Journalistieke code NPO

De journalistieke code van de NPO is de algemene code voor alle journalistieke redacties van de publieke omroep. Met deze code krijgt het publiek inzage in de werkwijze, regels en normen van onze redacties.

Download de journalistieke code van de NPO hier


JOURNALISTIEKE CODE NPO

Vastgesteld op 15/09/2016 en in werking per 01/01/2017

Journalistiek bij de publieke omroep

De verschillende publieke omroepen maken gezamenlijk een grote hoeveelheid journalistieke content. Op radio, televisie en online brengen we nieuws, actualiteiten, opinie en meningsvorming. In al deze vormen van journalistiek is het belangrijk dat we geloofwaardig zijn en het vertrouwen van publiek hebben. Dit doen we door:

  • Betrouwbaar te zijn – de informatie die we brengen klopt en wordt gecheckt.
  • Nauwkeurig en zorgvuldig te zijn – fouten worden zoveel mogelijk vermeden en het maakproces is controleerbaar.
  • Onafhankelijk, onpartijdig en onbevooroordeeld te zijn – druk van buiten en binnen de organisatie heeft geen invloed op de inhoud van onze producties.
  • Evenwichtig en pluriform te zijn – berichtgeving is gebalanceerd en vertegenwoordigt verschillende visies.

We erkennen fouten en onzorgvuldigheden en kijken kritisch naar ons eigen journalistieke handelen. De toetssteen voor ons handelen is deze journalistieke code.

Journalisten die binnen de publieke omroep werken worden geacht zich aan deze code te houden.

De betreffende hoofd- en eindredacties zijn verantwoordelijk voor de naleving.

De Ombudsman van de NPO toetst de berichtgeving van journalistieke programma’s van de publieke omroepen aan deze code.

Met deze code krijgt het publiek inzage in de werkwijze, regels en normen van onze redacties.

Reikwijdte en toepassing van de code

De journalistieke code van de NPO is de algemene code voor alle journalistieke redacties van de publieke omroep. Verschillende journalistieke redacties hebben ook eigen journalistieke codes die nog nader specificeren welke uitgangspunten die betreffende redactie heeft.

Zaken die bij wet verboden zijn worden niet in deze code besproken, omdat we ervan uitgaan dat onze journalisten zich aan de wet houden.

Onafhankelijkheid journalisten

  • Journalisten verrichten hun werk in onafhankelijkheid en vermijden (de schijn van) belangenverstrengeling. Zo geven ze geen media-adviezen aan derden, vervullen ze geen politieke of publieke functies, hebben ze geen financiële belangen in andere organisaties, nemen ze geen cadeaus aan en laten ze (reis-)kosten niet betalen door externe partijen.
  • Uitzonderingen zijn alleen mogelijk met uitdrukkelijke toestemming van de hoofdredactie en hierover wordt open en transparant naar buiten getreden.

Journalistieke werkwijze

  • Journalisten maken tegenover bronnen en gesprekspartners altijd vooraf kenbaar dat ze journalist zijn en maken hun (journalistieke) bedoelingen duidelijk. Ook wanneer ze niet-publieke ruimten betreden.
  • De enige uitzondering hierop is wanneer er evident sprake is van een maatschappelijke misstand die niet op een andere manier kan worden aangetoond én het noodzakelijk is hierover te publiceren. In dat geval is het toegestaan met verborgen en/of draaiende camera, verborgen en/of openstaande microfoon en in het geheim opgenomen telefoongesprekken te werken.
  • Journalisten lokken geen incidenten uit met de bedoeling om nieuws te creëren.

Bronnen

  • Er wordt geen geld betaald aan bronnen en getuigen. Wanneer dat toch gebeurt, moet de betreffende redactie verantwoording afleggen over de specifieke reden en de hoogte van het bedrag.
  • Journalisten stelen geen informatie en betalen ook niet voor gestolen informatie.
  • Bronnen worden in principe in publicaties vermeld, tenzij het nodig is om de identiteit van de bron te beschermen. Dit is het geval wanneer de bron expliciet aan de journalist heeft gevraagd om vertrouwelijkheid of wanneer de journalist weet/kan weten dat het onthullen van de identiteit tot problemen kan leiden.
  • Journalisten gaan terughoudend om met het inzetten van kwetsbare personen als bron. Te denken valt aan kinderen, slachtoffers van misdrijven of ongelukken en mensen met een geestelijke beperking.

