Fragment

Column Bibi Dumon Tak: het vrouwenquotum

  1. Fragmentenchevron right
  2. Column Bibi Dumon Tak: het vrouwenquotum

Zeker weten: met het vrouwenquotum zit het bij ons thuis helemaal goed. We hoeven dus niet langzaam in te groeien naar die dertig procent - zoals nu het streven is in raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven - want ik schat dat we de vijfennegentig procent met gemak halen.

In ieder spleetje van het huis zit namelijk wel een spin verscholen. Nou ja, verscholen, ze zijn zo dik geworden dat ze inmiddels uit hun kiertjes puilen. Hun buiken vol met eitjes en als het even meezit ook met dat van hun man. Die spinnenvrouwtjes hebben geen quotum nodig. Hoe verder het jaar vordert, hoe harder het quotum zelfs stijgt. Want telkens als er een man hun web bezoekt bepalen zij of hij het weer mag verlaten of niet. Alleen daarom al laat ik die spinnenvrouwen hun gang gaan. Uit respect en bewondering. En ook een beetje als een wake up call.

Een wake up call?
Ja! Een wake up call voor mijzelf.

Want: als je verder door het huis speurt blijkt er naast een meevaller ook een grote tegenvaller. Een tegenvaller met betrekking tot mijn eigen - niet beursgenoteerde - vakgebied.

Luister en huiver. Kinderboekenschrijvers laten kinderen kennismaken met de wereld buiten hun voordeur. Dat doen we in de vorm van sprookjes, van griezelverhalen, waargebeurde verhalen, historische verhalen. Voor ieder kind is er een geschikt boek en voor iedere schrijver een geschikt genre. Wat dit met een vrouwenquotum te maken heeft? Alles.

Ik heb namelijk eens kritisch naar mijn eigen - niet beursgenoteerde - boekenkast gekeken. En de uitkomst was schokkend. Er staan nauwelijks boeken in met meisjes als hoofdpersoon. De reden?

Jongens lezen weinig, maar áls ze al lezen willen ze wel over zichzelf lezen. Jongens willen dus jongens, en meisjes, ach die gaan mee in ieder goed verhaal. En de schrijvers? Die buigen al meer dan honderd jaar voor die jongenswensen. Ze schiepen door de jaren heen:
  Niels Holgersson
  Pietje Bell
  Dik Trom
  Pinkeltje
  De kleine Prins
  De kleine kapitein
  Rémy en Vitalis
  Max en Moritz
  Sjakie, je weet wel van de chocolade fabriek.
  Tiuri, je weet wel, van Brief voor de koning.
  Dolf, je weet wel, van Kruistocht in spijkerbroek.
  Max, je weet wel, van de maximonsters.

Hoor ik nu mensen denken: ja, maar dat zijn oude boeken. Tegenwoordig zal dat meisjesquotum toch wel worden gehaald? O ja? Eens even verder snuffelen langs de schappen:
  Harry Potter
  Dolfje Weerwolfje
  Mees Kees en Tobias.
  Bram Botermans, je weet wel, van Het leven van een Loser
  Andy en Terry, je weet wel, van de Boomhutserie.
  Geronimo Stilton.
  Melle, je weet wel, van de Gorgels.

Er figureren wel meisjes in kinderboeken, maar altijd op de achtergrond zoals Hermelien Griffel of Pinkelotje. En als er al eens een heldhaftig meisje in een boek de hoofdrol krijgt, zoals Polleke of Madelief of Lampje, dan worden ze op de een of andere manier nooit zo beroemd als al die Hansje Brinkers van deze wereld.

Gelukkig was er ooit een schrijfster die het vrouwenquotum in kinderboeken via één hoofdpersoon wist te verhogen met een factor tien. Zij schiep Pippi Langkous die niet alleen in haar eentje een paard kon optillen, maar die in haar eentje ook liet zien dat meisjes zonder de hulp van een opgelegd quotum de top konden bereiken.

‘Denk maar gewoon,’ zei Pippi ooit, ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’

Vandaag is het zondag, ik heb nog een hele dag voor me liggen om me te sterken aan de verhalen van Astrid Lindgren en aan de 128 spinnen in en rond mijn huis. Het wordt tijd dat ik eindelijk eens aan een boek begin waarin de hoofdpersoon geen jongen maar een meisje is.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.