft, die leeft en wie leeft, die schrijft
Generaties studenten zijn ermee groot geworden, met wat wel de bijbel van de sociologie werd genoemd: het leerboek Moderne Sociologie uit 1959 van Lammers en Van Doorn. De jonge socioloog J.A.A. van Doorn had zijn naam gevestigd, en zette die academische carrière voort als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. En bleef boeken schrijven zoals Ontsporing van Geweld (1970), over de ‘excessen’ tijdens de ‘politionele acties’ in Indonesië, waarvan hij drie jaar als dienstplichtig militair waarnemer was geweest.

Op de Erasmus Universiteit vierde hij zijn 25-jarig academisch jubileum, maar kort daarna, nu 20 jaar geleden, nam hij verbitterd afscheid van de universiteit, die de zijne niet meer was. Hij ging een fulltime bestaan als schrijver en columnist leven. Dat doet hij, inmiddels de tachtig gepasseerd, tot op de dag van vandaag. Vanuit zijn werkkamer in het Limburgse St. Geertruid worden zijn columns voor dagblad Trouw en weekblad HP/De Tijd, getypt op de elektrische machine, naar de Randstad gefaxt. Want de computer is nooit binnengetreden en de televisie staat zelden aan. In huize van Doorn wordt gelézen. Boeken, tijdschriften, een aantal kranten per dag. Als je die écht leest, zegt hij, weet je alles wat je weten moet. Genoeg om scherpe en dwarse observaties over de politiek en de maatschappij de wereld in te zenden.

Dan is er het uitgebreide en goed bijgehouden archief in de werkkamer, dat hem in staat stelde het boek te schrijven dat onlangs verscheen: Duits Socialisme. Het Falen van de Sociaal-Democratie en de Triomf van het Nationaal-Socialisme'

Want als je schrijft, dan leef je, en als je leeft, dan schrijf je – dat is het motto van het gesprek van Jacques van Doorn.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Eerst een uitleg waarom het gesprek opgenomen wordt in de werkkamer van Jacques van Doorn. Anderhalf jaar geleden kreeg hij te horen dat hij botkanker heeft, en al voelt hij zich ‘redelijk’, het huis gaat hij liever niet meer uit. Na de uitvoerige bestraling heeft hij geen pijn meer: hij eet, rookt, neemt eventueel een borrel. En hij schrijft, dé remedie tegen de depressie die hem overviel na de diagnose, want dan ‘ga je toch zitten wachten op het einde.’ Tot een vriend zei: ga gewoon aan het werk, dat plan voor een boek over Duits socialisme lag er al. En zo schreef hij in een jaar tijd dat lijvig werk over het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

In het boek kijkt hij met sociologisch-historische blik naar het succes van het nazisme, waarbij het begrip ‘socialisme’ van de nationaal-socialistische partij van Hitler alle aandacht krijgt. De nazi’s die wel de sociale en socialistische successen boekten waar de sociaal-democraten niet toe in staat waren. Het nieuwe jeugdige elan in die vredes-jaren van de Weimar-republiek, daar schrijft hij over, als verklaring waarom het beschaafde Duitse volk zo enthousiast achter Hitler aan ging. De interviewer werpt op dat het racisme en anti-antisemitisme van de partij, dat er van meet af aan was, wel erg weinig aandacht van de socioloog krijgt. "Ik heb het antisemitisme niet nodig als aspect om te begrijpen waarom mensen achter Hitler aangingen", zegt hij, "dat anti-antisemitisme werd door massa’s mensen niet goedgekeurd, maar er stond zoveel tegenover, het nieuwe elan won het daarvan."

In 1942 begon de puber van Doorn in Maastricht een oorlogsdagboek bij te houden, een feitelijk verslag van wat er gebeurde en van wat hij zag. Een bijna dwangmatige behoefte om te registreren.
Hij was van nature een teruggetrokken jongen, hij leefde het gewone dagelijkse leven van een scholier, de HBS, later privélessen bij leraren thuis, tennissen, zwemmen.
En wat was bezetting? Soldaten op straat, je bewust zijn van risico’s zonder echt veel angst: je kon je niet voorstellen dat het erger kon dan het was. Het was beklemmend, besefte hij achteraf toen hij de opluchting voelde bij de bevrijding.

Waar moeten we u plaatsen, vraagt de interviewer? Wat stemt u bijvoorbeeld? Stemmen, zegt van Doorn, betekent niet zoveel voor hem, de laatste keer heeft hij het maar helemaal gelaten, toen kon hij er "geen chocola van maken". Zijn politieke kleurenlijn loopt niet zo eenduidig. Een, zoals hij zegt, "calvinistisch katholiek" gezin in Limburg als start, dan vanuit de vanzelfsprekende interesse van de sociologie voor de maakbaarheid van de samenleving de sociaal-democratie in de studiejaren in Amsterdam, en dan al snel het genoegen om een lans te breken voor het conservatisme als dat linkse milieu hem te agressief wordt.

Conservatisme in de zin van: behoedzaam omgaan met wat er is, de erfenis niet verkwanselen. Wat opgebouwd is, is niet voor niets opgebouwd, daar moet iets goeds in zitten. En je kan het heel makkelijk kapot maken. En juist de democratie is kwetsbaar. Dan zijn we weer terug bij het nazisme, toen er een uiterst liberale opvatting over de democratie heerste en alles werd toegelaten. Uitvechten in een burgeroorlog was misschien een betere oplossing geweest .

Samenvatting van het tweede uur:

De socioloog schetste de ideologische leegte van de sociaal-democratie. De 19e eeuw was overwegend liberaal, de 20e overwegend socialistisch, collectivistisch, en nu zijn we weer in een liberaal tijdperk. En je ziet de sociaal-democratie worstelen omdat het blijkbaar niet mogelijk is terug te grijpen op de oude erfenis. Dan krijg je nieuwe vormen, zoals de derde weg van Tony Blair, maar dat is geen ideologie, dat is een manier van omgaan met de praktijk. Er is geen nieuwe tegenbeweging.

"Dus zullen we u toch maar conservatief noemen dan?", vraagt Heerma van Voss in een uiterste poging hem politiek vast te pinnen. "Nee", zegt hij, zijn natuurlijke houding is het om de andere kant op te hangen als bewegingen dogmatisch worden. Hij zou graag een tegenmacht zien tegen de grabbel- en graaicultuur van nu, maar die ziet hij niet. Mensen als Wilders zijn populisten, die geen politiek idee vertegenwoordigen, maar alleen zichzelf.

Dan ging het over zijn vak: de sociologie – toen hij kwam studeren in Amsterdam had hij al vier scripties onder de arm, bijvoorbeeld over de industrialisering van zijn geboortestad Maastricht en over de toestand van wonen daar. Hoe kwam een 18-jarige op die gedachte, was de vraag? "Als je blijft kijken dan zie je het", was het eenvoudige antwoord.

En zo pakte hij het aan, de jonge aanstormende socioloog die de praktisch toepasbare sociologie zoals die uit Amerika kwam aanwaaien omarmde, terwijl tot die tijd sociologie een Duits theoretisch product was. Dat leidde tot wat wel de bijbel van de sociologie genoemd werd, het boek Moderne Sociologie dat hij samen met Han Lammers schreef en dat een enorme oplage haalde. ‘ik zelf zag het als een manifest tegenover de oude generatie, maar ook als leerboek", zegt van Doorn, "een poging de sociologie als vak te ordenen." Om vervolgens te concluderen: "Toen wist ik het wel, en toen wilde ik ook weer wat anders gaan doen."

Hij kwam op de Economische Hogeschool in Rotterdam terecht en was daar de stichter van de beleidssociologie. Hij wilde een gedegen wetenschappelijke sociologische onderbouw meegeven aan de studenten en dan een praktisch toepasbare bovenbouw in bestuurskunde bijvoorbeeld. Uiteindelijk, zegt hij, zijn daar de huidige studies als vrijetijdsmanagement van overgebleven, waarbij die onderbouw is weggehaald. "Daar geef ik wetenschappelijk niks voor".
Op z’n 62e verliet de hoogleraar de Erasmus Universiteit, lichtelijk verbitterd door de willekeur die uit Den Haag op de universiteit werd losgelaten, de bezuinigingen. Zijn leerstoel werd na zijn vertrek opgeheven.

De afgelopen twintig jaar schreef hij, columns, boeken. En al verkeert het vak in een crisis, de sociologische blik leidt hem nog altijd naar de interessante vragen. Meer dan de blik van de historicus, die vaak de bekende feiten zit te ordenen als een verzamelaar zijn postzegels.
We hebben nog 1 uur te gaan. Van Doorn wilde het nog graag over zijn 3 jarig verblijf in Indië hebben als soldaat, kondigde hij aan. Wij willen dat graag horen.

J.A.A. van Doorn, uur 2

vrijdag 20 juli 2007, 10:16 uur

Behalve als socioloog en historicus was J.A.A. van Doorn bekend als columnist. Bij NRC/Handelsblad, Trouw en HP/deTijd. Met scherpe, analytische en nuchtere blik nam hij de maatschappij onder handen.
Toen hij met Heerma van Voss sprak, was hij al in de tachtig en onder behandeling tegen kanker. Maar schreef nog vlijtig verder, zoals het lijvige "Duits socialisme", waarin hij niet alleen "de triomf van het nationaal-socialisme" in de jaren '30, maar ook de ondergang van de Duitse sociaal-democratie in de krachteloze Weimar-republiek van de jaren '20 beschrijft.
Een gesprek met J.A.A. van Doorn over verleden en heden, over zijn carriere en zijn persoonlijke biografie.
---------------------------------------

Biografie J.A.A. van Doorn

Maastricht, 5 maart 1925
Wie schrijft, die leeft en wie leeft, die schrijft
Generaties studenten zijn ermee groot geworden, met wat wel de bijbel van de sociologie werd genoemd: het leerboek Moderne Sociologie uit 1959 van Lammers en Van Doorn. De jonge socioloog J.A.A. van Doorn had zijn naam gevestigd, en zette die academische carrière voort als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. En bleef boeken schrijven zoals Ontsporing van Geweld (1970), over de ‘excessen’ tijdens de ‘politionele acties’ in Indonesië, waarvan hij drie jaar als dienstplichtig militair waarnemer was geweest.

Op de Erasmus Universiteit vierde hij zijn 25-jarig academisch jubileum, maar kort daarna, nu 20 jaar geleden, nam hij verbitterd afscheid van de universiteit, die de zijne niet meer was. Hij ging een fulltime bestaan als schrijver en columnist leven. Dat doet hij, inmiddels de tachtig gepasseerd, tot op de dag van vandaag. Vanuit zijn werkkamer in het Limburgse St. Geertruid worden zijn columns voor dagblad Trouw en weekblad HP/De Tijd, getypt op de elektrische machine, naar de Randstad gefaxt. Want de computer is nooit binnengetreden en de televisie staat zelden aan. In huize van Doorn wordt gelézen. Boeken, tijdschriften, een aantal kranten per dag. Als je die écht leest, zegt hij, weet je alles wat je weten moet. Genoeg om scherpe en dwarse observaties over de politiek en de maatschappij de wereld in te zenden.

Dan is er het uitgebreide en goed bijgehouden archief in de werkkamer, dat hem in staat stelde het boek te schrijven dat onlangs verscheen: Duits Socialisme. Het Falen van de Sociaal-Democratie en de Triomf van het Nationaal-Socialisme'

Want als je schrijft, dan leef je, en als je leeft, dan schrijf je – dat is het motto van het gesprek van Jacques van Doorn.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Eerst een uitleg waarom het gesprek opgenomen wordt in de werkkamer van Jacques van Doorn. Anderhalf jaar geleden kreeg hij te horen dat hij botkanker heeft, en al voelt hij zich ‘redelijk’, het huis gaat hij liever niet meer uit. Na de uitvoerige bestraling heeft hij geen pijn meer: hij eet, rookt, neemt eventueel een borrel. En hij schrijft, dé remedie tegen de depressie die hem overviel na de diagnose, want dan ‘ga je toch zitten wachten op het einde.’ Tot een vriend zei: ga gewoon aan het werk, dat plan voor een boek over Duits socialisme lag er al. En zo schreef hij in een jaar tijd dat lijvig werk over het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

In het boek kijkt hij met sociologisch-historische blik naar het succes van het nazisme, waarbij het begrip ‘socialisme’ van de nationaal-socialistische partij van Hitler alle aandacht krijgt. De nazi’s die wel de sociale en socialistische successen boekten waar de sociaal-democraten niet toe in staat waren. Het nieuwe jeugdige elan in die vredes-jaren van de Weimar-republiek, daar schrijft hij over, als verklaring waarom het beschaafde Duitse volk zo enthousiast achter Hitler aan ging. De interviewer werpt op dat het racisme en anti-antisemitisme van de partij, dat er van meet af aan was, wel erg weinig aandacht van de socioloog krijgt. "Ik heb het antisemitisme niet nodig als aspect om te begrijpen waarom mensen achter Hitler aangingen", zegt hij, "dat anti-antisemitisme werd door massa’s mensen niet goedgekeurd, maar er stond zoveel tegenover, het nieuwe elan won het daarvan."

In 1942 begon de puber van Doorn in Maastricht een oorlogsdagboek bij te houden, een feitelijk verslag van wat er gebeurde en van wat hij zag. Een bijna dwangmatige behoefte om te registreren.
Hij was van nature een teruggetrokken jongen, hij leefde het gewone dagelijkse leven van een scholier, de HBS, later privélessen bij leraren thuis, tennissen, zwemmen.
En wat was bezetting? Soldaten op straat, je bewust zijn van risico’s zonder echt veel angst: je kon je niet voorstellen dat het erger kon dan het was. Het was beklemmend, besefte hij achteraf toen hij de opluchting voelde bij de bevrijding.

Waar moeten we u plaatsen, vraagt de interviewer? Wat stemt u bijvoorbeeld? Stemmen, zegt van Doorn, betekent niet zoveel voor hem, de laatste keer heeft hij het maar helemaal gelaten, toen kon hij er "geen chocola van maken". Zijn politieke kleurenlijn loopt niet zo eenduidig. Een, zoals hij zegt, "calvinistisch katholiek" gezin in Limburg als start, dan vanuit de vanzelfsprekende interesse van de sociologie voor de maakbaarheid van de samenleving de sociaal-democratie in de studiejaren in Amsterdam, en dan al snel het genoegen om een lans te breken voor het conservatisme als dat linkse milieu hem te agressief wordt.

Conservatisme in de zin van: behoedzaam omgaan met wat er is, de erfenis niet verkwanselen. Wat opgebouwd is, is niet voor niets opgebouwd, daar moet iets goeds in zitten. En je kan het heel makkelijk kapot maken. En juist de democratie is kwetsbaar. Dan zijn we weer terug bij het nazisme, toen er een uiterst liberale opvatting over de democratie heerste en alles werd toegelaten. Uitvechten in een burgeroorlog was misschien een betere oplossing geweest .

Samenvatting van het tweede uur:

De socioloog schetste de ideologische leegte van de sociaal-democratie. De 19e eeuw was overwegend liberaal, de 20e overwegend socialistisch, collectivistisch, en nu zijn we weer in een liberaal tijdperk. En je ziet de sociaal-democratie worstelen omdat het blijkbaar niet mogelijk is terug te grijpen op de oude erfenis. Dan krijg je nieuwe vormen, zoals de derde weg van Tony Blair, maar dat is geen ideologie, dat is een manier van omgaan met de praktijk. Er is geen nieuwe tegenbeweging.

"Dus zullen we u toch maar conservatief noemen dan?", vraagt Heerma van Voss in een uiterste poging hem politiek vast te pinnen. "Nee", zegt hij, zijn natuurlijke houding is het om de andere kant op te hangen als bewegingen dogmatisch worden. Hij zou graag een tegenmacht zien tegen de grabbel- en graaicultuur van nu, maar die ziet hij niet. Mensen als Wilders zijn populisten, die geen politiek idee vertegenwoordigen, maar alleen zichzelf.

Dan ging het over zijn vak: de sociologie – toen hij kwam studeren in Amsterdam had hij al vier scripties onder de arm, bijvoorbeeld over de industrialisering van zijn geboortestad Maastricht en over de toestand van wonen daar. Hoe kwam een 18-jarige op die gedachte, was de vraag? "Als je blijft kijken dan zie je het", was het eenvoudige antwoord.

En zo pakte hij het aan, de jonge aanstormende socioloog die de praktisch toepasbare sociologie zoals die uit Amerika kwam aanwaaien omarmde, terwijl tot die tijd sociologie een Duits theoretisch product was. Dat leidde tot wat wel de bijbel van de sociologie genoemd werd, het boek Moderne Sociologie dat hij samen met Han Lammers schreef en dat een enorme oplage haalde. ‘ik zelf zag het als een manifest tegenover de oude generatie, maar ook als leerboek", zegt van Doorn, "een poging de sociologie als vak te ordenen." Om vervolgens te concluderen: "Toen wist ik het wel, en toen wilde ik ook weer wat anders gaan doen."

Hij kwam op de Economische Hogeschool in Rotterdam terecht en was daar de stichter van de beleidssociologie. Hij wilde een gedegen wetenschappelijke sociologische onderbouw meegeven aan de studenten en dan een praktisch toepasbare bovenbouw in bestuurskunde bijvoorbeeld. Uiteindelijk, zegt hij, zijn daar de huidige studies als vrijetijdsmanagement van overgebleven, waarbij die onderbouw is weggehaald. "Daar geef ik wetenschappelijk niks voor".
Op z’n 62e verliet de hoogleraar de Erasmus Universiteit, lichtelijk verbitterd door de willekeur die uit Den Haag op de universiteit werd losgelaten, de bezuinigingen. Zijn leerstoel werd na zijn vertrek opgeheven.

De afgelopen twintig jaar schreef hij, columns, boeken. En al verkeert het vak in een crisis, de sociologische blik leidt hem nog altijd naar de interessante vragen. Meer dan de blik van de historicus, die vaak de bekende feiten zit te ordenen als een verzamelaar zijn postzegels.
We hebben nog 1 uur te gaan. Van Doorn wilde het nog graag over zijn 3 jarig verblijf in Indië hebben als soldaat, kondigde hij aan. Wij willen dat graag horen.

J.A.A. van Doorn: uur 1

vrijdag 20 juli 2007, 09:49 uur

Behalve als socioloog en historicus was J.A.A. van Doorn bekend als columnist. Bij NRC/Handelsblad, Trouw en HP/deTijd. Met scherpe, analytische en nuchtere blik nam hij de maatschappij onder handen.
Toen hij met Heerma van Voss sprak, was hij al in de tachtig en onder behandeling tegen kanker. Maar schreef nog vlijtig verder, zoals het lijvige "Duits socialisme", waarin hij niet alleen "de triomf van het nationaal-socialisme" in de jaren '30, maar ook de ondergang van de Duitse sociaal-democratie in de krachteloze Weimar-republiek van de jaren '20 beschrijft.
Een gesprek met J.A.A. van Doorn over verleden en heden, over zijn carriere en zijn persoonlijke biografie.
---------------------------------------

Biografie J.A.A. van Doorn

Maastricht, 5 maart 1925
Wie schrijft, die leeft en wie leeft, die schrijft
Generaties studenten zijn ermee groot geworden, met wat wel de bijbel van de sociologie werd genoemd: het leerboek Moderne Sociologie uit 1959 van Lammers en Van Doorn. De jonge socioloog J.A.A. van Doorn had zijn naam gevestigd, en zette die academische carrière voort als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. En bleef boeken schrijven zoals Ontsporing van Geweld (1970), over de ‘excessen’ tijdens de ‘politionele acties’ in Indonesië, waarvan hij drie jaar als dienstplichtig militair waarnemer was geweest.

Op de Erasmus Universiteit vierde hij zijn 25-jarig academisch jubileum, maar kort daarna, nu 20 jaar geleden, nam hij verbitterd afscheid van de universiteit, die de zijne niet meer was. Hij ging een fulltime bestaan als schrijver en columnist leven. Dat doet hij, inmiddels de tachtig gepasseerd, tot op de dag van vandaag. Vanuit zijn werkkamer in het Limburgse St. Geertruid worden zijn columns voor dagblad Trouw en weekblad HP/De Tijd, getypt op de elektrische machine, naar de Randstad gefaxt. Want de computer is nooit binnengetreden en de televisie staat zelden aan. In huize van Doorn wordt gelézen. Boeken, tijdschriften, een aantal kranten per dag. Als je die écht leest, zegt hij, weet je alles wat je weten moet. Genoeg om scherpe en dwarse observaties over de politiek en de maatschappij de wereld in te zenden.

Dan is er het uitgebreide en goed bijgehouden archief in de werkkamer, dat hem in staat stelde het boek te schrijven dat onlangs verscheen: Duits Socialisme. Het Falen van de Sociaal-Democratie en de Triomf van het Nationaal-Socialisme'

Want als je schrijft, dan leef je, en als je leeft, dan schrijf je – dat is het motto van het gesprek van Jacques van Doorn.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Eerst een uitleg waarom het gesprek opgenomen wordt in de werkkamer van Jacques van Doorn. Anderhalf jaar geleden kreeg hij te horen dat hij botkanker heeft, en al voelt hij zich ‘redelijk’, het huis gaat hij liever niet meer uit. Na de uitvoerige bestraling heeft hij geen pijn meer: hij eet, rookt, neemt eventueel een borrel. En hij schrijft, dé remedie tegen de depressie die hem overviel na de diagnose, want dan ‘ga je toch zitten wachten op het einde.’ Tot een vriend zei: ga gewoon aan het werk, dat plan voor een boek over Duits socialisme lag er al. En zo schreef hij in een jaar tijd dat lijvig werk over het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme.

In het boek kijkt hij met sociologisch-historische blik naar het succes van het nazisme, waarbij het begrip ‘socialisme’ van de nationaal-socialistische partij van Hitler alle aandacht krijgt. De nazi’s die wel de sociale en socialistische successen boekten waar de sociaal-democraten niet toe in staat waren. Het nieuwe jeugdige elan in die vredes-jaren van de Weimar-republiek, daar schrijft hij over, als verklaring waarom het beschaafde Duitse volk zo enthousiast achter Hitler aan ging. De interviewer werpt op dat het racisme en anti-antisemitisme van de partij, dat er van meet af aan was, wel erg weinig aandacht van de socioloog krijgt. "Ik heb het antisemitisme niet nodig als aspect om te begrijpen waarom mensen achter Hitler aangingen", zegt hij, "dat anti-antisemitisme werd door massa’s mensen niet goedgekeurd, maar er stond zoveel tegenover, het nieuwe elan won het daarvan."

In 1942 begon de puber van Doorn in Maastricht een oorlogsdagboek bij te houden, een feitelijk verslag van wat er gebeurde en van wat hij zag. Een bijna dwangmatige behoefte om te registreren.
Hij was van nature een teruggetrokken jongen, hij leefde het gewone dagelijkse leven van een scholier, de HBS, later privélessen bij leraren thuis, tennissen, zwemmen.
En wat was bezetting? Soldaten op straat, je bewust zijn van risico’s zonder echt veel angst: je kon je niet voorstellen dat het erger kon dan het was. Het was beklemmend, besefte hij achteraf toen hij de opluchting voelde bij de bevrijding.

Waar moeten we u plaatsen, vraagt de interviewer? Wat stemt u bijvoorbeeld? Stemmen, zegt van Doorn, betekent niet zoveel voor hem, de laatste keer heeft hij het maar helemaal gelaten, toen kon hij er "geen chocola van maken". Zijn politieke kleurenlijn loopt niet zo eenduidig. Een, zoals hij zegt, "calvinistisch katholiek" gezin in Limburg als start, dan vanuit de vanzelfsprekende interesse van de sociologie voor de maakbaarheid van de samenleving de sociaal-democratie in de studiejaren in Amsterdam, en dan al snel het genoegen om een lans te breken voor het conservatisme als dat linkse milieu hem te agressief wordt.

Conservatisme in de zin van: behoedzaam omgaan met wat er is, de erfenis niet verkwanselen. Wat opgebouwd is, is niet voor niets opgebouwd, daar moet iets goeds in zitten. En je kan het heel makkelijk kapot maken. En juist de democratie is kwetsbaar. Dan zijn we weer terug bij het nazisme, toen er een uiterst liberale opvatting over de democratie heerste en alles werd toegelaten. Uitvechten in een burgeroorlog was misschien een betere oplossing geweest .

Samenvatting van het tweede uur:

De socioloog schetste de ideologische leegte van de sociaal-democratie. De 19e eeuw was overwegend liberaal, de 20e overwegend socialistisch, collectivistisch, en nu zijn we weer in een liberaal tijdperk. En je ziet de sociaal-democratie worstelen omdat het blijkbaar niet mogelijk is terug te grijpen op de oude erfenis. Dan krijg je nieuwe vormen, zoals de derde weg van Tony Blair, maar dat is geen ideologie, dat is een manier van omgaan met de praktijk. Er is geen nieuwe tegenbeweging.

"Dus zullen we u toch maar conservatief noemen dan?", vraagt Heerma van Voss in een uiterste poging hem politiek vast te pinnen. "Nee", zegt hij, zijn natuurlijke houding is het om de andere kant op te hangen als bewegingen dogmatisch worden. Hij zou graag een tegenmacht zien tegen de grabbel- en graaicultuur van nu, maar die ziet hij niet. Mensen als Wilders zijn populisten, die geen politiek idee vertegenwoordigen, maar alleen zichzelf.

Dan ging het over zijn vak: de sociologie – toen hij kwam studeren in Amsterdam had hij al vier scripties onder de arm, bijvoorbeeld over de industrialisering van zijn geboortestad Maastricht en over de toestand van wonen daar. Hoe kwam een 18-jarige op die gedachte, was de vraag? "Als je blijft kijken dan zie je het", was het eenvoudige antwoord.

En zo pakte hij het aan, de jonge aanstormende socioloog die de praktisch toepasbare sociologie zoals die uit Amerika kwam aanwaaien omarmde, terwijl tot die tijd sociologie een Duits theoretisch product was. Dat leidde tot wat wel de bijbel van de sociologie genoemd werd, het boek Moderne Sociologie dat hij samen met Han Lammers schreef en dat een enorme oplage haalde. ‘ik zelf zag het als een manifest tegenover de oude generatie, maar ook als leerboek", zegt van Doorn, "een poging de sociologie als vak te ordenen." Om vervolgens te concluderen: "Toen wist ik het wel, en toen wilde ik ook weer wat anders gaan doen."

Hij kwam op de Economische Hogeschool in Rotterdam terecht en was daar de stichter van de beleidssociologie. Hij wilde een gedegen wetenschappelijke sociologische onderbouw meegeven aan de studenten en dan een praktisch toepasbare bovenbouw in bestuurskunde bijvoorbeeld. Uiteindelijk, zegt hij, zijn daar de huidige studies als vrijetijdsmanagement van overgebleven, waarbij die onderbouw is weggehaald. "Daar geef ik wetenschappelijk niks voor".
Op z’n 62e verliet de hoogleraar de Erasmus Universiteit, lichtelijk verbitterd door de willekeur die uit Den Haag op de universiteit werd losgelaten, de bezuinigingen. Zijn leerstoel werd na zijn vertrek opgeheven.

De afgelopen twintig jaar schreef hij, columns, boeken. En al verkeert het vak in een crisis, de sociologische blik leidt hem nog altijd naar de interessante vragen. Meer dan de blik van de historicus, die vaak de bekende feiten zit te ordenen als een verzamelaar zijn postzegels.
We hebben nog 1 uur te gaan. Van Doorn wilde het nog graag over zijn 3 jarig verblijf in Indië hebben als soldaat, kondigde hij aan. Wij willen dat graag horen.

Jozias van Aartsen: UUR 3

vrijdag 13 juli 2007, 13:41 uur

In maart 2008 nam van Aartsen het burgemeesterschap van ’s-Gravenhage op zich. In deze functie houdt hij vrijwel elke week een belangwekkende speech.
In 2006 was Jozias van Aartsen verdwenen uit de politiek, en daarna hield hij zich stil.
In 2007 sprak hij eenmalig drie uur lang met Ger Jochems in de VPRO-Studio. Onder andere over zijn politieke carriere tot dan toe.
------------------------------------

Biografie Jozias van Aartsen
Den Haag, 25 december 1947- heden
Hij wordt vaak omschreven als charmant, ook als lastig in een hokje te duwen.
Is hij een politiek dier?
Of is hij min of meer vanzelfsprekend in de politiek terecht gekomen als zoon van een minister? Van de politieke geschiedenis van zijn vader hield hij in elk geval een gezond wantrouwen tegenover het CDA over. Hij koos voor de VVD. In hoeverre dat nog steeds zijn partij is, gaan we in dit Marathon-interview met Jozias van Aartsen horen van deze ex-fractievoorzitter van de VVD en ex-minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken.

Als jonge rechtenstudent kwam hij al in VVD gelederen terecht, als assistent van Hans Wiegel in het begin van de jaren zeventig. Hij werd directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, en draaide een flink aantal jaren mee in de top-ambtenarij op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toen werd hij minister van Landbouw in het eerste kabinet Kok en daarna met zichtbaar genot minister van Buitenlandse Zaken in het tweede kabinet Kok. Daarna kamerlid, vanaf 2003 fractievoorzitter. Vorig jaar, in de nacht van 7 op 8 maart na de voor de VVD slecht afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, trad hij af als fractievoorzitter en werd weer gewoon kamerlid.
In augustus van 2007 liet hij Mark Rutte per brief weten dat hij zich niet meer kandidaat stelde voor een plek in de Tweede Kamer. Exit Jozias van Aartsen uit de actieve politiek. Hij hield zich vanaf toen opvallend stil.

Jozias van Aartsen is tegenwoordig burgemeester van zijn geboortestad: Den Haag.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Samenvatting van het eerste uur:
Naar aanleiding van het nieuws van vanmorgen dat de melkplas is verdwenen, deelt de ex-minister van Landbouw een pluim uit aan de melkveehouders. En aan zichzelf, want hij ziet het feit dat de sector het goed doet ook als bewijs van zijn beleid van toen, 13 jaar geleden. Hij had toen al vertrouwen dat er nog wel toekomst in het boerenbedrijf zat. "Geweldige mensen, die boeren", zegt hij. Die beelden ziet hij weer voor zich. Waarop Ger Jochems, de interviewer, zegt heel andere beelden te zien: van boeren die de prille minister belagen. Van veel wantrouwen tegen de keurig sprekende en bewegende Van Aartsen die geen natuurlijke bondgenoot van de sector was. Terwijl de milieuhoek hem juichend binnenhaalde.

Later kreeg hij te maken met de varkenspestepidemie. En die crisis was ook een kans: de noodzaak om in te krimpen was nu wel duidelijk. De dichtheid van de bedrijven en veestapels móest worden teruggebracht. Pijnlijk om uit te leggen, maar hij deed het, zaaltje na zaaltje. U heeft wel eens gezegd "het CDA heeft de boeren jarenlang belazerd", legt Ger Jochems hem voor. Dat ie het zó gezegd heeft weet hij niet meer, maar ja, het is wel waar dat het CDA de onaangename boodschap niet kon brengen, die konden niet anders dan het heersende stilstaande belang te dienen.
Er moest een buitenstaander als hij komen om er beweging in te brengen.

Dan is de vraag: is een onderzoek naar de Nederlandse rol bij de inval in Irak
niet onontkoombaar? Na alles wat we nu weten, na alles wat er boven water is gekomen over bewust verkeerde informatie waarmee we de oorlog mee ingetrokken zijn? Als Kamerlid heeft hij de inval verdedigd, en als Kamerlid nam hij de stelling in dat hij niet voor een onderzoek was, omdat hij het onnodig vond, legt hij eerst nog eens uit.

Maar nu is hij inmiddels verbaasd dat de PvdA op dit punt de poot niet stijf heeft gehouden tijdens de kabinetsformatie. Want over de vorm valt te praten, maar gezien al het gedoe zegt van Aartsen nu jJa, het is verstandig om het wel te doen".
Heeft hij als minister van Buitenlandse Zaken, wat hij tot kort voor de inval was, nooit signalen gehoord dat het te gebeuren stond? Tijdens zijn laatste bezoek als minister in Washington kreeg hij van Colin Powell te horen dat er geen plannen bestonden. Zijn houding toen was: als jullie het toch doen betrek Europa er dan bij, Frankrijk. Dat is niet gebeurd. Het drama Irak is niet zozeer de inval zelf, als dat er geen plan was...

Samenvatting van het tweede uur:
Het bestuur van Irak zou in handen moeten zijn gekomen van de Verenigde Naties. En het heeft hem tot de dag van vandaag sterk verbaasd dat toen VN gezant Vieira de Mello werd vermoord in Bagdad de internationale gemeenschap op dat moment niet gezegd heeft: dit laten we niet gebeuren. Toen hadden Chirac en Schroeder moeten zeggen: we waren wel tegen de inval, maar nu pakken we het gezamenlijk aan. Dan was er kans geweest op tegenwicht tegen de Amerikanen. Komt dat onderzoek er?
"Nou, Balkendende heeft bij de kabinets formatie bewezen dat hij het niet wou en niet wil en de PvdA heeft zich daar bij neergelegd. Dus hij zal blijven zeggen dat het er niet komt. En zonder medewerking van de regering kun je geen onderzoek doen.

En dan de VVD! Sinds van Aartsen vorig jaar de actieve politiek verliet, hebben we hem er in het openbaar niet meer over gehoord. We gaan terug in de tijd, naar 2005, toen van Aartsen samen met Mark Rutte een campagne opzette voor de gemeenteraadsverkiezingen. De sfeer was er een van "we gaan ervoor!" Met vreselijk veel plezier werkten ze bijvoorbeeld aan dat filmpje met een buigend roosje. Ze hadden daarbij afgesproken dat als het doel niet gehaald zou worden, van Aartsen zou terugtreden en Rutte zou opvolgen. Dus trad hij af als fractievoorzitter toen dat doel niet gehaald werd.

Vervolgens gaan de heren nog een stapje verder terug in de tijd. Toen van Aartsen in 2003 als fractievoorzitter werd gekozen, was dit niet tot genoegen van partijleider en minister van Financien Gerrit Zalm. Er was meteen spanning, vanaf het begin. En dan komt er het punt van het referendum over de Europese grondwet. Daarmee eindigden we het vorige uur.

Jozias van Aartsen: UUR 2

vrijdag 13 juli 2007, 13:40 uur

In maart 2008 nam van Aartsen het burgemeesterschap van ’s-Gravenhage op zich. In deze functie houdt hij vrijwel elke week een belangwekkende speech.
In 2006 was Jozias van Aartsen verdwenen uit de politiek, en daarna hield hij zich stil.
In 2007 sprak hij eenmalig drie uur lang met Ger Jochems in de VPRO-Studio. Onder andere over zijn politieke carriere tot dan toe.
------------------------------------

Biografie Jozias van Aartsen
Den Haag, 25 december 1947- heden
Hij wordt vaak omschreven als charmant, ook als lastig in een hokje te duwen.
Is hij een politiek dier?
Of is hij min of meer vanzelfsprekend in de politiek terecht gekomen als zoon van een minister? Van de politieke geschiedenis van zijn vader hield hij in elk geval een gezond wantrouwen tegenover het CDA over. Hij koos voor de VVD. In hoeverre dat nog steeds zijn partij is, gaan we in dit Marathon-interview met Jozias van Aartsen horen van deze ex-fractievoorzitter van de VVD en ex-minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken.

Als jonge rechtenstudent kwam hij al in VVD gelederen terecht, als assistent van Hans Wiegel in het begin van de jaren zeventig. Hij werd directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, en draaide een flink aantal jaren mee in de top-ambtenarij op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toen werd hij minister van Landbouw in het eerste kabinet Kok en daarna met zichtbaar genot minister van Buitenlandse Zaken in het tweede kabinet Kok. Daarna kamerlid, vanaf 2003 fractievoorzitter. Vorig jaar, in de nacht van 7 op 8 maart na de voor de VVD slecht afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, trad hij af als fractievoorzitter en werd weer gewoon kamerlid.
In augustus van 2007 liet hij Mark Rutte per brief weten dat hij zich niet meer kandidaat stelde voor een plek in de Tweede Kamer. Exit Jozias van Aartsen uit de actieve politiek. Hij hield zich vanaf toen opvallend stil.

Jozias van Aartsen is tegenwoordig burgemeester van zijn geboortestad: Den Haag.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Samenvatting van het eerste uur:
Naar aanleiding van het nieuws van vanmorgen dat de melkplas is verdwenen, deelt de ex-minister van Landbouw een pluim uit aan de melkveehouders. En aan zichzelf, want hij ziet het feit dat de sector het goed doet ook als bewijs van zijn beleid van toen, 13 jaar geleden. Hij had toen al vertrouwen dat er nog wel toekomst in het boerenbedrijf zat. "Geweldige mensen, die boeren", zegt hij. Die beelden ziet hij weer voor zich. Waarop Ger Jochems, de interviewer, zegt heel andere beelden te zien: van boeren die de prille minister belagen. Van veel wantrouwen tegen de keurig sprekende en bewegende Van Aartsen die geen natuurlijke bondgenoot van de sector was. Terwijl de milieuhoek hem juichend binnenhaalde.

Later kreeg hij te maken met de varkenspestepidemie. En die crisis was ook een kans: de noodzaak om in te krimpen was nu wel duidelijk. De dichtheid van de bedrijven en veestapels móest worden teruggebracht. Pijnlijk om uit te leggen, maar hij deed het, zaaltje na zaaltje. U heeft wel eens gezegd "het CDA heeft de boeren jarenlang belazerd", legt Ger Jochems hem voor. Dat ie het zó gezegd heeft weet hij niet meer, maar ja, het is wel waar dat het CDA de onaangename boodschap niet kon brengen, die konden niet anders dan het heersende stilstaande belang te dienen.
Er moest een buitenstaander als hij komen om er beweging in te brengen.

Dan is de vraag: is een onderzoek naar de Nederlandse rol bij de inval in Irak
niet onontkoombaar? Na alles wat we nu weten, na alles wat er boven water is gekomen over bewust verkeerde informatie waarmee we de oorlog mee ingetrokken zijn? Als Kamerlid heeft hij de inval verdedigd, en als Kamerlid nam hij de stelling in dat hij niet voor een onderzoek was, omdat hij het onnodig vond, legt hij eerst nog eens uit.

Maar nu is hij inmiddels verbaasd dat de PvdA op dit punt de poot niet stijf heeft gehouden tijdens de kabinetsformatie. Want over de vorm valt te praten, maar gezien al het gedoe zegt van Aartsen nu jJa, het is verstandig om het wel te doen".
Heeft hij als minister van Buitenlandse Zaken, wat hij tot kort voor de inval was, nooit signalen gehoord dat het te gebeuren stond? Tijdens zijn laatste bezoek als minister in Washington kreeg hij van Colin Powell te horen dat er geen plannen bestonden. Zijn houding toen was: als jullie het toch doen betrek Europa er dan bij, Frankrijk. Dat is niet gebeurd. Het drama Irak is niet zozeer de inval zelf, als dat er geen plan was...

Samenvatting van het tweede uur:
Het bestuur van Irak zou in handen moeten zijn gekomen van de Verenigde Naties. En het heeft hem tot de dag van vandaag sterk verbaasd dat toen VN gezant Vieira de Mello werd vermoord in Bagdad de internationale gemeenschap op dat moment niet gezegd heeft: dit laten we niet gebeuren. Toen hadden Chirac en Schroeder moeten zeggen: we waren wel tegen de inval, maar nu pakken we het gezamenlijk aan. Dan was er kans geweest op tegenwicht tegen de Amerikanen. Komt dat onderzoek er?
"Nou, Balkendende heeft bij de kabinets formatie bewezen dat hij het niet wou en niet wil en de PvdA heeft zich daar bij neergelegd. Dus hij zal blijven zeggen dat het er niet komt. En zonder medewerking van de regering kun je geen onderzoek doen.

En dan de VVD! Sinds van Aartsen vorig jaar de actieve politiek verliet, hebben we hem er in het openbaar niet meer over gehoord. We gaan terug in de tijd, naar 2005, toen van Aartsen samen met Mark Rutte een campagne opzette voor de gemeenteraadsverkiezingen. De sfeer was er een van "we gaan ervoor!" Met vreselijk veel plezier werkten ze bijvoorbeeld aan dat filmpje met een buigend roosje. Ze hadden daarbij afgesproken dat als het doel niet gehaald zou worden, van Aartsen zou terugtreden en Rutte zou opvolgen. Dus trad hij af als fractievoorzitter toen dat doel niet gehaald werd.

Vervolgens gaan de heren nog een stapje verder terug in de tijd. Toen van Aartsen in 2003 als fractievoorzitter werd gekozen, was dit niet tot genoegen van partijleider en minister van Financien Gerrit Zalm. Er was meteen spanning, vanaf het begin. En dan komt er het punt van het referendum over de Europese grondwet. Daarmee eindigden we het vorige uur.

Jozias van Aartsen: UUR 1

vrijdag 13 juli 2007, 12:39 uur

In maart 2008 nam van Aartsen het burgemeesterschap van ’s-Gravenhage op zich. In deze functie houdt hij vrijwel elke week een belangwekkende speech.
In 2006 was Jozias van Aartsen verdwenen uit de politiek, en daarna hield hij zich stil.
In 2007 sprak hij eenmalig drie uur lang met Ger Jochems in de VPRO-Studio. Onder andere over zijn politieke carriere tot dan toe.
------------------------------------

Biografie Jozias van Aartsen
Den Haag, 25 december 1947- heden
Hij wordt vaak omschreven als charmant, ook als lastig in een hokje te duwen.
Is hij een politiek dier?
Of is hij min of meer vanzelfsprekend in de politiek terecht gekomen als zoon van een minister? Van de politieke geschiedenis van zijn vader hield hij in elk geval een gezond wantrouwen tegenover het CDA over. Hij koos voor de VVD. In hoeverre dat nog steeds zijn partij is, gaan we in dit Marathon-interview met Jozias van Aartsen horen van deze ex-fractievoorzitter van de VVD en ex-minister van Landbouw en Buitenlandse Zaken.

Als jonge rechtenstudent kwam hij al in VVD gelederen terecht, als assistent van Hans Wiegel in het begin van de jaren zeventig. Hij werd directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD, en draaide een flink aantal jaren mee in de top-ambtenarij op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toen werd hij minister van Landbouw in het eerste kabinet Kok en daarna met zichtbaar genot minister van Buitenlandse Zaken in het tweede kabinet Kok. Daarna kamerlid, vanaf 2003 fractievoorzitter. Vorig jaar, in de nacht van 7 op 8 maart na de voor de VVD slecht afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, trad hij af als fractievoorzitter en werd weer gewoon kamerlid.
In augustus van 2007 liet hij Mark Rutte per brief weten dat hij zich niet meer kandidaat stelde voor een plek in de Tweede Kamer. Exit Jozias van Aartsen uit de actieve politiek. Hij hield zich vanaf toen opvallend stil.

Jozias van Aartsen is tegenwoordig burgemeester van zijn geboortestad: Den Haag.
-------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Samenvatting van het eerste uur:
Naar aanleiding van het nieuws van vanmorgen dat de melkplas is verdwenen, deelt de ex-minister van Landbouw een pluim uit aan de melkveehouders. En aan zichzelf, want hij ziet het feit dat de sector het goed doet ook als bewijs van zijn beleid van toen, 13 jaar geleden. Hij had toen al vertrouwen dat er nog wel toekomst in het boerenbedrijf zat. "Geweldige mensen, die boeren", zegt hij. Die beelden ziet hij weer voor zich. Waarop Ger Jochems, de interviewer, zegt heel andere beelden te zien: van boeren die de prille minister belagen. Van veel wantrouwen tegen de keurig sprekende en bewegende Van Aartsen die geen natuurlijke bondgenoot van de sector was. Terwijl de milieuhoek hem juichend binnenhaalde.

Later kreeg hij te maken met de varkenspestepidemie. En die crisis was ook een kans: de noodzaak om in te krimpen was nu wel duidelijk. De dichtheid van de bedrijven en veestapels móest worden teruggebracht. Pijnlijk om uit te leggen, maar hij deed het, zaaltje na zaaltje. U heeft wel eens gezegd "het CDA heeft de boeren jarenlang belazerd", legt Ger Jochems hem voor. Dat ie het zó gezegd heeft weet hij niet meer, maar ja, het is wel waar dat het CDA de onaangename boodschap niet kon brengen, die konden niet anders dan het heersende stilstaande belang te dienen.
Er moest een buitenstaander als hij komen om er beweging in te brengen.

