Binnenland
PowNed

50 jaar later spreekt advocaat van verdachte in de Bredase koffermoord twijfels uit over vrijspraak

foto: Johan van Gurp via BN De Stem

Vijftig jaar geleden werd een meisje dood aangetroffen in een koffer. De zaak kwam bekend te staan als de Bredase koffermoord. In de nieuwste aflevering van Het Misdaadbureau gaat Mischa Blok in gesprek met Gert-Jan van den Bemd, van wie binnenkort een boek over deze zaak verschijnt, met Louis Smits, destijds een van de technische rechercheurs en met journalist Sandra van den Heuvel. Ze bespreken hoe de verdachte van de Bredase koffermoord nooit werd veroordeeld voor moord. Zou de zaak nu, vijftig jaar later, een andere uitkomst hebben gehad?

#38 - Mysterie rond Bredase Koffermoord: ‘Advocaat van verdachte kon vrijspraak niet geloven’ (S05) - Het Misdaadbureau

Bredase koffermoord

Vijftig jaar geleden, op 1 augustus 1976, werd een meisje van dertien jaar dood aangetroffen in een koffer. De zaak kwam bekend te staan als de Bredase koffermoord. "Jos laat in de ochtend zijn hond uit in Breda en ziet op een braakliggend terrein een grote koffer", vertelt journalist Sandra van den Heuvel. "Hij vertrouwt het niet, alarmeert de politie en dan blijkt dat er een lijk in die koffer zit. Het lichaam is dan al in verre staat van ontbinding, het hoofd ligt los van het lichaam, de kootjes van haar linkerhand ontbreken en het lijkt erop dat het om een jonge vrouw gaat."

Op dat moment is nog niet bekend wie het slachtoffer is. "Door de staat van het lichaam was het op dat moment onmogelijk om haar direct te identificeren en waren er nauwelijks aanknopingspunten", legt Van den Heuvel uit. In eerste instantie was het enige aanknopingspunt de koffer waarin het lichaam van het meisje was gevonden. "In de koffer zat een labeltje: Tiny's Lederwaren. Dat was een winkel in koffers en handtassen. Twee winkels hadden die naam en in een van die zaken heeft hij die koffer gekocht", vertelt Gert-Jan van den Bemd, die een boek heeft geschreven over de zaak.

Prullenbakkenonderzoek

Door knap speurwerk van de politie kon binnen 48 uur een verdachte worden aangehouden. "De recherche werkte aan twee onderzoeken: het achterhalen van de identiteit van het meisje en het opsporen van de dader", legt Van den Heuvel uit. "Het bizarre is dat de politie sneller een verdachte aanhield dan dat ze überhaupt wist wie het slachtoffer was."

Het aanhouden van de verdachte had te maken met inpakpapier. "Die koffer bleek inderdaad gekocht te zijn bij een lederwarenzaak in Breda: Tiny's Lederwaren. De verkoper had verklaard dat hij die koffer had verpakt in eigen inpakpapier", vertelt Smits. "Iemand belde op een gegeven moment om te onderzoeken waar de stank vandaan kwam die hij in zijn tuintje rook. Wij hebben dat tuintje toen onderzocht en daar totaal niks gevonden", vertelt Smits. "Het bijzondere was dat we, toen we vanuit de tuin via een smal pad terugliepen naar de voordeur twee vuilnisbakken zagen staan. Ik deed de vuilnisklep open en daar lag zowaar pakpapier van Tiny's Lederwaren. Dat herkende ik. Toen was het natuurlijk een fluitje van een cent."

Ze gingen een uitgebreide huiszoeking doen in het pand waar het inpakpapier was gevonden. "Toen vonden we een kastdeur van een kelderkast die helemaal was afgeplakt met tape", schetst Smits. "Nadat de tape was verwijderd, hebben we in de kelderkast gekeken. Daar vonden we drie vingerkootjes. Kennelijk had de dader het lichaam al behoorlijk laten ontbinden en het vervolgens in de koffer gedaan. Daarbij zijn enkele vingers tussen het deksel en de koffer terechtgekomen en afgevallen."

Identiteit

Na aanleiding van een bericht in de krant werd uiteindelijk de identiteit van het slachtoffer bekend. "Op een gegeven moment kregen ze een telefoontje uit de koepelgevangenis in Breda. Daar zat een gedetineerde in voorarrest en die had het vermoeden dat hij wist wie het meisje was", vertelt Van den Bemd. "Hij had een foto waarop twee meisjes stonden en vermoedde dat een van hen het slachtoffer zou kunnen zijn. En dat bleek ook zo te zijn."