Wederhoor

  • Journalisten passen altijd wederhoor toe. Mensen krijgen tijdig de gelegenheid om te reageren, bij voorkeur in dezelfde publicatie.
  • Wederhoor mag niet in de weg staan van het zo waarheidsgetrouw verslag doen.
  • Het principe van wederhoor geldt niet voor publicaties die een duidelijke persoonlijke mening vertegenwoordigen (columns, recensies, opiniestukken) en niet voor feitelijke verslagen (bijvoorbeeld van openbare bijeenkomst of notulen van een besloten vergadering)

Afspraken met bronnen

  • Journalisten maken in principe geen embargo-afspraken. In de uitzonderlijke gevallen dat er wel een embargo is aanvaard, is het niet toegestaan te publiceren totdat de afgesproken termijn is verstreken, tenzij het embargo is geschonden en iemand anders reeds heeft gepubliceerd, het embargo is opgeheven of is geschonden door de bron.
  • Het staat een journalist vrij om zelf te bepalen hoe hij omgaat met op- en aanmerkingen van een bron die een publicatie ter inzage heeft ingezien. Feitelijke onjuistheden moeten worden verbeterd.

Publicatie

  • Journalisten maken in publicaties duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen.
  • Columnisten, recensenten en cartoonisten mogen vrijelijk hun mening geven over gebeurtenissen en personen. Hierbij mogen ze gebruik maken van overdrijving en het eenzijdig belichten van een kwestie.
  • Kenmerken over personen in het nieuws die niet van belang zijn voor het verhaal, dienen niet te worden gedeeld. Dit betreft bijvoorbeeld kenmerken als etniciteit, nationaliteit, religie en seksuele geaardheid.
  • Journalisten gaan terughoudend om met beschuldigingen. Alleen als die zijn gecheckt en het aannemelijk is worden beschuldigingen gepubliceerd.
  • Citaten uit interviews mogen niet zonder toestemming in een andere context worden gebruikt dan de geïnterviewde kan verwachten.
  • Beelden en audio mogen slechts tot op zekere hoogte worden bewerkt.
  • Het beeld- en audiogebruik bij verhalen moet passen in de context van het onderwerp.

Identificatie en privacy

  • De privacy van personen mag alleen worden aangetast wanneer dit in redelijke verhouding staat tot het publieke belang van de publicatie.
  • De privacy van publieke figuren is hierop een uitzondering wanneer het betrekking heeft tot het publieke functioneren van deze personen. In de privésfeer gelden voor publieke figuren dezelfde uitgangspunten als voor andere personen, tenzij gedrag in het privéleven aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren.
  • Journalisten publiceren in beginsel geen beelden van mensen die zijn gemaakt in niet-publieke ruimten zonder uitdrukkelijke toestemming. Dit geldt in beginsel ook voor persoonlijke aantekeningen en brieven.
  • Bij berichtgeving over verdachten en veroordeelden moet voorzichtig worden omgesprongen met het publiceren van de naam, beeld en/of foto van betrokkenen. Dit geldt niet wanneer het een bekend persoon betreft, er een grote kans is op verwarring met iemand anders, de naam een essentieel onderdeel is van de berichtgeving, bescherming van de privacy geen zin meer heeft door publicatie elders, het maatschappelijk belang van publicatie zo groot is dat privacy beschermen ondergeschikt is of wanneer het een opsporingsbericht betreft.

Verantwoording achteraf

  • Wanneer blijkt dat een publicatie onjuistheden bevat of (verwijtbaar) onvolledig is, worden deze zo snel mogelijk en op passende wijze gerectificeerd. De wijze van rectificeren verschilt per redactie en type medium en valt onder verantwoordelijkheid van de betreffende hoofdredactie.
  • Correcties en aanvullingen van journalisten zijn te vinden op de websites van de betreffende omroepen of programma’s.
  • Het is voor het publiek en gebruikte bronnen duidelijk hoe zij kunnen reageren en/of klagen over de journalistieke werkwijze. Op de websites van alle betrokken redacties staan hiervoor duidelijke richtlijnen.

Colofon

Deze code is opgesteld op basis van de Gedragscode voor Journalisten van de Internationale Federatie van Journalisten (1954/1986) en de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek (2015), die is overgenomen door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren.