appjecalendarcheckchevron-downchevron-leftchevron-rightchevron-upclosedownloaddragfacebookfast-backwardfast-forwardgoogle-plusiconinstagramlinkedinlistlisten-livelogo-nporadio1logo-tour-de-france mailmicrophonepauseperson-man-2person-woman-4phonepinterestplayplaylistplyr-nextplyr-prevquestionquotesearchsharesorter--up-and-down star--open-and-filled star-openstarthumbdownthumbuptwitterwatch-livewhatsappyoutubeplyr-captions-off plyr-captions-on plyr-enter-fullscreen plyr-exit-fullscreen plyr-fast-forward plyr-muted plyr-pause plyr-play plyr-restart plyr-rewind plyr-volume
Afspeellijst Je afspeellijst is leeg
Meer NPO
STER Advertentie

Israël zit gevangen in spiraal van geweld

AFP
donderdag 17 mei 2018 | EO | Frank G. Bosman Twitter

Deze week ben ik in Israël, in Jeruzalem. Het ene moment kniel ik voor het graf van Jezus Christus, het volgende moment sta ik te hossen tussen duizenden Joodse jongeren die bij de Klaagmuur 'Jeruzalemdag' vieren.

Tijdens mijn taxirit naar de Knesset zie ik borden met 'Trump is a friend of Zion'. Ik kijk mijn email na terwijl mijn chauffeur zich met levensverachting door het verkeer wurmt: 'Ben je veilig?' Het is mijn derde keer in Jeruzalem, en net als de vorige keren voel ik mij zeer veilig tussen de zwaar beveiligde Joodse soldaten en politie-agenten, die nooit te beroerd zijn voor een vriendelijke groet of praatje. Op het televisietje bij de Kebab-boer zie ik beelden voorbij komen over doden en gewonden bij de grens met Gaza. Ik kijk ervan weg. Ik weet niet wat te denken. Mijn Joodse gastheer haalt zijn schouders op: 'We zijn het gewend'. 

Ironie

De volgende dag bezoek ik de Shrine of the Book, het museum waar de beroemde Dode Zeerollen worden bewaard. Voor de gemiddelde Nederlander zijn die kleine perkamentjes met onleesbare kriebeltjes hoogstens heel even interessant, maar voor beroepsgelovige als ikzelf zijn de rollen getuigenissen uit de tijd van Jezus. Voor je de centrale zaal kunt betreden, ga je door een donkere tunnel waar je geestelijk wordt voorbereid om – letterlijk – op te gaan naar een grote ronde kamer waar één van de rollen op een verhoging worden getoond. De sacraliteit van deze kamer is ironisch voor wie de gevoeligheid van de Joodse religie kent. 

Elders in het museum staan standbeelden en kruiken uit de Romeine tijd (rond het begin van onze jaartelling). De vriend met wie ik reis, staat bekend om zijn hoge looptempo, waarmee hij al zijn medereizigers één voor één stilaan weet af te schudden. Waarna hij op je wacht, dat dan weer wel. Geveld door een op Schiphol doorwaakte nacht – paspoort vergeten – zakte ik neer op een strategisch geplaatst bankje op luttele afstand van een lang informatiebord. Zodoende kon ik mijn lichamelijke zwakheid camoufleren door wetenschappelijke interesse te veinzen. Een handigheidje dat ik tot in de perfectie heb weten te beheersen.

Zaalwacht Simson

Mijn reisvriend was doorgelopen, onvermoeid om het volgende beeldje van halfnaakte vrouwen en mannen op de gevoelige plaat vast te leggen. Ik verstilde en begon de zaal met trapjes, vitrines en open opstellingen te bestuderen. Mijn oog viel al snel op één van de vele zaalwachters die in het museum rondlopen. Of eigenlijk zitten. De meeste wachten zaten onderuit gezakt als een zak aardappelen, verveeld op hun mobieltje te staren. Maar deze niet, niet ‘mijn’ zaalwacht Simson. Ik heb geen idee hoe hij heette, maar ik noemde hem Simson. Hij zag eruit als een Simson.