Dan is de vraag: is een onderzoek naar de Nederlandse rol bij de inval in Irak
niet onontkoombaar? Na alles wat we nu weten, na alles wat er boven water is gekomen over bewust verkeerde informatie waarmee we de oorlog mee ingetrokken zijn? Als Kamerlid heeft hij de inval verdedigd, en als Kamerlid nam hij de stelling in dat hij niet voor een onderzoek was, omdat hij het onnodig vond, legt hij eerst nog eens uit.

Maar nu is hij inmiddels verbaasd dat de PvdA op dit punt de poot niet stijf heeft gehouden tijdens de kabinetsformatie. Want over de vorm valt te praten, maar gezien al het gedoe zegt van Aartsen nu jJa, het is verstandig om het wel te doen".
Heeft hij als minister van Buitenlandse Zaken, wat hij tot kort voor de inval was, nooit signalen gehoord dat het te gebeuren stond? Tijdens zijn laatste bezoek als minister in Washington kreeg hij van Colin Powell te horen dat er geen plannen bestonden. Zijn houding toen was: als jullie het toch doen betrek Europa er dan bij, Frankrijk. Dat is niet gebeurd. Het drama Irak is niet zozeer de inval zelf, als dat er geen plan was...

Samenvatting van het tweede uur:
Het bestuur van Irak zou in handen moeten zijn gekomen van de Verenigde Naties. En het heeft hem tot de dag van vandaag sterk verbaasd dat toen VN gezant Vieira de Mello werd vermoord in Bagdad de internationale gemeenschap op dat moment niet gezegd heeft: dit laten we niet gebeuren. Toen hadden Chirac en Schroeder moeten zeggen: we waren wel tegen de inval, maar nu pakken we het gezamenlijk aan. Dan was er kans geweest op tegenwicht tegen de Amerikanen. Komt dat onderzoek er?
"Nou, Balkendende heeft bij de kabinets formatie bewezen dat hij het niet wou en niet wil en de PvdA heeft zich daar bij neergelegd. Dus hij zal blijven zeggen dat het er niet komt. En zonder medewerking van de regering kun je geen onderzoek doen.

En dan de VVD! Sinds van Aartsen vorig jaar de actieve politiek verliet, hebben we hem er in het openbaar niet meer over gehoord. We gaan terug in de tijd, naar 2005, toen van Aartsen samen met Mark Rutte een campagne opzette voor de gemeenteraadsverkiezingen. De sfeer was er een van "we gaan ervoor!" Met vreselijk veel plezier werkten ze bijvoorbeeld aan dat filmpje met een buigend roosje. Ze hadden daarbij afgesproken dat als het doel niet gehaald zou worden, van Aartsen zou terugtreden en Rutte zou opvolgen. Dus trad hij af als fractievoorzitter toen dat doel niet gehaald werd.

Vervolgens gaan de heren nog een stapje verder terug in de tijd. Toen van Aartsen in 2003 als fractievoorzitter werd gekozen, was dit niet tot genoegen van partijleider en minister van Financien Gerrit Zalm. Er was meteen spanning, vanaf het begin. En dan komt er het punt van het referendum over de Europese grondwet. Daarmee eindigden we het vorige uur.

Connie Palmen: UUR 3

vrijdag 6 juli 2007, 12:29 uur

Zij debuteerde met De Wetten en was het Filosoofje in Ischa Meijer’s Dikke Man. In november 2011 verscheen Logboek van een onbarmhartig jaar. Andere titels zijn: De Vriendschap, I.M., De Erfenis, Geheel de Uwe en Lucifer.
In 2007 was zij, drie uur lang, gast van Wim Brands op de VPRO-Radio.
----------------------------

Over C.P.

Auteur van echt en onecht, van fictie en werkelijkheid.
Haar laatste roman Lucifer, het geromantiseerde levensverhaal van componist Peter Schat, riep discussie op. Had de schrijfster karaktermoord gepleegd of juist de reputatie van de gepassioneerde componist in ere hersteld?

Palmen zelf haalde Lucifer aan: 'Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel.'
Een karakteristieke uitspraak van het Filosoofje (zoals zij genoemd werd door Ischa Meijer in de Columns van de Dikke Man): je bent wat je bent door wat je voor een ander bent. Een kind voor je ouders, een geliefde voor wie je bemint, een kunstenaar voor je publiek.
---------------------------------

Biografie Connie Palmen

(geb. 25 november 1955 te Sint Odiliënberg
"Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel"
”Ik ben omringd door stomkoppen en onbenullen die geen idee hebben van wat literatuur is”, zei Connie Palmen naar aanleiding van de negatieve reacties op haar laatste roman Lucifer, waarin ze de componist Peter Schat ten tonele voert. Volgens sommige lezers pleegde ze karaktermoord, niet in de laatste plaats omdat ze hem, in hun visie, de dood van zijn vrouw in de schoenen schoof. Volgens sommige bewonderaars herstelde ze juist zijn reputatie. En Palmen zelf wees er onder meer op dat ze een roman heeft geschreven, en dat het de taak is van de kunstenaar de grenzen van dat medium te onderzoeken, om vervolgens Lucifer zelf aan te halen: ”Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel."

Connie Palmen vindt zich vanaf haar debuut De Wetten, dat een groot succes werd, in het hart van de Nederlandse literatuur. Verguisd en enorm bewonderd, het is nooit anders geweest. Zes succes-romans schreef ze, waaronder I.M. en Geheel de Uwe, waarin ze cirkelt rond leven en werk van haar man, Ischa Meijer. Waarbij aangetekend dat een criticus ook al in het geval van I.M. opmerkte dat haar boek absoluut geen roman was.
En dan is er haar essayistisch werk. Palmen, afgestudeerd neerlandica en filosofe schreef over het lot van de oude filosoof Socrates, over idolen, de nieuwe heiligen van deze tijd, over de verhouding fictie-werkelijkheid, over openbaar-privé, over het verderfelijke idealisme.
Onderwerpen genoeg. En laten we Limburg niet vergeten, waar ze opgroeide en aan een lange mars door de onderwijsinstituten begon, beginnend op de MAVO. Wat betekent zuur vlees voor haar?

--------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Een uur geleden startte het gesprek, waarin het gegeven dat de mens op een dag 17.000 woorden spreekt, zoals wetenschappelijk is vastgesteld, aanleiding was om een Palmen-ochtend door te nemen: met koffie in bed en een boek en zwijgen. Maar als het een schrijfperiode is? Dat valt te vergelijken met de fysieke staat van verliefdheid: jakkerende darmen, permanente onrust.
Vergelijkbaar, wat de fysieke staat betreft, zo merkte ze na de dood van Ischa, met rouw: ook dan is er verlangen, het lichaam wil dan hetzelfde: in de buurt van de geliefde persoon zijn.

Het eerste boek dat ze las in die rouwperiode was de biografie van Jan Hein Donner, een onmogelijke man, en dan de biografie van Truman Capote. Op zoek naar Ischa in andere leuke, onmogelijke mannen.
Dan zijn we op de begrafenis van de vader van een schoonzusje in Limburg waar er telefoon voor Connie is – haar vader, die eerst niet durft te benoemen dat Ischa dood is. Onaanatastbaar werd ze: "Raak me niet aan! Want al die mensen willen je dan omhelzen." En toen dacht ze, in de auto op weg naar Ischa, als ik er maar ben, dan komt het goed, en toen: "schrijven, drank, sigaretten, dat heb ik nog".

Dan zijn we op de havo in Limburg, Connie ongeveer 18 jaar, en de ontdekking van Sartre: die moed om zo zonder twijfel te schrijven dat God dood is. Terwijl er het verlangen was om non te worden, het verlangen naar de rust, stilte, studeren, maar tegelijkertijd ook het verlangen naar drukte en mensen. Zo is het nog steeds: "Ik vind het leven onder de mensen zwaar", zegt ze, Een familietrek: "Wij in het gezin Palmen zijn allemaal zo snel verzadigd van mensen. Naar buiten gaan is een rol spelen, dat komt omdat ik voorkomend met mensen omga", zegt ze, "ik heb een hekel aan het adagium van lekker jezelf zijn. Dus ik hou mijn humeuren voor mezelf of voor intimi."

De volstrekte verwarring over wat echt en onecht is, die beleeft een spannend hoogtepunt. De hele maatschappij biedt steeds meer ECHT aan, en het bedrog is nog nooit zo groot geweest. Door het aanbod van massamedia heb je het gevoel dat je overal bij bent, terwijl je werkelijkheidsbesef steeds meer verdwijnt. Hoe dat in haar laatste boek Lucifer speelt, daarover komen we hopelijk nog meer te weten. De tol van het schrijven van dat boek kennen we al: loszittende tanden. Het Freudiaanse symbool van verlies. "Of gewoon onnozelheid?" vraagt Brands, "dat je de boel verwaarloosd hebt?" Vergeetachtigheid, verder wil de schrijfster niet gaan.

Tweede uur:
Het vorige uur begon op de Limburgse MAVO. Connie als druktemaker die bleef zitten. Want taal, tekenen, de schoolkrant, toneelspelen, dat slokte de tijd op en de rest deed ze niet, kon ze niet, dacht ze, tot een leraar het licht bracht. Die zei: "als je zulke goede opstellen kan schrijven, kan je de rest ook, je moet gewoon leren." En toen haalde ze alleen maar negens, en op de HAVO ging dat zo door. Anderen overtuigden haar van haar intelligentie. "Naïef?", vraagt Brands. "Dat is een woord dat niet bij me past maar wel leuk is", zegt ze. Het was een gebrek aan voorbeelden. Schrijver worden? Een onmogelijke gedachte voor een meisje in Limburg. Wat hielp was het lezen van een boek van ook een Limburgs meisje over haar verblijf in een sanatorium: Irmgard Blijf Lachen.

De rol van die leraar, zo is het altijd geweest: "Iemand moet me zeggen wat ik kan, ik kan dat allemaal niet uit mezelf halen. Je wordt pas iemand door iemand anders, die afhankelijkheid erken ik volledig." Bij het schrijven van haar eerste boek De Wetten was dat het moeilijkste: om zichzelf bloot te geven en te laten zien dat mensen me kunnen breken en maken. Brands haalt een scene uit De Wetten aan waarin de vrouw die de voeten van een man kust zo zelf iemand wordt.

Nu komt de schrijfster tot een inzicht: "Als ik schrijf, zegt ze, dan ben ik op het verhaalniveau bezig met de lezer. In mijn eenzaamheid ben ik sociaal, maar daaronder zit een laag die niemand ziet. In deze scene ben ik bezig met Maria Magdalena die Jezus zijn voeten kust, ik ben bezig met hoe een man je lichaam wil, zo is het voor een vrouw. Je betaalt de prijs, een keer zoenen en je bent verloofd. De ziel van een vrouw is geen goed betaalmiddel, je lichaam wel. Je ziel hou je voor jezelf als vrouw. Zo was het ook in het volgende boek De Vriendschap. Het verhaal gaat over die vriendschap, de onderlaag over iemand die een lichamelijke identiteit probeert te krijgen.

Als je schrijft, neemt je intuitie het dan wel eens over? Dat personages een onverwachte andere kant ophollen? "Nee, ik bedenk, ik ben in controle, ik kan er verantwoording over afgeven. Er zijn schrijvers die horen hun personages in hun droom." Palmen had uitsluitend een geile droom over de werkelijke Peter Schat waarop haar romanpersoon is gebaseerd in Lucifer.

Connie Palmen: UUR 2

vrijdag 6 juli 2007, 12:27 uur

Zij debuteerde met De Wetten en was het Filosoofje in Ischa Meijer’s Dikke Man. In november 2011 verscheen Logboek van een onbarmhartig jaar. Andere titels zijn: De Vriendschap, I.M., De Erfenis, Geheel de Uwe en Lucifer.
In 2007 was zij, drie uur lang, gast van Wim Brands op de VPRO-Radio.
----------------------------

Over C.P.

Auteur van echt en onecht, van fictie en werkelijkheid.
Haar laatste roman Lucifer, het geromantiseerde levensverhaal van componist Peter Schat, riep discussie op. Had de schrijfster karaktermoord gepleegd of juist de reputatie van de gepassioneerde componist in ere hersteld?

Palmen zelf haalde Lucifer aan: 'Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel.'
Een karakteristieke uitspraak van het Filosoofje (zoals zij genoemd werd door Ischa Meijer in de Columns van de Dikke Man): je bent wat je bent door wat je voor een ander bent. Een kind voor je ouders, een geliefde voor wie je bemint, een kunstenaar voor je publiek.
---------------------------------

Biografie Connie Palmen

(geb. 25 november 1955 te Sint Odiliënberg
"Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel"
”Ik ben omringd door stomkoppen en onbenullen die geen idee hebben van wat literatuur is”, zei Connie Palmen naar aanleiding van de negatieve reacties op haar laatste roman Lucifer, waarin ze de componist Peter Schat ten tonele voert. Volgens sommige lezers pleegde ze karaktermoord, niet in de laatste plaats omdat ze hem, in hun visie, de dood van zijn vrouw in de schoenen schoof. Volgens sommige bewonderaars herstelde ze juist zijn reputatie. En Palmen zelf wees er onder meer op dat ze een roman heeft geschreven, en dat het de taak is van de kunstenaar de grenzen van dat medium te onderzoeken, om vervolgens Lucifer zelf aan te halen: ”Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel."

Connie Palmen vindt zich vanaf haar debuut De Wetten, dat een groot succes werd, in het hart van de Nederlandse literatuur. Verguisd en enorm bewonderd, het is nooit anders geweest. Zes succes-romans schreef ze, waaronder I.M. en Geheel de Uwe, waarin ze cirkelt rond leven en werk van haar man, Ischa Meijer. Waarbij aangetekend dat een criticus ook al in het geval van I.M. opmerkte dat haar boek absoluut geen roman was.
En dan is er haar essayistisch werk. Palmen, afgestudeerd neerlandica en filosofe schreef over het lot van de oude filosoof Socrates, over idolen, de nieuwe heiligen van deze tijd, over de verhouding fictie-werkelijkheid, over openbaar-privé, over het verderfelijke idealisme.
Onderwerpen genoeg. En laten we Limburg niet vergeten, waar ze opgroeide en aan een lange mars door de onderwijsinstituten begon, beginnend op de MAVO. Wat betekent zuur vlees voor haar?

--------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Een uur geleden startte het gesprek, waarin het gegeven dat de mens op een dag 17.000 woorden spreekt, zoals wetenschappelijk is vastgesteld, aanleiding was om een Palmen-ochtend door te nemen: met koffie in bed en een boek en zwijgen. Maar als het een schrijfperiode is? Dat valt te vergelijken met de fysieke staat van verliefdheid: jakkerende darmen, permanente onrust.
Vergelijkbaar, wat de fysieke staat betreft, zo merkte ze na de dood van Ischa, met rouw: ook dan is er verlangen, het lichaam wil dan hetzelfde: in de buurt van de geliefde persoon zijn.

Het eerste boek dat ze las in die rouwperiode was de biografie van Jan Hein Donner, een onmogelijke man, en dan de biografie van Truman Capote. Op zoek naar Ischa in andere leuke, onmogelijke mannen.
Dan zijn we op de begrafenis van de vader van een schoonzusje in Limburg waar er telefoon voor Connie is – haar vader, die eerst niet durft te benoemen dat Ischa dood is. Onaanatastbaar werd ze: "Raak me niet aan! Want al die mensen willen je dan omhelzen." En toen dacht ze, in de auto op weg naar Ischa, als ik er maar ben, dan komt het goed, en toen: "schrijven, drank, sigaretten, dat heb ik nog".

Dan zijn we op de havo in Limburg, Connie ongeveer 18 jaar, en de ontdekking van Sartre: die moed om zo zonder twijfel te schrijven dat God dood is. Terwijl er het verlangen was om non te worden, het verlangen naar de rust, stilte, studeren, maar tegelijkertijd ook het verlangen naar drukte en mensen. Zo is het nog steeds: "Ik vind het leven onder de mensen zwaar", zegt ze, Een familietrek: "Wij in het gezin Palmen zijn allemaal zo snel verzadigd van mensen. Naar buiten gaan is een rol spelen, dat komt omdat ik voorkomend met mensen omga", zegt ze, "ik heb een hekel aan het adagium van lekker jezelf zijn. Dus ik hou mijn humeuren voor mezelf of voor intimi."

De volstrekte verwarring over wat echt en onecht is, die beleeft een spannend hoogtepunt. De hele maatschappij biedt steeds meer ECHT aan, en het bedrog is nog nooit zo groot geweest. Door het aanbod van massamedia heb je het gevoel dat je overal bij bent, terwijl je werkelijkheidsbesef steeds meer verdwijnt. Hoe dat in haar laatste boek Lucifer speelt, daarover komen we hopelijk nog meer te weten. De tol van het schrijven van dat boek kennen we al: loszittende tanden. Het Freudiaanse symbool van verlies. "Of gewoon onnozelheid?" vraagt Brands, "dat je de boel verwaarloosd hebt?" Vergeetachtigheid, verder wil de schrijfster niet gaan.

Tweede uur:
Het vorige uur begon op de Limburgse MAVO. Connie als druktemaker die bleef zitten. Want taal, tekenen, de schoolkrant, toneelspelen, dat slokte de tijd op en de rest deed ze niet, kon ze niet, dacht ze, tot een leraar het licht bracht. Die zei: "als je zulke goede opstellen kan schrijven, kan je de rest ook, je moet gewoon leren." En toen haalde ze alleen maar negens, en op de HAVO ging dat zo door. Anderen overtuigden haar van haar intelligentie. "Naïef?", vraagt Brands. "Dat is een woord dat niet bij me past maar wel leuk is", zegt ze. Het was een gebrek aan voorbeelden. Schrijver worden? Een onmogelijke gedachte voor een meisje in Limburg. Wat hielp was het lezen van een boek van ook een Limburgs meisje over haar verblijf in een sanatorium: Irmgard Blijf Lachen.

De rol van die leraar, zo is het altijd geweest: "Iemand moet me zeggen wat ik kan, ik kan dat allemaal niet uit mezelf halen. Je wordt pas iemand door iemand anders, die afhankelijkheid erken ik volledig." Bij het schrijven van haar eerste boek De Wetten was dat het moeilijkste: om zichzelf bloot te geven en te laten zien dat mensen me kunnen breken en maken. Brands haalt een scene uit De Wetten aan waarin de vrouw die de voeten van een man kust zo zelf iemand wordt.

Nu komt de schrijfster tot een inzicht: "Als ik schrijf, zegt ze, dan ben ik op het verhaalniveau bezig met de lezer. In mijn eenzaamheid ben ik sociaal, maar daaronder zit een laag die niemand ziet. In deze scene ben ik bezig met Maria Magdalena die Jezus zijn voeten kust, ik ben bezig met hoe een man je lichaam wil, zo is het voor een vrouw. Je betaalt de prijs, een keer zoenen en je bent verloofd. De ziel van een vrouw is geen goed betaalmiddel, je lichaam wel. Je ziel hou je voor jezelf als vrouw. Zo was het ook in het volgende boek De Vriendschap. Het verhaal gaat over die vriendschap, de onderlaag over iemand die een lichamelijke identiteit probeert te krijgen.

Als je schrijft, neemt je intuitie het dan wel eens over? Dat personages een onverwachte andere kant ophollen? "Nee, ik bedenk, ik ben in controle, ik kan er verantwoording over afgeven. Er zijn schrijvers die horen hun personages in hun droom." Palmen had uitsluitend een geile droom over de werkelijke Peter Schat waarop haar romanpersoon is gebaseerd in Lucifer.

Connie Palmen: UUR 1

vrijdag 6 juli 2007, 12:05 uur

Zij debuteerde met De Wetten en was het Filosoofje in Ischa Meijer’s Dikke Man. In november 2011 verscheen Logboek van een onbarmhartig jaar. Andere titels zijn: De Vriendschap, I.M., De Erfenis, Geheel de Uwe en Lucifer.
In 2007 was zij, drie uur lang, gast van Wim Brands op de VPRO-Radio.
----------------------------

Over C.P.

Auteur van echt en onecht, van fictie en werkelijkheid.
Haar laatste roman Lucifer, het geromantiseerde levensverhaal van componist Peter Schat, riep discussie op. Had de schrijfster karaktermoord gepleegd of juist de reputatie van de gepassioneerde componist in ere hersteld?

Palmen zelf haalde Lucifer aan: 'Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel.'
Een karakteristieke uitspraak van het Filosoofje (zoals zij genoemd werd door Ischa Meijer in de Columns van de Dikke Man): je bent wat je bent door wat je voor een ander bent. Een kind voor je ouders, een geliefde voor wie je bemint, een kunstenaar voor je publiek.
---------------------------------

Biografie Connie Palmen

(geb. 25 november 1955 te Sint Odiliënberg
"Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel"
”Ik ben omringd door stomkoppen en onbenullen die geen idee hebben van wat literatuur is”, zei Connie Palmen naar aanleiding van de negatieve reacties op haar laatste roman Lucifer, waarin ze de componist Peter Schat ten tonele voert. Volgens sommige lezers pleegde ze karaktermoord, niet in de laatste plaats omdat ze hem, in hun visie, de dood van zijn vrouw in de schoenen schoof. Volgens sommige bewonderaars herstelde ze juist zijn reputatie. En Palmen zelf wees er onder meer op dat ze een roman heeft geschreven, en dat het de taak is van de kunstenaar de grenzen van dat medium te onderzoeken, om vervolgens Lucifer zelf aan te halen: ”Maar wat u in de war brengt, is nu juist de aard van mijn spel."

Connie Palmen vindt zich vanaf haar debuut De Wetten, dat een groot succes werd, in het hart van de Nederlandse literatuur. Verguisd en enorm bewonderd, het is nooit anders geweest. Zes succes-romans schreef ze, waaronder I.M. en Geheel de Uwe, waarin ze cirkelt rond leven en werk van haar man, Ischa Meijer. Waarbij aangetekend dat een criticus ook al in het geval van I.M. opmerkte dat haar boek absoluut geen roman was.
En dan is er haar essayistisch werk. Palmen, afgestudeerd neerlandica en filosofe schreef over het lot van de oude filosoof Socrates, over idolen, de nieuwe heiligen van deze tijd, over de verhouding fictie-werkelijkheid, over openbaar-privé, over het verderfelijke idealisme.
Onderwerpen genoeg. En laten we Limburg niet vergeten, waar ze opgroeide en aan een lange mars door de onderwijsinstituten begon, beginnend op de MAVO. Wat betekent zuur vlees voor haar?

--------------------------------------

Samenvatting Marathoninterview

Eerste uur:
Een uur geleden startte het gesprek, waarin het gegeven dat de mens op een dag 17.000 woorden spreekt, zoals wetenschappelijk is vastgesteld, aanleiding was om een Palmen-ochtend door te nemen: met koffie in bed en een boek en zwijgen. Maar als het een schrijfperiode is? Dat valt te vergelijken met de fysieke staat van verliefdheid: jakkerende darmen, permanente onrust.
Vergelijkbaar, wat de fysieke staat betreft, zo merkte ze na de dood van Ischa, met rouw: ook dan is er verlangen, het lichaam wil dan hetzelfde: in de buurt van de geliefde persoon zijn.

Het eerste boek dat ze las in die rouwperiode was de biografie van Jan Hein Donner, een onmogelijke man, en dan de biografie van Truman Capote. Op zoek naar Ischa in andere leuke, onmogelijke mannen.
Dan zijn we op de begrafenis van de vader van een schoonzusje in Limburg waar er telefoon voor Connie is – haar vader, die eerst niet durft te benoemen dat Ischa dood is. Onaanatastbaar werd ze: "Raak me niet aan! Want al die mensen willen je dan omhelzen." En toen dacht ze, in de auto op weg naar Ischa, als ik er maar ben, dan komt het goed, en toen: "schrijven, drank, sigaretten, dat heb ik nog".

Dan zijn we op de havo in Limburg, Connie ongeveer 18 jaar, en de ontdekking van Sartre: die moed om zo zonder twijfel te schrijven dat God dood is. Terwijl er het verlangen was om non te worden, het verlangen naar de rust, stilte, studeren, maar tegelijkertijd ook het verlangen naar drukte en mensen. Zo is het nog steeds: "Ik vind het leven onder de mensen zwaar", zegt ze, Een familietrek: "Wij in het gezin Palmen zijn allemaal zo snel verzadigd van mensen. Naar buiten gaan is een rol spelen, dat komt omdat ik voorkomend met mensen omga", zegt ze, "ik heb een hekel aan het adagium van lekker jezelf zijn. Dus ik hou mijn humeuren voor mezelf of voor intimi."

De volstrekte verwarring over wat echt en onecht is, die beleeft een spannend hoogtepunt. De hele maatschappij biedt steeds meer ECHT aan, en het bedrog is nog nooit zo groot geweest. Door het aanbod van massamedia heb je het gevoel dat je overal bij bent, terwijl je werkelijkheidsbesef steeds meer verdwijnt. Hoe dat in haar laatste boek Lucifer speelt, daarover komen we hopelijk nog meer te weten. De tol van het schrijven van dat boek kennen we al: loszittende tanden. Het Freudiaanse symbool van verlies. "Of gewoon onnozelheid?" vraagt Brands, "dat je de boel verwaarloosd hebt?" Vergeetachtigheid, verder wil de schrijfster niet gaan.

Tweede uur:
Het vorige uur begon op de Limburgse MAVO. Connie als druktemaker die bleef zitten. Want taal, tekenen, de schoolkrant, toneelspelen, dat slokte de tijd op en de rest deed ze niet, kon ze niet, dacht ze, tot een leraar het licht bracht. Die zei: "als je zulke goede opstellen kan schrijven, kan je de rest ook, je moet gewoon leren." En toen haalde ze alleen maar negens, en op de HAVO ging dat zo door. Anderen overtuigden haar van haar intelligentie. "Naïef?", vraagt Brands. "Dat is een woord dat niet bij me past maar wel leuk is", zegt ze. Het was een gebrek aan voorbeelden. Schrijver worden? Een onmogelijke gedachte voor een meisje in Limburg. Wat hielp was het lezen van een boek van ook een Limburgs meisje over haar verblijf in een sanatorium: Irmgard Blijf Lachen.

De rol van die leraar, zo is het altijd geweest: "Iemand moet me zeggen wat ik kan, ik kan dat allemaal niet uit mezelf halen. Je wordt pas iemand door iemand anders, die afhankelijkheid erken ik volledig." Bij het schrijven van haar eerste boek De Wetten was dat het moeilijkste: om zichzelf bloot te geven en te laten zien dat mensen me kunnen breken en maken. Brands haalt een scene uit De Wetten aan waarin de vrouw die de voeten van een man kust zo zelf iemand wordt.

Nu komt de schrijfster tot een inzicht: "Als ik schrijf, zegt ze, dan ben ik op het verhaalniveau bezig met de lezer. In mijn eenzaamheid ben ik sociaal, maar daaronder zit een laag die niemand ziet. In deze scene ben ik bezig met Maria Magdalena die Jezus zijn voeten kust, ik ben bezig met hoe een man je lichaam wil, zo is het voor een vrouw. Je betaalt de prijs, een keer zoenen en je bent verloofd. De ziel van een vrouw is geen goed betaalmiddel, je lichaam wel. Je ziel hou je voor jezelf als vrouw. Zo was het ook in het volgende boek De Vriendschap. Het verhaal gaat over die vriendschap, de onderlaag over iemand die een lichamelijke identiteit probeert te krijgen.

Als je schrijft, neemt je intuitie het dan wel eens over? Dat personages een onverwachte andere kant ophollen? "Nee, ik bedenk, ik ben in controle, ik kan er verantwoording over afgeven. Er zijn schrijvers die horen hun personages in hun droom." Palmen had uitsluitend een geile droom over de werkelijke Peter Schat waarop haar romanpersoon is gebaseerd in Lucifer.

Maarten ‘t Hart: UUR 3

dinsdag 2 januari 2007, 12:42 uur

Boer, bioloog, rattenkenner, plantenkenner, schrijver, essayist en recensent

Maarten 't Hart hield zich in 2006 met uiteenlopende zaken bezig. Zo sprong hij in de bres voor Lucia de B., de verpleegkundige die volgens 't Hart ten onrechte vast zat voor moord. Dan was hij lijstduwer voor de Partij van de Dieren, en kwamen er twee boeken van hem uit, 'Mozart en de anderen', essays over muziek en de historische roman 'Het Psalmenoproer'. Over zijn fascinatie voor de bijbel en dan vooral voor die dingen in de bijbel die helemaal niet kloppen of uitgesproken onaangenaam zijn en over zijn grote afkeer van orthodoxe protestanten, vooral ook in de politiek.

Maarten ‘t Hart: UUR 2

dinsdag 2 januari 2007, 12:39 uur

Boer, bioloog, rattenkenner, plantenkenner, schrijver, essayist en recensent
Maarten 't Hart hield zich in 2006 met uiteenlopende zaken bezig. Zo sprong hij in de bres voor Lucia de B., de verpleegkundige die volgens 't Hart ten onrechte vast zat voor moord. Dan was hij lijstduwer voor de Partij van de Dieren, en kwamen er twee boeken van hem uit, 'Mozart en de anderen', essays over muziek en de historische roman 'Het Psalmenoproer'. Over zijn fascinatie voor de bijbel en dan vooral voor die dingen in de bijbel die helemaal niet kloppen of uitgesproken onaangenaam zijn en over zijn grote afkeer van orthodoxe protestanten, vooral ook in de politiek.

Maarten ‘t Hart: UUR 1

dinsdag 2 januari 2007, 12:37 uur

Boer, bioloog, rattenkenner, plantenkenner, schrijver, essayist en recensent
Maarten 't Hart hield zich in 2006 met uiteenlopende zaken bezig. Zo sprong hij in de bres voor Lucia de B., de verpleegkundige die volgens 't Hart ten onrechte vast zat voor moord. Dan was hij lijstduwer voor de Partij van de Dieren, en kwamen er twee boeken van hem uit, 'Mozart en de anderen', essays over muziek en de historische roman 'Het Psalmenoproer'. Over zijn fascinatie voor de bijbel en dan vooral voor die dingen in de bijbel die helemaal niet kloppen of uitgesproken onaangenaam zijn en over zijn grote afkeer van orthodoxe protestanten, vooral ook in de politiek.

Sonja Barend: UUR 3

vrijdag 29 december 2006, 14:04 uur

Mevrouw Barend was jarenlang te zien op de televisie. Dat resulteerde in veel programma's en o. a. de Sonja Barend Award voor het beste televisie-interview. En zeen boek met de beste interviews die ooit op de Nederlandse televisie te zien waren.
In 2006 ging ze met pensioen en toen werd ze langdurig op de radio geinterviewd door Djoeke Veeninga.
-------------------------------------------
Sonja's carriere in 3 uren op 29 december 2006

Precies veertig jaar geleden was ze voor het eerst op de televisie te zien - de toen 26 jarige Sonja Barend. In augustus kondigde ze het aan: ik stóp!, maar toen kwamen nog de negen afleveringen van de serie 'Sonja', waarin ze terugkijkt op de invloed die veertig jaar televisie, niet alleen die van haarzelf maar in het algemeen, heeft gehad.
Haar televisiecarriere begint in 1966, als scriptgirl en omroepster bij de NTS en de VARA, waar zij 'Fenklub' en 'Een dagje ouder' presenteert. Na een kort verblijf in Israel komt ze begin jaren 70 terecht bij de AVRO - 'Sterallures' en 'Een leven in beeld 'zijn de titels die daarbij horen, en dan 'Sonja 's avonds' - haar eerste talkshow, de eerste van een hele lange reeks die ze al snel bij de VARA voortzet.
Sonja's 'Goed Nieuws Show', en Sonja op maandag, of vrijdag, of zaterdag, of zondag, het is maar welk seizoen we te pakken hebben in die lange periode, die duurt tot eind jaren negentig. Waarin een enorme hoeveelheid normale en niet zo normale Nederlanders bij haar langs komt, die in vaak verhitte discussies raken, waarbij de presentatrice haar eigen kijk op de zaak niet onvermeld laat.
Dan volgen vijf jaar Barend en Witteman, B&W, een dagelijks praatprogramma dicht op het nieuws. De laatste jaren was ze te zien met een serie portretten en masterclasses. En nu dus 'Sonja' , soberder kan de titel niet worden, de negen tv shows waarin ze terugkijkt op zaken als dood, misdrijf, seks, populisme en omgangsvormen in een poging te achterhalen hoe de televisie en de maatschappij elkaar onlosmakelijk beïnvloed hebben.

Wat daar onbesproken blijft: hoe hebben al deze ontwikkelingen de presentatrice zelf beïnvloed en gevormd? Toen ze als jonge tv babe avant la lettre begon zei ze al: 'Hoe minder je jezelf laat zien hoe langer je het volhoudt in dit vak'.
Nu ze het vak verlaat kan dit adagium wellicht overboord. Want na morgen is er niks meer: Nederland moet wennen aan Sonja-loze televisie en Sonja moet wennen aan een televisieloos bestaan. Veertig jaar, het zit erop. Ze verzuchtte zelf eens: 'Wat een energie gaat er in zitten. Het gaat de godgansedag - en soms ook wel 's nachts - door m'n kop. Daar gaat je hele leven mee heen.'

Sonja Barend: UUR 2

vrijdag 29 december 2006, 14:03 uur

Mevrouw Barend was jarenlang te zien op de televisie. Dat resulteerde in veel programma's en o. a. de Sonja Barend Award voor het beste televisie-interview. En zeen boek met de beste interviews die ooit op de Nederlandse televisie te zien waren.
In 2006 ging ze met pensioen en toen werd ze langdurig op de radio geinterviewd door Djoeke Veeninga.
-------------------------------------------
Sonja's carriere in 3 uren op 29 december 2006

Precies veertig jaar geleden was ze voor het eerst op de televisie te zien - de toen 26 jarige Sonja Barend. In augustus kondigde ze het aan: ik stóp!, maar toen kwamen nog de negen afleveringen van de serie 'Sonja', waarin ze terugkijkt op de invloed die veertig jaar televisie, niet alleen die van haarzelf maar in het algemeen, heeft gehad.
Haar televisiecarriere begint in 1966, als scriptgirl en omroepster bij de NTS en de VARA, waar zij 'Fenklub' en 'Een dagje ouder' presenteert. Na een kort verblijf in Israel komt ze begin jaren 70 terecht bij de AVRO - 'Sterallures' en 'Een leven in beeld 'zijn de titels die daarbij horen, en dan 'Sonja 's avonds' - haar eerste talkshow, de eerste van een hele lange reeks die ze al snel bij de VARA voortzet.
Sonja's 'Goed Nieuws Show', en Sonja op maandag, of vrijdag, of zaterdag, of zondag, het is maar welk seizoen we te pakken hebben in die lange periode, die duurt tot eind jaren negentig. Waarin een enorme hoeveelheid normale en niet zo normale Nederlanders bij haar langs komt, die in vaak verhitte discussies raken, waarbij de presentatrice haar eigen kijk op de zaak niet onvermeld laat.
Dan volgen vijf jaar Barend en Witteman, B&W, een dagelijks praatprogramma dicht op het nieuws. De laatste jaren was ze te zien met een serie portretten en masterclasses. En nu dus 'Sonja' , soberder kan de titel niet worden, de negen tv shows waarin ze terugkijkt op zaken als dood, misdrijf, seks, populisme en omgangsvormen in een poging te achterhalen hoe de televisie en de maatschappij elkaar onlosmakelijk beïnvloed hebben.

Wat daar onbesproken blijft: hoe hebben al deze ontwikkelingen de presentatrice zelf beïnvloed en gevormd? Toen ze als jonge tv babe avant la lettre begon zei ze al: 'Hoe minder je jezelf laat zien hoe langer je het volhoudt in dit vak'.
Nu ze het vak verlaat kan dit adagium wellicht overboord. Want na morgen is er niks meer: Nederland moet wennen aan Sonja-loze televisie en Sonja moet wennen aan een televisieloos bestaan. Veertig jaar, het zit erop. Ze verzuchtte zelf eens: 'Wat een energie gaat er in zitten. Het gaat de godgansedag - en soms ook wel 's nachts - door m'n kop. Daar gaat je hele leven mee heen.'

Sonja Barend: UUR 1

vrijdag 29 december 2006, 13:38 uur

Mevrouw Barend was jarenlang te zien op de televisie. Dat resulteerde in veel programma's en o. a. de Sonja Barend Award voor het beste televisie-interview. En zeen boek met de beste interviews die ooit op de Nederlandse televisie te zien waren.
In 2006 ging ze met pensioen en toen werd ze langdurig op de radio geinterviewd door Djoeke Veeninga.
-------------------------------------------
Sonja's carriere in 3 uren op 29 december 2006

Precies veertig jaar geleden was ze voor het eerst op de televisie te zien - de toen 26 jarige Sonja Barend. In augustus kondigde ze het aan: ik stóp!, maar toen kwamen nog de negen afleveringen van de serie 'Sonja', waarin ze terugkijkt op de invloed die veertig jaar televisie, niet alleen die van haarzelf maar in het algemeen, heeft gehad.
Haar televisiecarriere begint in 1966, als scriptgirl en omroepster bij de NTS en de VARA, waar zij 'Fenklub' en 'Een dagje ouder' presenteert. Na een kort verblijf in Israel komt ze begin jaren 70 terecht bij de AVRO - 'Sterallures' en 'Een leven in beeld 'zijn de titels die daarbij horen, en dan 'Sonja 's avonds' - haar eerste talkshow, de eerste van een hele lange reeks die ze al snel bij de VARA voortzet.
Sonja's 'Goed Nieuws Show', en Sonja op maandag, of vrijdag, of zaterdag, of zondag, het is maar welk seizoen we te pakken hebben in die lange periode, die duurt tot eind jaren negentig. Waarin een enorme hoeveelheid normale en niet zo normale Nederlanders bij haar langs komt, die in vaak verhitte discussies raken, waarbij de presentatrice haar eigen kijk op de zaak niet onvermeld laat.
Dan volgen vijf jaar Barend en Witteman, B&W, een dagelijks praatprogramma dicht op het nieuws. De laatste jaren was ze te zien met een serie portretten en masterclasses. En nu dus 'Sonja' , soberder kan de titel niet worden, de negen tv shows waarin ze terugkijkt op zaken als dood, misdrijf, seks, populisme en omgangsvormen in een poging te achterhalen hoe de televisie en de maatschappij elkaar onlosmakelijk beïnvloed hebben.

Wat daar onbesproken blijft: hoe hebben al deze ontwikkelingen de presentatrice zelf beïnvloed en gevormd? Toen ze als jonge tv babe avant la lettre begon zei ze al: 'Hoe minder je jezelf laat zien hoe langer je het volhoudt in dit vak'.
Nu ze het vak verlaat kan dit adagium wellicht overboord. Want na morgen is er niks meer: Nederland moet wennen aan Sonja-loze televisie en Sonja moet wennen aan een televisieloos bestaan. Veertig jaar, het zit erop. Ze verzuchtte zelf eens: 'Wat een energie gaat er in zitten. Het gaat de godgansedag - en soms ook wel 's nachts - door m'n kop. Daar gaat je hele leven mee heen.'

Pieter Winsemius: UUR 1

dinsdag 26 december 2006, 12:36 uur

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Hij houdt zich intensief bezig met twee grote problemen van onze tijd: De problemen in de oude wijken van grote steden, en op wereldschaal, het klimaatprobleem. Dit was in 2006 voor Kees van den Bosch reden voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot.
---------

Winsemius bevraagd over.....


In september van 2006 werd hij te hulp geroepen toen behalve minister Donner ook minister Dekker af moest treden als gevolg van het onderzoek van Pieter van Vollenhoven naar de gang van zaken bij de Schipholbrand,in het cellencomplex op Schiphol Oost, waarbij elf doden vielen.
Winsemius werd gebeld of hij voor een paar maanden Dekker wilde opvolgen. Hij was immers al eens eerder minister van VROM in het eerste kabinet Lubbers van 1982 tot 1986. Zijn ministerschap werd toen alom gewaardeerd omdat hij als eerste serieus werk maakt van een echt milieubeleid. Dat was een prestatie van formaat, temeer daar niet iedereen meteen dacht dat het milieu in goede handen was bij een VVD-er. En dat is Winsemius zonder enige twijfel. Maar wel een onorthodoxe. Pieter Winsemius, vroeger zát hij in de linkervleugel van de VVD, tegenwoordig ís hij de linkervleugel van de VVD, zoals hij het zelf drie jaar geleden omschreef in een interview in Vrij Nederland.

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Jarenlang werkte hij bij het adviesbureau McKinsey. Hij houdt zich intensief bezig met de twee grote problemen van deze tijd: De problemen in de oude wijken van de grote steden, en, op wereldschaal, het klimaatprobleem. Alle reden dus voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot. Wat is hij allemaal niet geweest: televisiepresentator, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, schrijver van veelverkochte boeken, creatieveling, firmant van het adviesbureau McKinsey, hoogleraar duurzame ontwikkeling, marathonloper, bewonderaar van Johan Cruijff, workaholic, een doener en een optimist. Een van de weinige mensen die nog fluit als hij over straat loopt.

Waarom heeft hij in september 'Ja' gezegd toen ze hem vroegen? Zijn vrouw was niet echt enthousiast toen hij gebeld werd in Toscane waar ze hun 40-jarige bruiloft vierden. Wat trof hij aan op zijn oude departement? Hoe krijgt hij het voor elkaar om in twee maanden tijd alweer geroemd te worden om zijn ministerschap en voorzichtig zelfs te worden genoemd als minister in een volgend kabinet? Vragen, vragen. Die Kees van den Bosch stelt in dit drie uur durend gesprek met Pieter Winsemius.

Pieter Winsemius: UUR 3

dinsdag 26 december 2006, 12:35 uur

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Hij houdt zich intensief bezig met twee grote problemen van onze tijd: De problemen in de oude wijken van grote steden, en op wereldschaal, het klimaatprobleem. Dit was in 2006 voor Kees van den Bosch reden voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot.
---------

Winsemius bevraagd over.....


In september van 2006 werd hij te hulp geroepen toen behalve minister Donner ook minister Dekker af moest treden als gevolg van het onderzoek van Pieter van Vollenhoven naar de gang van zaken bij de Schipholbrand,in het cellencomplex op Schiphol Oost, waarbij elf doden vielen.
Winsemius werd gebeld of hij voor een paar maanden Dekker wilde opvolgen. Hij was immers al eens eerder minister van VROM in het eerste kabinet Lubbers van 1982 tot 1986. Zijn ministerschap werd toen alom gewaardeerd omdat hij als eerste serieus werk maakt van een echt milieubeleid. Dat was een prestatie van formaat, temeer daar niet iedereen meteen dacht dat het milieu in goede handen was bij een VVD-er. En dat is Winsemius zonder enige twijfel. Maar wel een onorthodoxe. Pieter Winsemius, vroeger zát hij in de linkervleugel van de VVD, tegenwoordig ís hij de linkervleugel van de VVD, zoals hij het zelf drie jaar geleden omschreef in een interview in Vrij Nederland.

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Jarenlang werkte hij bij het adviesbureau McKinsey. Hij houdt zich intensief bezig met de twee grote problemen van deze tijd: De problemen in de oude wijken van de grote steden, en, op wereldschaal, het klimaatprobleem. Alle reden dus voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot. Wat is hij allemaal niet geweest: televisiepresentator, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, schrijver van veelverkochte boeken, creatieveling, firmant van het adviesbureau McKinsey, hoogleraar duurzame ontwikkeling, marathonloper, bewonderaar van Johan Cruijff, workaholic, een doener en een optimist. Een van de weinige mensen die nog fluit als hij over straat loopt.

Waarom heeft hij in september 'Ja' gezegd toen ze hem vroegen? Zijn vrouw was niet echt enthousiast toen hij gebeld werd in Toscane waar ze hun 40-jarige bruiloft vierden. Wat trof hij aan op zijn oude departement? Hoe krijgt hij het voor elkaar om in twee maanden tijd alweer geroemd te worden om zijn ministerschap en voorzichtig zelfs te worden genoemd als minister in een volgend kabinet? Vragen, vragen. Die Kees van den Bosch stelt in dit drie uur durend gesprek met Pieter Winsemius.

Pieter Winsemius: UUR 2

dinsdag 26 december 2006, 12:34 uur

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Hij houdt zich intensief bezig met twee grote problemen van onze tijd: De problemen in de oude wijken van grote steden, en op wereldschaal, het klimaatprobleem. Dit was in 2006 voor Kees van den Bosch reden voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot.
---------

Winsemius bevraagd over.....


In september van 2006 werd hij te hulp geroepen toen behalve minister Donner ook minister Dekker af moest treden als gevolg van het onderzoek van Pieter van Vollenhoven naar de gang van zaken bij de Schipholbrand,in het cellencomplex op Schiphol Oost, waarbij elf doden vielen.
Winsemius werd gebeld of hij voor een paar maanden Dekker wilde opvolgen. Hij was immers al eens eerder minister van VROM in het eerste kabinet Lubbers van 1982 tot 1986. Zijn ministerschap werd toen alom gewaardeerd omdat hij als eerste serieus werk maakt van een echt milieubeleid. Dat was een prestatie van formaat, temeer daar niet iedereen meteen dacht dat het milieu in goede handen was bij een VVD-er. En dat is Winsemius zonder enige twijfel. Maar wel een onorthodoxe. Pieter Winsemius, vroeger zát hij in de linkervleugel van de VVD, tegenwoordig ís hij de linkervleugel van de VVD, zoals hij het zelf drie jaar geleden omschreef in een interview in Vrij Nederland.

Winsemius is een natuurkundige die manager is geworden. Jarenlang werkte hij bij het adviesbureau McKinsey. Hij houdt zich intensief bezig met de twee grote problemen van deze tijd: De problemen in de oude wijken van de grote steden, en, op wereldschaal, het klimaatprobleem. Alle reden dus voor een goed gesprek met deze onorthodoxe denker en duizendpoot. Wat is hij allemaal niet geweest: televisiepresentator, voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten, schrijver van veelverkochte boeken, creatieveling, firmant van het adviesbureau McKinsey, hoogleraar duurzame ontwikkeling, marathonloper, bewonderaar van Johan Cruijff, workaholic, een doener en een optimist. Een van de weinige mensen die nog fluit als hij over straat loopt.

Waarom heeft hij in september 'Ja' gezegd toen ze hem vroegen? Zijn vrouw was niet echt enthousiast toen hij gebeld werd in Toscane waar ze hun 40-jarige bruiloft vierden. Wat trof hij aan op zijn oude departement? Hoe krijgt hij het voor elkaar om in twee maanden tijd alweer geroemd te worden om zijn ministerschap en voorzichtig zelfs te worden genoemd als minister in een volgend kabinet? Vragen, vragen. Die Kees van den Bosch stelt in dit drie uur durend gesprek met Pieter Winsemius.

Piet Borst: UUR 3

zaterdag 29 juli 2006, 11:08 uur

Gezonde Twijfel

Borst wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande kanker-onderzoekers ter wereld. De voormalig directeur van het Nederlands Kankerinstituut is in de eerste plaats onderzoeker en een erkend workaholic.
Hij was was in 2006 te gast bij Ger Jochems.
--------------

Biochemicus P. Borst:

Piet Borst werd 72 jaar geleden geboren in Amsterdam. De zoon van een tandarts en een hoogleraar interne geneeskunde, studeerde zelf als een speer af in de geneeskunde, kwam al snel in het biochemisch onderzoek terecht en promoveerde, nog geen dertig jaar oud, op onderzoek in kankertumoren. Twee jaar later deed hij zijn artsexamen. De biografie vermeldt dat Borst in zijn scholieren- studententijd geen onverdienstelijk amateur toneelspeler was, en dat hij in het toen vermaarde studentenblad Propia Cures schreef.

Hij vertrok naar de New York University waar hij een aantal jaren werkte, werd lector biochemie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar moleculaire biologie. In de jaren zeventig was hij een van de eerste die bij zijn onderzoek gebruik ging maken van toen zeer omstreden DNA techniek.

In 1983 wordt hij wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kankerinstituut schuine streep Anthony van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam, later algemeen directeur en blijft dat tot zijn pensioen in 1999. En zo bracht hij 40 jaar door in wat hij zelf de Gouden Eeuw van de biologie noemt, waarin het biomedisch onderzoek in een stroomversnelling raakte.

Piet Borst: UUR 2

zaterdag 29 juli 2006, 11:07 uur

Gezonde Twijfel

Borst wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande kanker-onderzoekers ter wereld. De voormalig directeur van het Nederlands Kankerinstituut is in de eerste plaats onderzoeker en een erkend workaholic.
Hij was was in 2006 te gast bij Ger Jochems.
--------------

Biochemicus P. Borst:

Piet Borst werd 72 jaar geleden geboren in Amsterdam. De zoon van een tandarts en een hoogleraar interne geneeskunde, studeerde zelf als een speer af in de geneeskunde, kwam al snel in het biochemisch onderzoek terecht en promoveerde, nog geen dertig jaar oud, op onderzoek in kankertumoren. Twee jaar later deed hij zijn artsexamen. De biografie vermeldt dat Borst in zijn scholieren- studententijd geen onverdienstelijk amateur toneelspeler was, en dat hij in het toen vermaarde studentenblad Propia Cures schreef.

Hij vertrok naar de New York University waar hij een aantal jaren werkte, werd lector biochemie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar moleculaire biologie. In de jaren zeventig was hij een van de eerste die bij zijn onderzoek gebruik ging maken van toen zeer omstreden DNA techniek.

In 1983 wordt hij wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kankerinstituut schuine streep Anthony van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam, later algemeen directeur en blijft dat tot zijn pensioen in 1999. En zo bracht hij 40 jaar door in wat hij zelf de Gouden Eeuw van de biologie noemt, waarin het biomedisch onderzoek in een stroomversnelling raakte.

Piet Borst: UUR 1

zaterdag 29 juli 2006, 11:06 uur

Gezonde Twijfel

Borst wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande kanker-onderzoekers ter wereld. De voormalig directeur van het Nederlands Kankerinstituut is in de eerste plaats onderzoeker en een erkend workaholic.
Hij was was in 2006 te gast bij Ger Jochems.
--------------

Biochemicus P. Borst:

Piet Borst werd 72 jaar geleden geboren in Amsterdam. De zoon van een tandarts en een hoogleraar interne geneeskunde, studeerde zelf als een speer af in de geneeskunde, kwam al snel in het biochemisch onderzoek terecht en promoveerde, nog geen dertig jaar oud, op onderzoek in kankertumoren. Twee jaar later deed hij zijn artsexamen. De biografie vermeldt dat Borst in zijn scholieren- studententijd geen onverdienstelijk amateur toneelspeler was, en dat hij in het toen vermaarde studentenblad Propia Cures schreef.

Hij vertrok naar de New York University waar hij een aantal jaren werkte, werd lector biochemie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar moleculaire biologie. In de jaren zeventig was hij een van de eerste die bij zijn onderzoek gebruik ging maken van toen zeer omstreden DNA techniek.

In 1983 wordt hij wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kankerinstituut schuine streep Anthony van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam, later algemeen directeur en blijft dat tot zijn pensioen in 1999. En zo bracht hij 40 jaar door in wat hij zelf de Gouden Eeuw van de biologie noemt, waarin het biomedisch onderzoek in een stroomversnelling raakte.

Bettine Vriesekoop: UUR 3

vrijdag 21 juli 2006, 11:43 uur

In 2006 sprak Chris Kijne met Bettine Vriesekoop over grote hoogtes en diepe dalen. Over tafeltennis, haar jeugd, de spartaanse trainingsopvattingen, de breuk met haar coach, de liefde van haar leven, het einde van haar sportcarriere en over een nieuwe journalistieke carriere in China.
-------------------------------------------

De wegen van Bettine Vriesekoop

Op haar veertigste wordt Bettine Vriesekoop voor de veertiende keer nationaal kampioen en wint met De Treffers de Europacup. Is dat dan de einddatum van haar loopbaan?
Misschien van haar tafeltenniscarrière na 2 keer Europees Kampioen te zijn geworden, meerdere keren winnaar van de Top 12 te zijn, kampioen van Engeland in 1995 en van Rusland in 1998 te worden.
Het is tijd voor een tweede carrière. Als schrijfster begon ze met een boekje over haar ervaringen in China, als columnist voor het AD en als redacteur voor de interviewprogramma's van Martin Simek. In de herfst van 2006 vertrekt ze naar China om daar als correspondent voor NRC-Handelsblad te schrijven. Dat deed ze tot in 2009, en sloot haar correspondentschap af met een boek: 1000 dagen in China.

Bettine Vriesekoop: UUR 2

vrijdag 21 juli 2006, 11:41 uur

In 2006 sprak Chris Kijne met Bettine Vriesekoop over grote hoogtes en diepe dalen. Over tafeltennis, haar jeugd, de spartaanse trainingsopvattingen, de breuk met haar coach, de liefde van haar leven, het einde van haar sportcarriere en over een nieuwe journalistieke carriere in China.
-------------------------------------------

De wegen van Bettine Vriesekoop

Op haar veertigste wordt Bettine Vriesekoop voor de veertiende keer nationaal kampioen en wint met De Treffers de Europacup. Is dat dan de einddatum van haar loopbaan?
Misschien van haar tafeltenniscarrière na 2 keer Europees Kampioen te zijn geworden, meerdere keren winnaar van de Top 12 te zijn, kampioen van Engeland in 1995 en van Rusland in 1998 te worden.
Het is tijd voor een tweede carrière. Als schrijfster begon ze met een boekje over haar ervaringen in China, als columnist voor het AD en als redacteur voor de interviewprogramma's van Martin Simek. In de herfst van 2006 vertrekt ze naar China om daar als correspondent voor NRC-Handelsblad te schrijven. Dat deed ze tot in 2009, en sloot haar correspondentschap af met een boek: 1000 dagen in China.

Bettine Vriesekoop: UUR 1

vrijdag 21 juli 2006, 11:39 uur

In 2006 sprak Chris Kijne met Bettine Vriesekoop over grote hoogtes en diepe dalen. Over tafeltennis, haar jeugd, de spartaanse trainingsopvattingen, de breuk met haar coach, de liefde van haar leven, het einde van haar sportcarriere en over een nieuwe journalistieke carriere in China.
-------------------------------------------

De wegen van Bettine Vriesekoop

Op haar veertigste wordt Bettine Vriesekoop voor de veertiende keer nationaal kampioen en wint met De Treffers de Europacup. Is dat dan de einddatum van haar loopbaan?
Misschien van haar tafeltenniscarrière na 2 keer Europees Kampioen te zijn geworden, meerdere keren winnaar van de Top 12 te zijn, kampioen van Engeland in 1995 en van Rusland in 1998 te worden.
Het is tijd voor een tweede carrière. Als schrijfster begon ze met een boekje over haar ervaringen in China, als columnist voor het AD en als redacteur voor de interviewprogramma's van Martin Simek. In de herfst van 2006 vertrekt ze naar China om daar als correspondent voor NRC-Handelsblad te schrijven. Dat deed ze tot in 2009, en sloot haar correspondentschap af met een boek: 1000 dagen in China.

Gerard Spong: UUR 3

vrijdag 14 juli 2006, 10:57 uur

Zaken waarin Spong optrad waren het ‘Octopus’-proces tegen ‘De Hakkelaar’, de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en tegen de arts die als eerste voor euthanasie werd aangeklaagd. Maar ook over Bouterse en Wilders komt hij scherp uit de hoek. In de zomer van 2006 legde hij een en ander uit aan Djoeke Veeninga.

En verder:
Spong (Paramaribo, 1946) is strafrechtadvocaat en in het bijzonder gespecialiseerd in cassatiezaken.

Meester Spong
Meer dan twintig jaar lang vormde hij samen met Micha Wladimiroff het advocatenkantoor Wladimiroff & Spong Advocaten.
Daarna heeft hij een nieuwe kantoorgenoot gevonden in Oscar Hammerstein. Spong en Hammerstein traden samen op in een aantal zaken rond de Lijst Pim Fortuyn.
Ondertussen is hij alleen de baas van zijn eigen toko met filialen in Amsterdam en Haarlem. Opmerkelijke zaken waarin Spong als advocaat optrad waren bijvoorbeeld het zogeheten 'Octopus'-proces tegen Johan V. alias 'De Hakkelaar', de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en de zaak tegen de eerste arts die wegens euthanasie werd aangeklaagd.

Gerard Spong: UUR 2

vrijdag 14 juli 2006, 10:56 uur

Zaken waarin Spong optrad waren het ‘Octopus’-proces tegen ‘De Hakkelaar’, de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en tegen de arts die als eerste voor euthanasie werd aangeklaagd. Maar ook over Bouterse en Wilders komt hij scherp uit de hoek. In de zomer van 2006 legde hij een en ander uit aan Djoeke Veeninga.

En verder:
Spong (Paramaribo, 1946) is strafrechtadvocaat en in het bijzonder gespecialiseerd in cassatiezaken.

Meester Spong
Meer dan twintig jaar lang vormde hij samen met Micha Wladimiroff het advocatenkantoor Wladimiroff & Spong Advocaten.
Daarna heeft hij een nieuwe kantoorgenoot gevonden in Oscar Hammerstein. Spong en Hammerstein traden samen op in een aantal zaken rond de Lijst Pim Fortuyn.
Ondertussen is hij alleen de baas van zijn eigen toko met filialen in Amsterdam en Haarlem. Opmerkelijke zaken waarin Spong als advocaat optrad waren bijvoorbeeld het zogeheten 'Octopus'-proces tegen Johan V. alias 'De Hakkelaar', de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en de zaak tegen de eerste arts die wegens euthanasie werd aangeklaagd.

Gerard Spong: UUR 1

vrijdag 14 juli 2006, 10:55 uur

Zaken waarin Spong optrad waren het ‘Octopus’-proces tegen ‘De Hakkelaar’, de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en tegen de arts die als eerste voor euthanasie werd aangeklaagd. Maar ook over Bouterse en Wilders komt hij scherp uit de hoek. In de zomer van 2006 legde hij een en ander uit aan Djoeke Veeninga.

En verder:
Spong (Paramaribo, 1946) is strafrechtadvocaat en in het bijzonder gespecialiseerd in cassatiezaken.

Meester Spong
Meer dan twintig jaar lang vormde hij samen met Micha Wladimiroff het advocatenkantoor Wladimiroff & Spong Advocaten.
Daarna heeft hij een nieuwe kantoorgenoot gevonden in Oscar Hammerstein. Spong en Hammerstein traden samen op in een aantal zaken rond de Lijst Pim Fortuyn.
Ondertussen is hij alleen de baas van zijn eigen toko met filialen in Amsterdam en Haarlem. Opmerkelijke zaken waarin Spong als advocaat optrad waren bijvoorbeeld het zogeheten 'Octopus'-proces tegen Johan V. alias 'De Hakkelaar', de zaak tegen voetballer Patrick Kluivert en de zaak tegen de eerste arts die wegens euthanasie werd aangeklaagd.

