Fragment

Columnfestival

  1. Fragmentenchevron right
  2. Columnfestival

In het kader van Het Parool Columnfestival schrijven ruim duizend Amsterdamse scholieren een column over wat hen bezighoudt. Vanwege de huidige omstandigheden kan de festivaldag op 20 mei as in Pakhuis De Zwijger niet doorgaan. Dankzij Radio 1 is dit doorkijkje naar de leefwereld van jonge Amsterdammers in deze bijzondere periode te beluisteren en de beste inzendingen krijgen alsnog een welverdiend podium.
www.columnfestival.nl


De hele column

"Krijg de kórone!" 


Iedereen die een beetje taalkundige belangstelling heeft, kent dat merkwaardige fenomeen in het Nederlands: de verwensing gebaseerd op een ziekte. Hebt u even? Daar waar met ‘kanker’ aan een taboe wordt geraakt, zijn tering, klere, tyfus en pleuris algemeen bekend en relatief geaccepteerd. De bijbehorende ziekten – tuberculose, cholera, tyfus en pleuritis (eufemisme voor TBC) – zijn namelijk zo goed als uitgeroeid. De pest is volledig ingeburgerd met het werkwoord ‘pesten’, terwijl (samenstellingen met) pokken, schurft, etter, takke (attaque), leplazarus (lepra) en schompes (scheurbuik) een soort Hollandse gezelligheid over zich heen hebben.

Hoe kunnen we de kansen van het hoog actuele coronavirus inschatten om opgenomen te worden in dit illustere rijtje van typisch Nederlandse verwensingen? Daarvoor zijn drie voorwaarden van belang. De eerste is de factor tijd. Volgens taalgeleerden is de fijne Hollandse traditie van de ziekteverwensing ontstaan in de tijd dat de betreffende ziekten niet te genezen waren. Dat is voor ons het geval met het woord ‘kanker’, wijdverbreid maar toch ondergronds en taboe, zonder die gezellige grofheid van de ‘pleurislijer’. Pas als een ziekte uitgeroeid, te voorkomen of behandelbaar is, kan er kennelijk openbaar mee verwenst worden. De tweede voorwaarde is dat de naam van een ziekte creatief kan worden gebruikt, als werkwoord en in samenstellingen. Tyfus geeft optiefen, met de pleuris kun je oppleuren en de tering hangt samen met wegteren, terwijl je met pokke-, klere- en takke- lekker kracht kunt zetten bij je boodschap. Een derde voorwaarde voor succes is klank. Geef toe, pleuris, pokke, takke, klere, tering en tyfus bekken nou eenmaal lekkerder dan griep, mazelen, SARS of malaria. 

Grapjes over coronabier en de Toyota Corona tierden welig tot een paar weken geleden, nu is het lachen de meeste vergaan. Net als kanker vaak met het eufemistische ‘K’ wordt aangeduid, zijn nu al gevallen van ‘C…’ gesignaleerd. Met corona valt niet te spotten. Wellicht duikt ‘corona’ her en der op als krachtterm, maar wijdverbreid en sociaal min of meer geaccepteerd zal het pas worden als het virus tot een recent verleden is gaan behoren. Aan de creatieve mogelijkheden van het woord ‘corona’ zal het, naar verwachting, niet liggen. Werkwoordsvormen zijn mogelijk (koronen, kronen), net als samenstellingen. Opvallend is de klankgelijkenis met ‘cholera’, waarbij de verbastering ‘krone’ net zo succesvol zou kunnen worden als ‘klere’. Zoals ‘cholera’ verwant is aan het Franse ‘colère’ (boosheid), is ‘corona’ terug te leiden tot het Latijnse woord voor kroon. En laat het oer-Hollandse ‘kroon’ zich nou net ideaal lenen voor nieuwe samenstellingen, op het model van de plat Amsterdamse ‘kólerelijer’ – met zelfs een derde lettergreep voor wat extra kracht. Laten we hopen dat verwensingen als ‘krijg de k(ó)rone’ snel ingeburgerd raken, dat zal immers het teken zijn dat we deze vreselijke ziekte te boven zijn.


Alice