appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharesorter--up-and-down star--open-and-filled star-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Nu: Nieuwsweekend
STER Advertentie

Mijn moeder, de digibeet

ANP
vrijdag 24 januari 2020 | EO | Margje Fikse Twitter
Afbeelding

Onlangs was ik in Tunesië, waar ik een dromedaris met een blinddoek rondjes zag lopen om olijfolie te produceren. Toen ik dat verhaal aan mijn moeder vertelde, zei ze dat ze beter in Tunesië zou kunnen leven dan hier, omdat ze moeite heeft om de vaart van het Nederlandse volk bij te houden. Dat raakte me. 

Naast het presenteren bij NPO Radio 1 regisseer ik de televisieserie 'Oases in de Oriënt'. Voor die serie filmden we onlangs in het zuiden van Tunesië. Daar, in een bergdorp, troffen we in een klein schuurtje een dromedaris aan die rondjes liep met een blinddoek op. Daarbij een man die het beest af en toe luidruchtig aanmoedigde en ons vertelde dat hij een blinddoek droeg omdat hij anders duizelig zou worden.

De dromedaris liep rondom een constructie met twee enorme stenen. De onderste lag stil en de bovenste was verbonden met het dier en draaide dus rond. In de bak er omheen lag een dikke bruine smurrie, die vervolgens door de man in kwestie in platte manden werd gedrukt. De manden gingen boven op elkaar en daarop kwam als een soort hefboom de zware stam van een palmboom. Het resultaat stroomde van onder uit de manden: olijfolie.

Het filmpje dat Margje Fikse maakte in Tunesië

Moeder

Ik had er, mooi als ik het vond, een filmpje van gemaakt en liet dat na terugkeer aan mijn 84-jarige moeder zien. Mijn moeder, geboren op de boerderij en vervolgens een leven lang zelf boerin, zei nadat ze het in zich op had genomen: 'Ik zou beter daar in het zuiden van Tunesië kunnen leven dan hier in Nederland, ik zou me daar veel beter redden.'

Die had ik niet zien aankomen. Mijn moeder is nou niet het type dat de hele wereld rond wil reizen. Wat bedoelde ze hiermee? Natuurlijk was ze gecharmeerd van de techniek die ze herkende. Niet dat ze in haar jeugd dromedarissen rondjes zag lopen en olijfolie is nou ook niet bepaald een oud-Hollands product, maar in Nederland werd vroeger graan op deze manier gemalen en het was een paard of een ezel die als krachtpatser werd ingezet. Overigens zonder blinddoek, zei mijn moeder. 

Maar het ging verder dan nostalgische gevoelens bij een aloude techniek. Voor mijn moeder stonden deze beelden voor een leven zonder moderne technieken. Een leven wat ze kent en wat ze kan.

Mijn moeder is oud, maar is nog zeer goed van lichaam en geest. Ze heeft kinderen, veel kleinkinderen en achterkleinkinderen die ze regelmatig ziet, heeft daarnaast nog veel andere contacten, werkt graag in de tuin, was tot voor kort vrijwilliger in een verpleeghuis (bij de oudjes, zoals ze dan zelf zegt), past op kleinkinderen en laat zelfs onze hond minstens één keer in de week uit. We hebben het over iemand die nog midden in het leven staat, maar zich desondanks er niet meer in thuis voelt. De belangrijkste reden: het internet.

Digibeet

Mijn moeder is een digibeet, oftewel iemand die niet met digitale media om kan gaan, aldus de uitleg op internet. Ik zelf kan me geen leven voorstellen zonder het web, maar op dit moment zijn er nog rond de 800.000 mensen in Nederland die nooit op het internet zijn geweest. En daar hoort iemand als mijn moeder niet eens bij. Zij heeft van kinderen en kleinkinderen een iPad gekregen en gebruikt deze ook nog. Ze heeft zelfs een Facebook-account en kan zo volgen wat haar nazaten allemaal uitspoken. Maar dat is blijkbaar niet genoeg. Ze zou moeten kunnen mailen, moeten surfen op het web, internetbankieren, lichaamsoefeningen doen via een app en ga zo maar door. 

Ooit volgde mijn moeder een computercursus met haar zus. Ik praat over dertig jaar geleden. Dat was vooral veel lachen en haar zus nam, in plaats van de computerboeken de tas met schaatsen mee (winters waren toen nog echt koud). Ik denk eigenlijk dat ze dachten dat het allemaal niet zo'n vaart zou lopen met dat computergedoe. Dat het hun tijd wel zou duren. En dat hebben vast heel veel meer mensen gedacht. Ondertussen is de ontwikkeling keihard gegaan, wordt iedereen doorverwezen naar websites en online formulieren, ben je nergens meer zonder Wi-Fi en 4G en zijn we de hele dag bezig met appen, mailen en FaceTimen.

Rekening houden

Hoe nu verder? Moeten de digibeten onder ons niet zeuren en zich alsnog laten bijspijkeren via door de overheid aangeboden cursussen en informatiepunten? Dat laatste is natuurlijk een goed streven. Maar kunnen overheden, instanties, bedrijven en mensen onderling dan nog wel even rekening blijven houden met deze groep mensen? Mag er nog zoiets blijven bestaan als een formulier afhalen, invullen met een pen en opsturen via de post? Zodat mijn moeder en al die andere digibeten onderdeel blijven van deze samenleving, ook als ze (nog) niet digitaal volwassen zijn?

Ik zou met deze column geschreven op een laptop, verstuurd per mail en te lezen op een website, van harte willen pleiten voor het laatste. 

Correctie melden

STER Advertentie
Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1