Simson liep een weinig gebogen ronde door de zaal, zijn ogen strak gericht op de weg voor hem. Zijn armen hingen slap naast zijn lichaam, zijn hoofd op zijn borst gezakt alsof hij lopend in slaap ging vallen. Hij slofde flink, met zijn rechtervoet nog erger dan zijn linker. Door de architectuur van de zaal en de afwezigheid van andere bezoekers kon ik zijn voetstappen ook horen. Zijn geslof had een bijna melodieuze ondertoon: snel en regelmatig, meditatief bijna. 

Ik begon een een patroon in zijn geslof te zien: een dubbel lus. Links om de vitrines, door het midden naar voren, rechts om de open opstelling van een oud kerkinterieur, door het midden weer terug en dan de andere kant op langs een verveeld kijkend marmeren beeld van Aphrodite. Maar zelfs haar welgevormde borst kon Simson niet van zijn pad afleiden. Soms was er een andere tourist in de zaal, waardoor Simson zijn patroon moest aanpassen. Hij deed dat zonder zijn tred te vertragen, terwijl hij er tegelijkertijd voor zorgde de tourist minstens op een afstand van twee meter te passeren. 

Ik denk dat Simson van zijn huisarts op zijn kop heeft gehad, omdat hij niets aan zijn conditie deed en op de nominatie stond een hartaanval te krijgen. En zo kwam ie tenminste aan zijn 10.000 stappen per dag. Misschien was hij wel ingehuurd door een Israëlische schoenenfabrikant die graag een nieuw soort schoenzolen wilde testen. Maar even goed probeerde Simson zijn rondje uit te slijten in de stenen vloer van het museum, waarschijnlijk omdat dit de enige manier was om een blijvende indruk in de wereld achter te laten. Niemand weet ‘t. Ik heb er niet naar gevraagd. Sommige geheimen moet je niet willen kennen.

Gewenning

Mijn gedachten gingen terug naar de Kebab-zaak de vorige avond, naar de televisie die verhaalde van doden en gewonden bij de grens met Gaza. Ik kon me niet beheersen en keek even op internet: 55 doden en 2700 gewonden. Scherpschutters, soldaten, vliegtuigen aan de ene kant; brandbommen, stenen en kinderen aan de andere kant. Raar soort wapen: kinderen. Ik zou ze thuis gelaten hebben. Ik moest denken aan mijn Israëlische gastheer die zijn schouders ophaalde: 'Ze zijn niet beter gewend'.

En ineens begreep ik wat Simson was. Simson was de fysieke manifestatie van de Israëlische staat, nu 70 jaar onafhankelijk. Ogen strak gericht op wat komen gaat, nauwkeurig en nauwgezet gepland. Maar ook sloffend in een ingewikkeld cirkeltje. Al 70 jaar hetzelfde patroon: een Palestijn gooit een steen, een Israëli pakt ‘m op, meerdere Palestijnen gaan stenen gooien en autobanden in brand steken, meer Israëlische soldaten vormen een blokkade om het geweld binnen beperken te houden, Palestijnen organiseren een zelfmoordaanslag en Israëlische vliegtuigen voeren precisiebombardementen uit. Tot aan het einde van het verhaal kinderen sterven en Israël de schuld van alles krijgt. 

Israël sloft vooruit, moe van zijn eigen bestaan, maar niet bereid op te geven. Israël loopt in kringetjes rond, gevangen in een spiraal van geweld waar geen ontsnappen aan is. Israël is Simson. Simson is Israël. In dat museum begreep ik het ineens. Ik stond op om mijn Simson te omarmen. Maar hij zag mij aankomen en verlegde zijn gang zo perfect dat hij me op twee meter afstand passeerde. En met tranen in mijn ogen zag ik hem wegsloffen op weg naar zijn volgende ronde. 

 

Correctie melden

STER Advertentie
Vorige pagina Back to top
NPO Radio 1