Maurice de Hond: UUR 3

dinsdag 11 juli 2006, 09:50 uur

Opiniepeiler, voetbalkenner en internetondernemer Maurice de Hond is altijd in het nieuws door zijn kamerzetelpeilingen. In 2006 nam hij het op voor een veroordeelde in een moordzaak.

Drie uur lang danst interviewer Hans Simonse met Maurice de Hond door diens leven en werk.
Een dans waarbij het, gezien de karakters van beide heren, vrijwel onmogelijk is de Hond niet af en toe een beetje voor de voeten te lopen. Of misschien zelfs eens een stok tussen de benen te steken. Al is het maar om hem te dwingen ergens echt bij stil te staan.
------------------------------------------

Wat bezielt Maurice de Hond?

Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler? Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler om dwars tegen alles en iedereen in, een door de rechter voor moord veroordeelde man vrij te pleiten en dan ook nog ijskoud een andere man aan te wijzen als de dader?
Is dat oprechte zorg over een mogelijk rechtelijke dwaling of is het ordinaire publiciteitsgeilheid?
Wat bezielt de 58-jarige Maurice de Hond? Om die vraag draait het de komende 3 uur in het marathon-interview. Maar we spreken niet alleen over de Deventer moordzaak. Ook de opvattingen van Maurice de Hond over de in zijn ogen tanende kwaliteit van de democratie, zijn rol als profeet van nieuwe technologie en zijn soms dramatische privé-leven staan op het menu. Wat zal er eigenlijk wel onbesproken blijven als je drie uur lang een microfoon voor Maurice de Hond houdt. Overal heeft hij een mening over.
Zelf wordt de Hond liever niet door critici voor de voeten gelopen. Zelden komt de Hond kwetsbaar over. Zelfs niet als hij vertelt over de nodige rampen die zijn familieleven binnendrongen. Liever verhaald hij over iets positiefs, bijvoorbeeld zijn onlangs gesloten derde huwelijk en hoe hij leerde dansen.

Maurice de Hond: UUR 2

dinsdag 11 juli 2006, 09:49 uur

Opiniepeiler, voetbalkenner en internetondernemer Maurice de Hond is altijd in het nieuws door zijn kamerzetelpeilingen. In 2006 nam hij het op voor een veroordeelde in een moordzaak.

Drie uur lang danst interviewer Hans Simonse met Maurice de Hond door diens leven en werk.
Een dans waarbij het, gezien de karakters van beide heren, vrijwel onmogelijk is de Hond niet af en toe een beetje voor de voeten te lopen. Of misschien zelfs eens een stok tussen de benen te steken. Al is het maar om hem te dwingen ergens echt bij stil te staan.
------------------------------------------

Wat bezielt Maurice de Hond?

Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler? Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler om dwars tegen alles en iedereen in, een door de rechter voor moord veroordeelde man vrij te pleiten en dan ook nog ijskoud een andere man aan te wijzen als de dader?
Is dat oprechte zorg over een mogelijk rechtelijke dwaling of is het ordinaire publiciteitsgeilheid?
Wat bezielt de 58-jarige Maurice de Hond? Om die vraag draait het de komende 3 uur in het marathon-interview. Maar we spreken niet alleen over de Deventer moordzaak. Ook de opvattingen van Maurice de Hond over de in zijn ogen tanende kwaliteit van de democratie, zijn rol als profeet van nieuwe technologie en zijn soms dramatische privé-leven staan op het menu. Wat zal er eigenlijk wel onbesproken blijven als je drie uur lang een microfoon voor Maurice de Hond houdt. Overal heeft hij een mening over.
Zelf wordt de Hond liever niet door critici voor de voeten gelopen. Zelden komt de Hond kwetsbaar over. Zelfs niet als hij vertelt over de nodige rampen die zijn familieleven binnendrongen. Liever verhaald hij over iets positiefs, bijvoorbeeld zijn onlangs gesloten derde huwelijk en hoe hij leerde dansen.

Maurice de Hond: UUR 1

dinsdag 11 juli 2006, 09:47 uur

Opiniepeiler, voetbalkenner en internetondernemer Maurice de Hond is altijd in het nieuws door zijn kamerzetelpeilingen. In 2006 nam hij het op voor een veroordeelde in een moordzaak.

Drie uur lang danst interviewer Hans Simonse met Maurice de Hond door diens leven en werk.
Een dans waarbij het, gezien de karakters van beide heren, vrijwel onmogelijk is de Hond niet af en toe een beetje voor de voeten te lopen. Of misschien zelfs eens een stok tussen de benen te steken. Al is het maar om hem te dwingen ergens echt bij stil te staan.
------------------------------------------

Wat bezielt Maurice de Hond?

Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler? Wat bezielt Nederlands bekendste opiniepeiler om dwars tegen alles en iedereen in, een door de rechter voor moord veroordeelde man vrij te pleiten en dan ook nog ijskoud een andere man aan te wijzen als de dader?
Is dat oprechte zorg over een mogelijk rechtelijke dwaling of is het ordinaire publiciteitsgeilheid?
Wat bezielt de 58-jarige Maurice de Hond? Om die vraag draait het de komende 3 uur in het marathon-interview. Maar we spreken niet alleen over de Deventer moordzaak. Ook de opvattingen van Maurice de Hond over de in zijn ogen tanende kwaliteit van de democratie, zijn rol als profeet van nieuwe technologie en zijn soms dramatische privé-leven staan op het menu. Wat zal er eigenlijk wel onbesproken blijven als je drie uur lang een microfoon voor Maurice de Hond houdt. Overal heeft hij een mening over.
Zelf wordt de Hond liever niet door critici voor de voeten gelopen. Zelden komt de Hond kwetsbaar over. Zelfs niet als hij vertelt over de nodige rampen die zijn familieleven binnendrongen. Liever verhaald hij over iets positiefs, bijvoorbeeld zijn onlangs gesloten derde huwelijk en hoe hij leerde dansen.

K. Schippers: UUR 3

vrijdag 7 juli 2006, 14:29 uur

Gerard Stigter, voor de lezende mens K. Schippers, ontving in 2006 de Libris Literatuurprijs voor zijn roman ‘ Waar was je nou’. Wim Brands sprak met hem.

K. Schippers: UUR 2

vrijdag 7 juli 2006, 14:28 uur

Gerard Stigter, voor de lezende mens K. Schippers, ontving in 2006 de Libris Literatuurprijs voor zijn roman ‘ Waar was je nou’. Wim Brands sprak met hem.

K. Schippers: UUR 1

vrijdag 7 juli 2006, 14:21 uur

Gerard Stigter, voor de lezende mens K. Schippers, ontving in 2006 de Libris Literatuurprijs voor zijn roman ‘ Waar was je nou’. Wim Brands sprak met hem.

A.J. Heerma van Voss: uur 3

woensdag 29 maart 2006, 14:15 uur

Zo voelen ze zich in het echt natuurlijk ook. Overgeleverd.

Arend Jan Heerma van Voss, regelmatig interviewer in het marathoninterview, is bij zijn afscheid als radiochef zelf de ondervraagde. Zijn afscheid komt na 16 jaar functionele bemoeienis met de VPRO, als voorzitter van de vereniging en als hoofdredacteur radio. Daarvoor was hij hoofdredacteur bij het Maandblad voor geestelijke volksgezondheid en hoofdredacteur bij weekblad de Haagse Post.
Drie huwelijken en wat scharrels, zo vat hij zijn carrière samen, en de scharrels zijn dan onder andere zijn gespeelde rollen voor radio en tv en de marathoninterviews. Djoeke Veeninga praat met hem over deze carrière, over de teloorgang van de VPRO in het publieke omroep bestel, over zijn liefde voor radio, taal en muziek, over verantwoordelijkheid en speelsheid en over de erfenis van de jeugd.
De opname is gemaakt op 15 maart 2006.

A.J. Heerma van Voss: uur 2

woensdag 29 maart 2006, 14:14 uur

Zo voelen ze zich in het echt natuurlijk ook. Overgeleverd.

Arend Jan Heerma van Voss, regelmatig interviewer in het marathoninterview, is bij zijn afscheid als radiochef zelf de ondervraagde. Zijn afscheid komt na 16 jaar functionele bemoeienis met de VPRO, als voorzitter van de vereniging en als hoofdredacteur radio. Daarvoor was hij hoofdredacteur bij het Maandblad voor geestelijke volksgezondheid en hoofdredacteur bij weekblad de Haagse Post.
Drie huwelijken en wat scharrels, zo vat hij zijn carrière samen, en de scharrels zijn dan onder andere zijn gespeelde rollen voor radio en tv en de marathoninterviews. Djoeke Veeninga praat met hem over deze carrière, over de teloorgang van de VPRO in het publieke omroep bestel, over zijn liefde voor radio, taal en muziek, over verantwoordelijkheid en speelsheid en over de erfenis van de jeugd.
De opname is gemaakt op 15 maart 2006.

A.J. Heerma van Voss: uur 1

woensdag 29 maart 2006, 14:13 uur

Zo voelen ze zich in het echt natuurlijk ook. Overgeleverd.

Arend Jan Heerma van Voss, regelmatig interviewer in het marathoninterview, is bij zijn afscheid als radiochef zelf de ondervraagde. Zijn afscheid komt na 16 jaar functionele bemoeienis met de VPRO, als voorzitter van de vereniging en als hoofdredacteur radio. Daarvoor was hij hoofdredacteur bij het Maandblad voor geestelijke volksgezondheid en hoofdredacteur bij weekblad de Haagse Post.
Drie huwelijken en wat scharrels, zo vat hij zijn carrière samen, en de scharrels zijn dan onder andere zijn gespeelde rollen voor radio en tv en de marathoninterviews. Djoeke Veeninga praat met hem over deze carrière, over de teloorgang van de VPRO in het publieke omroep bestel, over zijn liefde voor radio, taal en muziek, over verantwoordelijkheid en speelsheid en over de erfenis van de jeugd.
De opname is gemaakt op 15 maart 2006.

Dorien Pessers: uur 1

donderdag 23 maart 2006, 11:13 uur

Prof. dr. Dorien Pessers besprak in haar aanvangsrede bij de Vrije Universiteit over de verschuiving van ‘Vadertje Staat’, de patriarchale, autoritaire, formalistische staat naar de communicatieve, faciliterende, gedogende, luisterende, responsieve en interactieve overheid als een ‘Big Mother’. En signaleerde gevaar! Reden voor A.J. Heerma van Voss om deze waarschuwing in drie uur radio nog eens door te nemen.

Herre Kingma: uur 3

vrijdag 30 december 2005, 15:32 uur

Herre Kingma twitterde ooit dat hij “iedereen met iedereen wil verbinden. Maar verbinden is ook verband aanleggen, dat moet wel op een schoon wondbed, dus eerst poetsen!”
In 2005 sprak hij drie uur lang, en maakte schoonschip met Hans Simons op Radio1 bij de VPRO.

Herre Kingma was inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg.

Hij leerde de gezondheidszorg van een geheel andere kant kennen toen hij kanker kreeg en hij een jaar niet kon werken. Als Inspecteur wordt hij extern gewaardeerd onder andere door zijn consumentgerichte aanpak; intern bekritiseerd door de wijze waarop hij de inspectie intern aanstuurt.
------------------------------------

Herre Kingma

De inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg, nam in 2005 afscheid. Hij werd bestuursvoorzitter van ziekenhuis Spectrum Twente in Enschede.
Kingma heeft een interessante carrière achter de rug. Cardioloog, voorzitter van de vakbond van medisch specialisten De Orde, en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Herre Kingma: uur 2

vrijdag 30 december 2005, 15:31 uur

Herre Kingma twitterde ooit dat hij “iedereen met iedereen wil verbinden. Maar verbinden is ook verband aanleggen, dat moet wel op een schoon wondbed, dus eerst poetsen!”
In 2005 sprak hij drie uur lang, en maakte schoonschip met Hans Simons op Radio1 bij de VPRO.

Herre Kingma was inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg.

Hij leerde de gezondheidszorg van een geheel andere kant kennen toen hij kanker kreeg en hij een jaar niet kon werken. Als Inspecteur wordt hij extern gewaardeerd onder andere door zijn consumentgerichte aanpak; intern bekritiseerd door de wijze waarop hij de inspectie intern aanstuurt.
------------------------------------

Herre Kingma

De inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg, nam in 2005 afscheid. Hij werd bestuursvoorzitter van ziekenhuis Spectrum Twente in Enschede.
Kingma heeft een interessante carrière achter de rug. Cardioloog, voorzitter van de vakbond van medisch specialisten De Orde, en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Herre Kingma: uur 1

vrijdag 30 december 2005, 15:29 uur

Herre Kingma twitterde ooit dat hij “iedereen met iedereen wil verbinden. Maar verbinden is ook verband aanleggen, dat moet wel op een schoon wondbed, dus eerst poetsen!”
In 2005 sprak hij drie uur lang, en maakte schoonschip met Hans Simons op Radio1 bij de VPRO.

Herre Kingma was inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg.

Hij leerde de gezondheidszorg van een geheel andere kant kennen toen hij kanker kreeg en hij een jaar niet kon werken. Als Inspecteur wordt hij extern gewaardeerd onder andere door zijn consumentgerichte aanpak; intern bekritiseerd door de wijze waarop hij de inspectie intern aanstuurt.
------------------------------------

Herre Kingma

De inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en één van de machtigste mannen in de gezondheidszorg, nam in 2005 afscheid. Hij werd bestuursvoorzitter van ziekenhuis Spectrum Twente in Enschede.
Kingma heeft een interessante carrière achter de rug. Cardioloog, voorzitter van de vakbond van medisch specialisten De Orde, en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dorien Pessers: uur 3

vrijdag 23 december 2005, 13:27 uur

Prof. dr. Dorien Pessers besprak in haar aanvangsrede bij de Vrije Universiteit over de verschuiving van ‘Vadertje Staat’, de patriarchale, autoritaire, formalistische staat naar de communicatieve, faciliterende, gedogende, luisterende, responsieve en interactieve overheid als een ‘Big Mother’. En signaleerde gevaar! Reden voor A.J. Heerma van Voss om deze waarschuwing in drie uur radio nog eens door te nemen.

Dorien Pessers: uur 2

vrijdag 23 december 2005, 13:27 uur

Prof. dr. Dorien Pessers besprak in haar aanvangsrede bij de Vrije Universiteit over de verschuiving van ‘Vadertje Staat’, de patriarchale, autoritaire, formalistische staat naar de communicatieve, faciliterende, gedogende, luisterende, responsieve en interactieve overheid als een ‘Big Mother’. En signaleerde gevaar! Reden voor A.J. Heerma van Voss om deze waarschuwing in drie uur radio nog eens door te nemen.

Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1