Na intensief speurwerk werd bekend dat het ging om een dertienjarig meisje genaamd Khadja Elbaz, met een Marokkaanse achtergrond. "Het was een avontuurlijk meisje dat was weggelopen uit Villejuif, een voorstad van Parijs. Ze was samen met een vriendin naar Nederland gelift", vertelt Van den Heuvel. "Zij was opstandig en had een vriendin die iets vrijgevochtener was. Die heeft haar echt meegenomen op een avontuur dat fataal is afgelopen", legt Van den Bemd uit. 

foto: aangeleverd door nabestaanden voor het onderzoek

Foto van Khadja Elbaz

Vraagtekens

De verdachte beweerde dat het een ongeval was waardoor Elbaz om het leven kwam. "Volgens hem trok het meisje een stiletto en maakte ze steekbewegingen. Hij heeft dat afgeweerd en het mes belandde in haar hals. Ze is toen doodgebloed en in paniek heeft hij het lijk in de koffer in de kelder gelegd. Daar heeft het lijk vijf maanden gelegen", vertelt Smits.

Er zijn grote twijfels over het verhaal van de verdachte. "Het stiletto is nooit teruggevonden. Vreemd genoeg is er wel een uitbeenmes gevonden onder de vloerbedekking in zijn huis, waar menselijke eiwitten en een haar aan zaten", vertelt Van den Bemd.

De verdachte werd destijds bijgestaan door advocaat Nico ter Haar Romeny, die vijftig jaar later ook vraagtekens zet bij het verhaal. "De verklaringen van de verdachte waren in dit geval wel twee tot drie keer anders. Dan zou je als politie, maar ook als rechtbank, moeten denken: 'Hier klopt iets niet.'"

Ter Haar Romeny vertelt dat hij niet wist wat de rechtbank ervan zou maken. "Als voorbereiding op de zitting heb ik allerlei varianten bedacht van hoe we dit gingen aanpakken. Op de zitting wist ik het nog niet. Toen kwam de officier met de verlossende woorden dat hij vond dat het niet bewezen was. Vrijspraak werd geformuleerd. Ik was zeer verbaasd."

De verdachte werd uiteindelijk vrijgesproken van moord, doodslag en zware mishandeling met de dood tot gevolg. Hij werd alleen veroordeeld tot acht maanden celstraf voor het verbergen van het lijk.

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Bewijs verloren gegaan

Bovendien is er mogelijk bewijs verloren gegaan tijdens het onderzoeksproces. "Voor die tijd was het heel gewoon, maar nu is het ondenkbaar dat de kleding waarin het meisje is gevonden, is gewassen", vertelt Van den Bemd. "Het doel was om te speuren naar etiketten of labeltjes van kledingmerken, zodat het meisje geïdentificeerd kon worden."

Tegenwoordig zou het ondenkbaar zijn om DNA-sporen weg te wassen. "In die tijd bracht dit proces geen schade toe. Er was geen DNA-onderzoek, dus technisch gezien konden ze er ook niet veel meer mee."

Om deze inhoud te tonen moet je toestemming geven voor social media cookies.

Als de zaak zich vijftig jaar later had afgespeeld, zou er dan een andere uitkomst zijn geweest? Volgens Smits is dat niet zeker. "Het is natuurlijk niet gezegd dat die DNA-sporen er nog op hadden gezeten. Als het nu zou gebeuren, waren er meer mogelijkheden om onderzoek te doen. Ik denk dan met name aan het mes dat we onder het tapijt hebben gevonden, waar menselijke eiwitten en zelfs een haar aan zaten. Tegenwoordig zou je echt kunnen bewijzen dat het haar van haar was en dat haar bloed aan het mes zat."

"De verdachte deed zich heel erg onschuldig voor", stelt Van den Bemd. "Ik denk dat hij seks met haar wilde en dat zij dat niet wilde. Daarom noem ik het ook een geval van femicide. Het is een heel treurig verhaal. Ik ben zelf opa en vader en ik beeld me dan in: dat zou je dochter maar zijn. Niemand kijkt naar haar om. Het is daarom ook een pleidooi om beter op elkaar te letten. En niet zoals in Breda vijftig jaar geleden, waar zij zomaar in de verkeerde kroeg terecht kon komen. Dat gebeurt nog steeds. Ik denk dat we iets meer naar elkaar mogen omkijken."

Benieuwd naar het hele verhaal over de Bredase koffermoord? Beluister nu de nieuwste aflevering van Het Misdaadbureau in je favoriete podcastapp.

Advertentie via ster.nl
Advertentie via ster.nl